Nader tot God

254. Woensdag na de Zevende Zondag na Pinksteren

„Komt tot Hem en zijn licht zal u omstralen. En uw gelaat zal niet beschaamd worden” ( Ps. 33, 6 ; graduale ).

1. Komt tot Hem; in de woorden van de psalmist nodigt de Kerk haar kinderen uit tot God te naderen. Nergens komen wij God zo nabij als in de viering van het misoffer. Met elkander verenigd in het mystieke Lichaam van Christus mogen wij daar de goddelijke woorden vernemen, onze gaven leggen op het altaar, het onbevlekte Lam de Vader offeren en zijn lichaam nuttigen en zijn bloed. Waarlijk, de mis brengt ons nader tot God, zo dichtbij als ons aardse leven het toelaat, onder de sluier van symbolen die de goddelijke werkelijkheid aan ons oog onttrekken, maar haar tegelijkertijd verzinnebeelden en tegenwoordig stellen.

Jezus heeft gezegd: „Komt allen tot Mij, die belast zijt en beladen” . Tot God komen is het grote verlangen van elk mensenhart. De mens is zich deze begeerte dikwijls niet bewust, maar zij is daarom niet minder levend, de grondslag van onze onrust en van die onbevredigdheid die het schepsel, elk schepsel, ten slotte in ons achterlaat. Het is de tragiek van de mensheid dat de meesten altijd opnieuw het geluk zoeken waar het niet te vinden is. „Behoed mij, o God, want ik vlucht tot U, Ik zeide tot de Heer: „Gij zijt mijn geluk” ( Ps. 15, 1. 2 ). Ga tot God langs de rechte weg, in diep geloof. Ga tot Hem, Zoals gij zijt , nu, met al uw zwakheid en onzekerheid, met al uw zonden en fouten, met al de littekens die het verleden achterliet in uw ziel. Plaats u in de geest voor zijn dierbare en schrikwekkende aanwezigheid. Vind uw geluk in het verwijlen bij de Heer. Denk aan Hem gelijk Hij immer denkt aan u.

2. „En zijn licht zal u omstralen.” Door de verlossing in Christus hebben wij vrijmoedig toegang tot God; Sint Paulus wordt niet moede dit te herhalen ( Eph. 2, 18 ; 3, 12 ; Rom. 5, 2 ; Hebr. 4, 16 ). De slagboom der zonde is verbrijzeld door het bloed van Jezus’ kruisdood. Laat nu onze kleinmoedigheid en kleingelovigheid geen nieuwe barrière oprichten! Met welk recht menen wij dat wij uitgesloten zouden zijn van de goddelijke nabijheid en dat alleen de heiligen tot zijn intimiteit worden toegelaten? Is de Heer ook niet voor ons gestorven? Zijn niet allen zondaars in Gods oog? Ongetwijfeld zijn er vele woningen in het huis des Vaders; niet alle vertrekken liggen even dicht bij het binnenste heiligdom. Maar de mens van goede wil wordt gewoonlijk meer weerhouden door kleinmoedigheid dan door de dagelijkse zonden en de tol die hij moet betalen aan de zwakheid van onze natuur. Nader tot God met een onbeperkt vertrouwen.

3. „En uw gelaat zal niet blozen van schaamte.” Hij stelt ons nooit teleur! Hoeveel ontgoochelingen brengt ons het leven op alle gebied! Naarmate de mens ouder wordt groeit zijn wijsheid. Maar bestaat die wijsheid voor een groot deel niet uit desillusie? De illusies der jeugd verdwijnen: het vertrouwen in de mens, het geloof in eigen kracht en vermogen, het geloof ook in de deugdelijkheid van vele idealen. Alleen God beschaamt niet wie op Hem vertrouwen. Doch deze onaantastbare waarheid geldt slechts, indien er sprake is van een waarachtig vertrouwen, indien wij er in slagen onze menselijke wijze van denken tegenover God af te leggen en te overwinnen. „Mijn gedachten zijn niet uw gedachten, uw wegen niet mijn wegen” , zegt de Heer” ( Is. 55, 8 ). Wij moeten geloven in God ondanks alles , ondanks de mislukking van onze schoonste plannen en de vernedering van onze eindeloze zwakheid. Wij moeten in de geest aan God vasthouden zonder enig voorbehoud. Alleen op de ruïnes van ons menselijk doen en denken richt God zijn gebouw op. Het is de immer te herhalen eis: behandel in uw geloof, hoop en liefde God als God . Deze deugden zijn zonder grens en kunnen in middelmatigheid niet bestaan.

Willem Grossouw

Over Innerlijk LevenAbonneren per email (dagelijks van 30/11/2014 tot 29/11/2015)

  • Tevreden over deze inhoud?
  • ja   nee

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *