Het geloof in God

353. Donderdag na de een en twintigste Zondag na Pinksteren

In de introitus van de Zondag zongen wij: „In uw wil, Heer, is alles gelegen en niemand is er die uw wil kan weerstaan. Want gij hebt alles gemaakt, de hemel en de aarde en al wat de hemelboog omsluit. Gij zijt de Heer van het heelal” ( Esther13, 9-11 ).

1. Deze gedachte kunnen wij lezen op elke bladzijde van de bijbel . God is de Schepper van hemel en aarde, de volstrekte Heer der mensen, de Meester der geschiedenis. Zijn wil bestuurt alles. Al wat gebeurt en al wat bestaat ligt in zijn wil besloten. En niet alleen het oude godsvolk bezat, door openbaring geleerd, dit levendig besef van Gods heerschappij. Ook de heidense oudheid was met al haar dwalingen diep vervuld van een eerbied voor het goddelijke die de tegenwoordige mensheid niet meer kent. De ontwikkeling en bewustwording van de menselijke geest, de vooruitgang der wetenschap, onze zoveel grotere kennis en beheersing van de natuurkrachten en de resultaten van vernuft, techniek en machine hebben aan dit naïeve geloof een einde gemaakt. En voorgoed. Het is ons onmogelijk geworden God in de natuur aan het werk te zien op dezelfde wijze als de oudtestamentische Jood of de middeleeuwse christen Hem zagen (tenzij wij behoren tot de weinigen die de ziel van een kind of een mysticus bezitten). Wij weten te goed hoe het heelal is geconstrueerd. Wij doorgronden bijna de krachten die de natuur aandrijven. De serie der „tweede oorzaken” die wij kennen of menen te kennen, is zo indrukwekkend lang geworden dat de Eerste Oorzaak van alles steeds verder van ons af kwam te staan. Wij kunnen welhaast een sluitend wereldbeeld maken zonder God. Het lijkt soms of er op deze wereld geen plaats meer voor Hem overblijft. Alle geheimen worden ontraadseld en elk mysterie ontluisterd in een tijd die op industriële productie is ingesteld en die een materialistische engheid van geest voor het ware realisme aanziet. Zonder geloof in God en zonder inzicht op een hiernamaals leeft de nieuwe heiden onder de wetmatigheid van louter stoffelijke en economische krachten, even onontkoombaar als het noodlot der ouden.

2. Maar de Kerk zingt onverstoorbaar het oeroude woord: In uw wil, o Heer, is alles gelegen en niemand is er die hem kan weerstaan. Het is niet waar dat de vooruitgang van de menselijke geest een beletsel zou moeten vormen voor het geloof in God. In feite hebben helaas zeer velen hun geloof verloren omdat de maatschappij God verloochent en haar horizon beperkt tot de stof. Maar zijn niet de krachten van het atoom, die de mens eindelijk en nog onvolkomen aan zich dienstbaar maakte, een openbaring van de scheppende kracht Gods even heerlijk als de hemellichamen het waren voor de psalmist en de bloemen voor Sint Franciscus ? Onze grotere kennis van de natuur kan onze eerbied voor Hem die haar schiep en haar krachten in beweging zette, slechts vermeerderen. Want wij weten dat alles wat bestaat niets dan een schaduw is van zijn heerlijkheid. En hoe grootser de stoffelijke weerspiegeling van zijn onzichtbaar wezen blijkt te zijn, des te dieper vernederen wij ons voor Hem die in het heelal zulke sporen achterliet van zijn oneindige macht en majesteit.

3. Grootser openbaring van God dan de stof en de krachten der natuur vermogen te geven, wordt onthuld in het geloof en het leven van de mensen die door Gods genade zijn kinderen werden. Jezus was de hoogte openbaring van God op aarde. Aan ons, wie Hij het vermogen schonk kinderen van zijn Vader te worden, verleent Hij ook een afstraling te zijn van het Licht in deze wereld. God zoekt aanbidders in geest en waarheid. Mensen die in God geloven, mensen voor wie God in dit leven en te midden van deze wereld de hoogste werkelijkheid is, heeft de wereld nodig. God is voor hen de hoogste werkelijkheid niet in deze zin dat Hij de meest verheven en de verst verwijderde is, maar omdat Hij voor hun besef de meest nabije, de meest reële werkelijkheid is, alles doordringend, alles dragend, in hen aanwezig als de grond van hun wezen, als de enige vastheid van hun eigen veranderlijkheid, als de Liefde die hen gegrepen heeft.

Willem Grossouw

Over Innerlijk LevenAbonneren per email (dagelijks van 30/11/2014 tot 29/11/2015)