O salutaris Hostia!

213. Sacramentsdag

Laten wij heden dankbaar overwegen wat ons leven te danken heeft aan de goddelijke gave der eucharistie. Wat zou mijn leven zijn geweest zonder de goddelijke Hostie! — Zijn wij door Gods ondoorgrondelijk raadsbesluit uitverkoren tot het priesterschap, dan mogen wij zonder enige overdrijving zeggen, dat wij ons bestaan aan de eucharistie te danken hebben. Dit is de letterlijke waarheid. Want heel ons leven en al zijn omstandigheden zijn dan in Gods bedoeling, en dus in werkelijkheid, ondergeschikt aan en gericht op onze roeping: het priesterschap. Maar het priesterschap zelf is ondenkbaar zonder het offer waarvan de priesters de bedienaren mogen zijn, dat is, zonder de salutaris Hostia die Christus’ liefde de zijnen naliet. — Zijn wij door Gods uitverkiezing geroepen tot de religieuze staat, dan kunnen wij wederom deze roeping bijna niet los denken van de eucharistie, noch in haar ontstaan, daar zij immers geboren werd aan de voet van het altaar, noch in haar verwerkelijking: is niet de eucharistie licht en kracht uitstralend middelpunt van elk kloosterleven? — En wij allen, die door Gods barmhartige genade zijn geroepen met de hemelse roeping van het christendom, mogen heden bedenken, wat Jezus’ gave voor ons betekend heeft en wat zij blijft beduiden.

Denk aan uw eerste heilige communie … Denk aan de vele communies die daarop gevolgd zijn. Het is zeker, dat, zo ooit, u dan de ervaring van Gods liefde werd geschonken. Ik weet het: wij zijn allen zwakke mensen, goddelijke gaven werden dikwijls slechts half bewust genoten, sleur en gewoonte hebben wellicht hun al te grote deel gehad. En toch, de band die u met de Verlosser bindt, is toen gelegd en vaster aangesnoerd. Zijn liefde heeft haar werk verricht en werd nooit moede. „Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt, blijft in Mij en Ik in hem …” ( Joh. 6, 56 ).

Gedenk de talloze malen dat gij het offer (mede) hebt opgedragen. Tel het aantal der missen die Gods goedheid u schonk, jaar in, jaar uit. Dit is zuiver naar de hoeveelheid beoordeeld, zo ge wilt; maar het kan ons, stoffelijke wezens, enig denkbeeld geven van de liefde, die staat buiten alle maat en getal. En roep in uw herinnering de kracht en de troost, die Jezus’ offer u gegeven heeft om te werken en te lijden, om te leven … (en de onuitputtelijk rijker genadeschat die Hij voor ons in reserve houdt, indien wij slechts leren willen dit éne en eeuwigdurende offer geheel mee te leven en mee te offeren, heel de dag door).

Denk aan de verborgen tegenwoordigheid, die altijd openstaat voor uw geloof en uw verlangen. Het is toch de objektieve werkelijkheid dat Jezus ook op deze roerende wijze onze ballingschap wil delen en ons niet als wezen achterlaat. Denk aan uw aanbiddingen voor het uitgestelde sacrament. Hoevele inspraken der liefde mocht gij daar ontvangen, hoeveel edelmoedigheid werd er in uw hart gewekt! Zijn wij ooit werkelijk ongetroost heengegaan, als wij met deemoed en eerlijkheid tot Hem kwamen? Heden willen wij dit alles gedenken en de Heer danken voor zijn onuitsprekelijke gave. Heden willen wij onze blijdschap niet besloten houden in ons hart en in de stilte, maar haar luide verkondigen en uitdragen mét de goddelijke Hostie in de feestelijke processie.

En morgen en alle dagen die ons hier nog worden geschonken, zullen wij met eerbied en geloof, met innigheid en vreugde en boven alles met liefde , met liefde die zichzelve wil vergeten, de goddelijke gave der eucharistie aanbidden en vereren, smaken en genieten.

Willem Grossouw

Over Innerlijk LevenAbonneren per email (dagelijks van 30/11/2014 tot 29/11/2015)

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *