Het verlangen van God

227. Donderdag onder het octaaf van het H. Hart

Waarom verlangde Jezus zo vurig naar dat laatste paasmaal aan de vooravond van zijn lijden? Omdat Hij de zijnen, die Hij in de wereld achterliet, nu de uiterste liefde die Hij hun immer had toegedragen ging tonen in daden van volkomen wegschenking van zichzelf. De Liefde die God is en die Christus ons heeft geopenbaard werd zichtbaar in de gave der eucharistie en in de bloedige offerdood. Desiderio desideravi : Ik heb vurig begeerd … ( Lk. 22, 15 ). Het is een onbegrijpelijk mysterie dat God er naar verlangt zich zelf mee te delen aan de mensen. Dit verlangen is in Jezus vlees geworden en de supreme vrucht van deze drang der oneindige liefde is de gave der eucharistie. De sacramenten werken uit wat zij betekenen. Wat betekent het symbolisme der nuttiging anders dan opperste vereniging, samensmelting die alle begrip te boven gaat? Jezus is in dit sacrament als Degene die zich wegschenkt ( „Dit is mijn lichaam dat voor u wordt overgeleverd” ). Hij is daar niet als in een majestatische rust en onbewegelijkheid, maar altijd in de toestand van gegeven zijn en om zich opnieuw te geven. De innerlijke drang der hoogste goedheid om zich mee te delen waardoor de goddelijke personen in de schoot der heiligste Drieëenheid elkander zonder ophouden beminnen, is in Jezus naar buiten getreden om ook de mensen, de zondige kinderen van Adam, te betrekken in die stroom van Gods mededeelzaamheid. „Uw naam heb Ik hun bekend gemaakt en zal Ik hun openbaren opdat de liefde waarmee Gij Mij hebt bemind in hen zij en Ik in hen” ( Joh. 17, 26 ). Jezus’ Hart smacht er naar in de eucharistie met ons verenigd te worden. Dit verlangen is niet minder sterk en machtig dan in de dagen van zijn aardse leven, al lijdt Hij niet langer door onze ondank en onverschilligheid. Dit geheim is groot: God verlangt naar onze overgave, naar onze liefde. Hij heeft ze niet nodig maar Hij wil haar. Hij heeft om het gemis daarvan willen lijden. Hij heeft dit goddelijk verlangen willen transponeren in alle toonaarden van de menselijke taal en van de menselijke werkelijkheid opdat wij Hem eindelijk zouden geloven en begrijpen.

En nog verzetten wij ons. Wij weigeren te geloven dat Hij (letterlijk) bedelt om onze liefde, dat Hij dit sacrament heeft uitgedacht en verwerkelijkt om de wederzijdse, volkomen overgave mogelijk te maken, in stand te houden en tot onvermoede hoogte op te voeren. Wij geloven dit niet waarachtig. Of wij vinden deze taal overdreven en zoetelijk. Toch is het de zuivere waarheid en zelf zegt Hij het oneindig sterker: „Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt blijft in Mij en Ik in hem.” Of zijt gij bevreesd voor sentimentaliteit? Maar bedenk dan wat deze zoetheid Hem heeft gekost: een hard leven en een harder dood. En bedenk wat zij u zal kosten. Geloof het zo gij het nog niet hebt ondervonden. En haast u het te ervaren, haast u zijn kruis op te nemen. Want meen niet dat gij ooit de zoetheid Gods zult proeven in de geest zonder ook de bitterheid te smaken van Jezus’ lijden en dood. Slechts hij die dit sacrament ontvangt met groot geloof, vurig verlangen en de eerlijke wil om zijn liefde te zuiveren van alle zelfzucht, zal er de volle vrucht van smaken. Het is juist naar aanleiding van deze gave dat Jezus de woorden sprak: „Het is de geest die leven brengt, het vlees draagt niets daartoe bij” ( Joh. 6, 63 ). De eucharistie is offerspijze, zij moet ons maken tot aan God toegewijden.

Willem Grossouw

Over Innerlijk LevenAbonneren per email (dagelijks van 30/11/2014 tot 29/11/2015)

  • Tevreden over deze inhoud?
  • ja   nee

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *