Het wonder van het Kind

29. Kerstmis

Laat mij heden, lieve Heer, eenvoudig tot U spreken en liever nog: laat mij stil en eenvoudig naar U zien, o Kindje in de kribbe.

Laat mijn ogen gaan naar U, o God die mens geworden zijt, en van U naar uw Moeder, de zoete Maagd, en van haar naar Sint Jozef, sterk en rechtvaardig. Laat mijn hart stil zijn bij U, in de stal waar ons heil begon.

Laat mij aanschouwen het Licht der wereld verdoken in de grot. Laat mij afleggen alle kommer en zorg, alle gewichtigheid en alle bezwaren. Doe mij verliezen alle geremdheid en alle stroefheid, alle moeheid en alle angst, alle valse berusting in de middelmatigheid van ons leven. Laat mij altijd opnieuw geloven in het wonder dat de hard geworden korst van ons dagelijks leven, van zijn zo geheten gewone nuchtere gang, doorbreekt, — als de zuivere stroom van het water parelend uit de dorre rots onder de slag van Moses ‘ staf, o levend Water, o eindelijke Bron voor alle dorst, o goddelijk Wonder van liefde en macht. Laat mij zelf, zoals Gij ons hebt geboden, weer kind worden, o Kind, Laatmij klein zijn, al is het slechts voor deze éne nacht, eenvoudig als een kind dat gelóóft in het goede, dat rusten en zich vermeien wil in uw goedheid, zonder te vragen en zonder te twijfelen.

Ja, breek in ons de weerstand, doe onze hardheid smelten, verjaag alle vrees, maak soepel en sterk tegelijk ons willen, opdat wij de volle zegen van uw komst aanvaarden. Als ik de onmacht gewaar word van onze ziel om tot U te geraken, welt mij vanzelf dat gebed tot de Heilige Geest, uw Geest, naar de lippen: „Was rein wat besmeurd is, besprenkel met uw dauw wat verdord is en genees wat in ons gekwetst werd (o, genees nu de boze littekens van verbittering, de nog steeds niet geheelde wonden van onze haat en onze hoogmoed). Maak lenig wat stijf is (onze stroefheid om met liefde „ja” te zeggen bij elk kruis) en warm wat kous is (zijn wij dikwijls niet banger voor wat ondoordachte edelmoedigheid dan voor de door U verfoeide en uitgespuwde lauwheid?). Breng terug tot de rechte weg alles in ons wat van U afweek.”

Wij willen geloven, Heer, dat „bij God alles mogelijk is” . Als wij geloven, dat God mens werd, dat een Kind in een stal het heil van de wereld is, dan is ook het wonder in onze harten mogelijk, dan zijt Gij bij machte uit deze stenen kinderen van Abraham te verwekken. Het wonder is niet dat wij rijker of gecompliceerder worden — het wonder is dat wij arm willen zijn en enkelvoudig worden, dat wij recht op U afgaan, dat wij eerlijk leven zoals hij leeft die gelooft in de hemelse Vader en het goddelijk Kind. Weg alle zonden en weg alle zorgen! Wie voor de kribbe knielt, verlieze alle berekening en eigenbaat. O Liefde, maak ons eenvoudig in ons vertrouwen.

Willem Grosssouw

Over Innerlijk LevenAbonneren per email (dagelijks van 30/11/2014 tot 29/11/2015)

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *