Lijden van Christus, maak mij sterk

333. Vrijdag na de Achttiende Zondag na Pinksteren

De heiligen hebben van de overweging van ’s Heren lijden hun dagelijks voedsel gemaakt zonder zich te laten weerhouden door zogenaamde liturgische bezwaren, als zouden sommige tijden van het kerkelijk jaar daarvoor minder geschikt zijn. Zelfs een man zo doordrenkt van de oude tradities der Kerk en van zijn eigen eerbiedwaardige orde als Dom Columba Marmion verklaarde de oefening van de kruisweg ook in de paastijd regelmatig te verrichten. „De dag van het Paasfeest is de enige dag van het jaar waarop ik hem niet doe, daar de zegepraal van Jezus dan al mijn godsvrucht in beslag neemt. En zelfs dan zou ik er geen bezwaar tegen hebben hem te verrichten. Men leest toch ook deH.Mis en de Mis, dat is het Laatste Avondmaal en de Calvarieberg tegelijk. Is Jezus zijn kruisweg niet gegaan van het Cenakel naar Golgota?” De dagelijkse mis is de dagelijkse herinnering aan en tegenwoordigstelling van Jezus’ zalig lijden en sterven. Dag in dag uit wordt ons de gelegenheid geboden om daaraan op de innigste wijze deel te nemen en al ons lijden te verenigen met deze onbevlekte offerande, „totdat Hij wederkomt” .

1. Er is niets wat sterker aanspoort tot liefde voor God dan de overweging van Jezus’ lijden, gelijk ook de ongeschapen Liefde die God is geen hogere openbaring heeft gevonden dan deze: „Hierin bestaat de liefde: niet dat wij God hebben liefgehad, maar dat Hij ons heeft bemind en zijn Zoon gezonden tot verzoening voor onze zonden” ( 1 Joh.4, 10 ). Er is niet wat ons zozeer belet een valse rust te vinden als de gedachte: er is een mens voor mij gestorven, er is een mens in mijn plaats gestorven en deze mens is Jezus Christus, Gods enige Zoon. Dit is geen overdrijving of toegepaste schriftuurzin, maar geopenbaarde werkelijkheid, letterlijke waarheid van Gods woord. Reeds in het Oude Testament heeft de Geest in de aangrijpendste profetie door Hem ingegeven, dit mysterie, het geheim van de plaatsvervangende uitboeting, onthuld: „Om onze zonden werd Hij doorboord, om onze misdaden werd Hij gebroken. Op Hem rust de straf ons ten heil” ( Is.53, 5 ). In zijn wonderschone eerste brief schrijft Sint Petrus : „Hijzelf heeft aan het kruishout in zijn lichaam onze zonden gedragen …. Door zijn striemen zijt gij genezen” ( 1 Petr.2, 24 ). En Paulus is de eerste in een lange rij, die ons uitdrukkelijk zegt dat Jezus voor ieder van ons is gestorven: „Hij heeft mij liefgehad en zich voor mij overgeleverd” ( Gal.2, 20 ).

2. Maar wees nu ook „reëel” , mens van deze eeuw die de harde werkelijkheid aanbidt. Idealiseer zijn striemen niet, gij die de concentratiekampen kent en weet dat zulk lijden, de uitgezochte kwelling die alleen een mens zijn medemens kan aandoen, niet schoon is en nooit schoon kan zijn. Vergeet uw religieuze voorstellingen en denk niet dat zijn lichaam vredig blank en zijn bloed helder rood bleef. Een mens door mensen ten dode gefolterd is niets dan ellende, „veracht en verstoten, man van smarten, voor wie wij ons gelaat bedekken ( Is.53, 3 ). Zoudt gij rustig en gemakkelijk kunnen leven zo gij wist dat een ander, onschuldig, voor u de kwellingen en de dood van het kamp had verdragen, in uw plaats en om uw schuld te boeten? De liefde van Christus dringt ons, en: „thans verheug ik mij dat ik voor u lijden mag en aanvullen wat in mijn vlees aan de Christus-kwellingen ontbreekt, ten bate van zijn lichaam, de Kerk” ( Kol.1, 24 ). Wij weten dat zolang nog één mens lijdt en kan zondigen, Christus’ lijden kan worden aangevuld en onze smarten niet vruchteloos behoeven te zijn. Verenigen wij ons, in diep geloof en waarachtige liefde, met het ene en eeuwigdurende offer.

Willem Grossouw

Over Innerlijk LevenAbonneren per email (dagelijks van 30/11/2014 tot 29/11/2015)