Het beste deel

389. Onze Lieve Vrouw Hemelvaart. 15 augustus

Het bijzondere van Maria’s verheerlijking is dat haar lichaam, evenals dat van Jezus, aanstonds deelde in de glorie der ziel.

1. Er zijn andere heiligen van wie wij mogen aannemen dat zij onmiddellijk na hun sterven tot de aanschouwing Gods werden toegelaten, maar zij allen hebben het bederf van het graf gekend. Het zuivere lichaam van de Maagd, uit wie Christus is geboren, was niet aangetast door de gevolgen der erfzonde. Het kende de begeerlijkheid niet. Wel was het sterfelijk, maar door Gods wonder niet bederfelijk. De christelijke kunstenaars hebben dit beseft en trachten uit te beelden in hun kunst door schone en reine voorstellingen van de Maagd. Heden, bij haar opneming ten hemel, werd haar heilig lichaam, die tempel van de Heilige Geest, de schoot die het Woord ontving, verheerlijkt, met goddelijk licht omstraald, ten hemel gevoerd. Onze verlossing is niet volkomen vóór het lichaam deelt in de glorie. In de leer der apostelen neemt de verrijzenis des vleses een grote plaats in. Hoe zwaar is ons lichaam getroffen door de vloek der zonde: begeerlijkheid en vergankelijkheid! Begeerlijkheid leidt tot zonde en eeuwige dood; vergankelijkheid tot lijden, ziekte en tijdelijke dood met het bederf van het graf. Zolang wij op aarde zijn, is ons lichaam aan lijden onderhevig. De christen verdoemt het lichaam niet maar beschouwt het toch vooral als werktuig en stof van christelijke deugden: kuisheid, lijdensmoed, apostolische gezindheid, barmhartigheid voor de naaste. Hij weet dat de paradijselijke orde van het ongerept lichamelijke eerst zal hersteld worden op het einde der tijden.

2. Overweeg ook het tweede voorrecht dat de gezegende Maagd heden ten deel viel, dat wat in waarheid het beste deel was dat haar niet zou worden ontnomen: de hemelse vreugde van de aanschouwing Gods. Aanschouwing Gods betekende voor haar aanschouwing van haar Zoon, haar Jezus zien zoals Hij werkelijk was en is. Welk een ongekende verrukking voor het moederhart! Men zou willen zeggen als het niet oneerbiedig klinkt: haar ogen werden geopend en zij kon haar ogen niet geloven. Zij wist niet dat haar Kind zo schoon en heerlijk was. En toch, indien iemand Hem op aarde gekend had, dan zij. Eerst in de intimiteit van haar moederschap, dan in de smarten van zijn verlossing, in de omhelzing van de Verrezene, en na zijn hemelvaart (een harde scheiding, maar van haar gold toch zeker zijn woord: „Als gij Mij liefhadt, zoudt ge u er over verheugen dat ik terugkeer tot de Vader” ) een steeds dieper doordringen in het geheim van zijn persoonlijkheid en zijn zending door geloof en beschouwing. Hoe gaarne willen wij ook op dit geloofsleven der Moeder Gods het woord toepassen, dat zij, evenals die andere Maria en zo oneindig méér, het beste deel der beschouwing had verkoren, levend in stilte en ingetogenheid en een allerzuiverst gebed, met Sint Jan , de geliefde leerling, tot aan het vredig ontslapen van haar dood. Maar toch, hoe hoge beschouwing haar deel ook geweest is, het bleef een schouwing des geloofs met de onontkoombare duisternis het geloof eigen. Eerst het ogenblik der Dormitio onthulde haar, van aanschijn tot aanschijn, de oneindige heerlijkheid van Hem die zich gewaardigd had haar Kind te zijn en te blijven.

3. Maria is „de eerste der ontslapenen” als eerste gevolgd, geheel opgenomen in de orde der verheerlijking, volmaakt gelukkig naar heel haar wezen. Deze dag moet voor ons die nog vertoeven in de wereld een dag van reine vreugde zijn, met haar en om haar: een jubilerend feest in de glorie van de midzomer. Het feest der Moeder is het feest van de kinderen. Laten wij heden de ellende van deze tijd op zij zetten en verwijlen in het hemelse dat voor ons is het enige noodzakelijke en voor haar het beste deel. Ons heil is in de hemel vanwaar wij onze Verlosser verwachten, die ons vergankelijk lichaam zal omvormen en gelijk maken aan zijn verheerlijkt lichaam. Ons heil is in de hemel waar onze Moeder ons is voorgegaan. Zij is door het leergezag der Kerk, dat spreekt namens God, ons wederom voor ogen gesteld als het lichtend teken aan de hemel, toonbeeld van onze eigen voltooiing, waarnaar wij vertrouwvol mogen opzien.

Willem Grossouw

Over Innerlijk LevenAbonneren per email (dagelijks van 30/11/2014 tot 29/11/2015)

  • Tevreden over deze inhoud?
  • ja   nee