Morgen zult gij zijn heerlijkheid aanschouwen

28. Vigilie van Kerstmis

„Vandaag zult gij weten dat de Heer zal komen om ons te redden en morgen zult gij zijn heerlijkheid aanschouwen” ( Ex. 16, 6. 7 ).

Zo zingt de Kerk heden in de introitus en het graduale . En ook de communiezang is van gelijke strekking: „De glorie des Heren zal openbaar worden en alle vlees zal het heil van onze God aanschouwen” ( Is. 40, 5 ). Hier vinden wij de bezielende gedachte van kerstavond. De gehele spanning van de adventsverwachting, die de christen al weken lang heeft gedragen, ontlaadt zich in dit vreugdevolle „heden” en „morgen” . De Heer is niet enkel meer de Komende, Hij is niet alleen nabij; het heil staat voor de deur, „morgen” zal ons grote verlangen in vervulling gaan. De komst van de Eéngeborene zal ons „verkwikken” , te midden van de kwellingen van onze ballingschap; wij zullen ons „voeden en laven aan dit hemelse mysterie” (slotgebed).

1. Maar het verwondert ons dat de Kerk de komst van Christus als een openbaring opvat van de heerlijkheid des Heren. Hoe kan de geboorte in de stal, in armoede en onbekendheid, hoe kan de vernedering en ontlediging van de Zoon Gods glorieus worden genoemd? Hier zien wij wederom hoe de liturgie de gebeurtenissen van Jezus’ leven vóór alles als godsopenbaringen beschouwt, als werk der verlossing, hoe zij zich meer door het geloof laat leiden dan door menselijke overwegingen en menselijke gevoelens van vertedering en medelijden. Om dezelfde reden kiest zij als epistel de heerlijke tekst die de aanhef vormt van Sint Paulus ‘ brief aan de Romeinen ( Rom. 1, 1-6 ). Zeker, daar is sprake van „Gods Zoon die uit het zaad van David is gesproten naar het vlees” . Maar onmiddellijk daarop volgt: „Die naar de Geest van heiligheid machtig werd aangewezen als de Zoon van God door de opstanding uit de doden, Jezus Christus, onze Heer” .

2. Voor het geloof is het kind in de kribbe openbaring van Gods heerlijkheid. Voor het geloof liggen kribbe en kruis en verrijzenis in één lijn. Door de geboorte van Jezus verschijnt God op aarde en wordt de menselijke natuur weer verenigd met God. Een „hemels mysterie” speelt zich af in die onaanzienlijke stal. En dit geheim wordt opnieuw werkelijkheid in het mysterie der liturgie. Dit geheim is immers aanwezige en altijd werkzame werkelijkheid onder ons, zo wij geloven . „Heden zult gij weten.” Het Kindje dat onze vertedering opwekt, is de goddelijke Verlosser, de Redder van het mensengeslacht, de Bronaar van het eeuwige leven, de nieuwe Adam, in wie God en mens elkaar ontmoeten, in wie de nieuwe mensheid is samengevat. „Waarlijk, zijn heil is nabij voor die Hem vrezen, heerlijkheid woont in ons land. Goedheid omhelst trouw, gerechtigheid en vrede kussen elkaar. Trouw ontspruit aan de aarde, gerechtigheid ziet neer van de hemel. De Heer zal het goede schenken en ons land zal zijn vrucht geven” ( Ps. 84, 10-13 ).

Dat geen zwakheid, geen strijd van geest en vlees ons ontmoedige. Het ogenblik van de messiaanse vrede, van de goddelijke verzoening aller tegenstellingen, is nabij in de viering van de kerstnacht. Het is dichtbij in de volheid van zijn verwezenlijking, want de tijd is kort. Onze kerstviering is als een moment van de eeuwigheid, neergezonken in het duister van de tijd. Morgen zult gij zijn heerlijkheid aanschouwen in het geloof, verwachtend de zalige aanschouwing in de hemelse glorie. De morgen der eeuwigheid, de dageraad van het licht dat geen avond kent, breekt aan in het donker van de stal.

Willem Grosssouw

Over Innerlijk LevenAbonneren per email (dagelijks van 30/11/2014 tot 29/11/2015)

  • Tevreden over deze inhoud?
  • ja   nee

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *