Het visioen van Sint Jan

397. Allerheiligen en octaaf. II

Wanneer wij in deze dagen onze harten meer dan gewoonlijk ten hemel willen verheffen, worden wij, verblinde en aardse mensen die wij zijn, hierdoor belemmerd, dat wij ons slechts met de grootste moeite enige voorstelling van het eeuwige geluk kunnen vormen. De theologische idee van de aanschouwing Gods en het licht der glorie, hoe schoon en diep ook, zegt de meesten weinig. Veel directer tot de verbeelding (en ook tot het geloof) spreken de visioenen van Sint Jan in het geheimnisvolle boek der Openbaring , waaruit de Kerk ons juist in deze dagen enige prachtige taferelen voorhoudt. Het boek der Openbaring behoort tot de moeilijkste en meest misbruikte gedeelten der heilige Schrift , maar het is een grove misvatting te menen, dat dit bijbelboek ons niets of weinig te zeggen zou hebben. Wanneer wij aan de hand van onze Moeder de heilige Kerk in haar liturgie ons met geloof en eerbied in de geheimen der Apocalyps trachten te verdiepen, zal dit boek ons ongetwijfeld veel sterkte en troost schenken. Vooral sterkte, geen banale of zoetelijke troost, want het is een boek van strijd en martelaarschap, van trouw tot de dood en goddelijke wraak. Maar ook vertroosting, de uitgezuiverde, puur hemelse en sterke troost van een hoop die nimmer beschaamd wordt. In het epistel van de vigilie ( Openb.5, 6-12 ) roept de heilige Johannes voor ons een beeld op van wat wij de hemelse liturgie kunnen noemen: de hulde door alle zalige geesten gebracht aan God en het Lam. In het epistel van het feest zelf ( Openb.7, 2-12 ) vestigt hij meer de aandacht op het aandeel der zaligen in de lof Gods, op de getekenden „met het teken van de levende God” .

Lees deze tekens en tracht te zien wat Johannes mocht schouwen: de troon van de onzichtbare God, de vier levende Wezens die „niet ophouden te roepen, dag en nacht: „Heilig, heilig, heilig…” , de vier en twintig Oudsten „in witte kleding gehuld, met goeden kransen op het hoofd” , de „tienduizend maal tienduizend engelen” , de „overgrote menigte die niemand kon tellen, uit alle volken en stammen, naties en talen, staande voor de troon van het Lam, in witte klederen gehuld, met palmtakken in de handen” , en bovenal het goddelijke Lam, Christus, „als geslachtofferd” , want de vrucht van zijn bloedige dood duurt voort maar rechtop, triomfantelijk „staande” , want Hij is voor eeuwig verheerlijkt en Hij alleen is bij machte het boek te openen met de zeven sloten dat de lotgevallen bevat en bepaalt van wereld en mensen. Hij is het middelpunt. „Komt, laat ons Hem aanbidden, want Hij is aller heiligen Diadeem” ( invitatorium der metten). Het geldt het „nieuwe lied” dat alleen zij kunnen aanheffen die het nieuwe en onvergankelijke leven bezitten: „Waardig is het Lam dat geslacht is, macht te ontvangen, rijkdom en wijsheid, kracht, ere, glorie en lof. En ieder schepsel in de hemel, op de aarde en onder de aarde, op zee en al wat daarin is, hoorde ik roepen: „Hem die zetelt op de troon en aan het Lam zij lof en eer en glorie en kracht in de eeuwen der eeuwen!” ( Openb.5, 13 ). Laten wij ons in het offer der mis, spiegel en symbolen der hemelse liturgie en tegelijk geheimnisvolle werkelijkheid waarbij engelen tegenwoordig zijn en dienen, neerwerpen voor God en het Lam en in geloof de voorsmaak proeven van het hemelse gastmaal.

Willem Grossouw

Over Innerlijk LevenAbonneren per email (dagelijks van 30/11/2014 tot 29/11/2015)