Het Goddelijke Zwijgen

40. Vigilie van Driekoningen 5 Januari

De mis van deze dag die geen eigenlijke vigilie is en met het feest van Driekoningen geen onmiddellijk verband houdt, is bijna geheel gelijk aan die van de Zondag onder het octaaf van kerstmis. Het mysterie duurt voort. De Kerk verwijlt nog altijd bij de kribbe. Zij schenkt ons aldus gelegenheid dieper in het geheim van Gods komst door te dringen en tevens de rijkdom van haar liturgische teksten volop te smaken. De introitus luidt: „Terwijl een diepe stilte alles omgaf en de nacht in zijn snelle loop het midden van zijn baan had bereikt, daalde uw almachtig Woord, o Heer, uit de hemel neer van zijn koningstroon.” Deze woorden zijn ontleend aan het boek der Wijsheid ( 18, 14. 15 ), waar zij de komst van God beschrijven in de eerste paasnacht der Joden, toen Hij nederdaalde om zijn volk te redden uit de Egyptische slavernij. Zij zijn bij uitstek geschikt om de geheimzinnige, heilige sfeer van de kerstnacht aan te duiden, zoals die in de liturgie wordt gevierd en beleefd. In de stilte van de nacht en in de stilte der onbekendheid voltrekt zich het geheim, zoals alle werken Gods die slechts door het geloof worden gekend en die, ook al geschieden sommige in de openbaarheid, zich naar hun wezen toch onttrekken aan de luidruchtigheid van de natuurlijke mens. „De maagdelijkheid van Maria en haar baring bleef voor de vorst dezer wereld verborgen, evenzo ook de dood des Heren: drie luid roepende mysteries die zich onder het zwijgen Gods hebben verwerkelijkt” ( Ign. Eph. 19, 1 ). Het goddelijk Woord is uit de stilte te voorschijn getreden ( Ign. Magn. 8, 2 ), uit de eeuwige stilte Gods en uit het geheim van de maagdelijke moederschoot om binnen te treden in de stilte van het geloof dat Hij vond bij herders en wijzen. Slechts in diepe ingetogenheid en in het eerbiedig zwijgen van onze geest waartoe de liturgie ons wil leiden, zullen wij deel hebben aan het mysterie van Gods komst.

2. In deze ingekeerdheid van het geloof zal ook onze geest worden gescherpt om de schoonheid te aanschouwen van God, die onder ons is verschenen. In het psalmvers bij de introitus en het alleluja zingt de liturgie: „De Heer is Koning. Schoonheid is zijn kleed” ( Ps. 92, 1 ). En in het graduale : „Schoonste zijt Gij der mensenkinderen. Bevalligheid ligt over uw lippen uitgegoten” ( Ps. 44, 2. 3 ). De Kerk bezingt de schoonheid van haar Bruidegom: een goddelijke gratie die ons door de menswording werd geopenbaard en die gestalte kreeg in het Kind dat ons werd geboren. Het Woord is vlees geworden en Het heeft onder ons gewoond en wij hebben zijn heerlijkheid aanschouwd….

Maar ook deze schoonheid is alleen zichtbaar voor het geloof. Want het is niet de uiterlijke bevalligheid van de Zoon des mensen, die de Bruid in verrukking brengt, doch de onzichtbare schoonheid van de Logos , waarvan de kerstnacht ons een afstraling schonk. „Door het geheim van de menswording van het Woord is een nieuwe glans van uw licht voor ons geestesoog opgegaan, opdat wij, nu wij God zichtbaar en tastbaar aanschouwen, door Hem tot de liefde voor het onzichtbare mogen worden opgevoerd” (prefatie van Kerstmis). In invisibilum amorem rapiamur ; dat betekent: meegesleept worden tot de liefde voor het onzichtbare, weggesleurd in een verliefdheid op de schoonheid van het goddelijk wezen.

O, niet enkel de vertedering om het Kindje dat koude lijdt, niet enkel bekering der harten tot verzoening en goedheid betekent kerstmis, — maar allereerst: verschijning van het Woord die onze geest verlicht met een hemels licht en onze ogen verblindt met bovenaardse luister en onze onrust vangt in het eeuwige zwijgen van het goddelijk geheim.

Willem Grosssouw

Over Innerlijk LevenAbonneren per email (dagelijks van 30/11/2014 tot 29/11/2015)

Een mening over “1$s”

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *