Het lichaam dat voor ons werd overgeleverd

141. Dinsdag na Passiezondag

Aanbidden wij in de eucharistie het dierbaar lichaam des Heren, „dat voor ons is overgeleverd” ( 1 Kor. 11, 24 ; communio van Passiezondag ). Ook in zijn verheerlijkte staat, zoals de Heer op onze altaren nederdaalt, heeft Hij zijn wonden bewaard en zijn lijden niet verloochend. Sint Jan schouwde Hem in de hemel als het verheerlijkte en levende Lam, doch tevens „als geslacht” , met de bloedige snede in de hals.

1. De Heer heeft het lichaam niet versmaad: het Woord is vlees geworden. Het christendom is geen vergeestelijking, geen gnostieke vlucht van de stof. Maar het betekent evenmin een onbevangen natuurverering, een Helleense verheerlijking van het vlees, een paradijs te midden van het tranendal. „Ons vaderland is de hemel. Vandaar verwachten wij als Verlosser Jezus Christus, onze Heer. Hij zal ons vernederd lichaam herscheppen, aan zijn verheerlijkt lichaam gelijk, door de kracht waarmee Hij alles aan Zich onderwerpen kan” ( Phil. 3, 20. 21 ). Tot dan toe dragen wij een door de zonde vergankelijk lichaam des doods. Maar Jezus heeft het lichamelijke geheiligd, door barmhartigheid en door lijden. Hij heeft met oneindig geduld de zieken genezen en wonden geheeld. Hij heeft de zijnen de werken van barmhartigheid geleerd: hongerigen spijzigen, dorstigen laven, naakten kleden … Hij heeft geduld dat men zijn lichaam barmhartigheid bewees: de zondares mocht het besproeien met haar tranen, Maria van Betanië zalfde het „als bij voorbaat voor de begrafenis” , Veronica reinigde zijn gelaat en Simon droeg het kruis. Zijn Moeder ontving het dode lichaam op de schoot die het geschonken had. En bovenal: Hij heeft zijn lichaam de Vader als slachtoffer aangeboden. „Een lichaam hebt Gij Mij bereid. Toen zeide Ik „Zie, Ik kom” ( Hebr. 10, 5. 7 ). „Hij heeft aan het kruishout in zijn lichaam onze zonden gedragen” ( 1 Petr. 2, 24 ). Hij heeft ons het lichaam, „dat werd overgeleverd” , nagelaten onder de gedaante van brood als ons offer en spijs.

2. „Thans verheug ik mij dat ik voor u lijden mag en aanvullen wat in mijn vlees aan Christus’ kwellingen ontbreekt, ten bate van zijn lichaam, de Kerk” ( Kol. 1, 24 ). Het is goed zich de ware, christelijke betekenis van het lichamelijke te herinneren in een tijd die het alleen kan zien als een voorwerp van begeerte, die de prestaties van sport en fysieke sterkte bovenmatig verheerlijkt, die door allerlei middelen de pijn wil wegwerken en de sterfelijkheid zou willen vergeten. Ziekte, pijn, dood zijn onontkoombaar, maar hebben voor de christen hun prikkel verloren, daar zij geheiligd zijn door Jezus’ lijden en sterven. In de vereniging met de Heer en de gemeenschap der heiligen kunnen zij oneindig waardevoller zijn dan gezondheid en kracht. Een volkomen gebroken en mislukt bestaan als dat van Sint Lidwiena verkreeg door Jezus’ kruis een wonderbare vruchtbaarheid. De christen zoekt lichamelijke ellende niet te ontvluchten, maar zal ze moedig dragen en in de naaste barmhartig verzorgen, gesterkt door het lichaam de Heren, onderpand der glorievolle verrijzenis. Hij zal, levend in de verwachting der heerlijke opstanding, het lichamelijke vluchten noch minachten.

Willem Grossouw

Over Innerlijk LevenAbonneren per email (dagelijks van 30/11/2014 tot 29/11/2015)

  • Tevreden over deze inhoud?
  • ja   nee

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *