Verantwoordelijkheid van de gedoopte

158. Vrijdag in de Paasweek

„Gaat en onderwijst alle volkeren, hen dopend in de naam des Vaders en de Zoon en de Heilige Geest” ( Mt. 28, 19 ; evangelie).

1. De prediking van het evangelie, de blijde boodschap van het universele heil in Jezus Christus, is een wezenlijke plicht die rust op de Kerk, dat wil zeggen op alle christenen als geheel genomen. Het is het laatste gebod dat Jezus zijn leerlingen gaf: „Gaat en onderwijst alle volkeren …” De Kerk dat zijn wij. Natuurlijk moeten wij de eigenlijk gezegde geloofsprediking onder de heidenen (en dan vooral een bepaald ouderwets soort heidenen) overlaten aan de missionarissen. Maar de katholieken vergeten te veel dat wij allen, ieder van ons op onze wijze en in onze omstandigheden, getuigen moeten zijn van Christus, door ons leven en voorbeeld, door ons gebed maar ook door ons woord. Het gaat er niet enkel om postzegels en capsules te verzamelen voor de missie en „slaafjes” vrij te kopen. Wij zijn zelf verantwoordelijk, voor ons geloof en voor de Kerk. „Heiligt Christus de Heer in uwe harten. Weest altijd tot verantwoording bereid aan iedereen die u rekenschap vraagt van de hoop die in u leeft” ( 1 Petr. 3, 15 ). Als wij de Handelingen en de Brieven der Apostelen lezen, valt het ons op hoe in de eerste tijden der Kerk allen spontaan aan de geloofsuitbreiding meewerkten, niet alleen zij die, als de apostelen, van de bediening des woords hun levenstaak hadden gemaakt. Het christendom was voor hen niet enkel of op de eerste plaats een wet en een instelling, maar een geluk , een heil, een „hoop die in hen leefde” , waarvan zij blijde getuigden en die zij wilden meedelen aan anderen. Spontane propaganda in alle rangen en standen door alle christenen was het die de Kerk haar snelle groei en uitbreiding schonk. Waar is die positieve, moedige, actieve medewerking der leken met het apostolaat gebleven? Zij begint in allerlei vormen gelukkig terug te keren, maar nog te gering in aantal zijn zij die zich aan deze schone taak willen wijden en bovenal, te weinig christenen beseffen, dat zij als zodanig en zonder aparte zending of taak, getuigen zijn van Christus en zijn Kerk en zich het lot van hun broeders en zusters hebben aan te trekken. Want vergeten wij het niet: enerzijds zijn er weer velen, zeer velen „die buiten staan” , hele en halve heidenen in ons eigen land, in onze eigen stad, in onze onmiddellijke omgeving; anderzijds kan de leek hier dikwijls veel meer bereiken dan de priester die het immers „ambtshalve moet” en wie niet zelden het kleed alleen al een ongedwongen contact met bepaalde categorieën van mensen onmogelijk of moeilijk maakt.

2. Deze gedachten komen van zelf bij ons op in de paasweek. De liturgie draagt er voortdurend de sporen van hoe in vroeger tijden met Pasen de doop der volwassenen plaats vond in de Kerk, levende moeder der levenden, nieuwe kinderen baarde en opnam in haar schoot. De neophyten , de nieuw geënten op de Christus-stam, zijn haar lievelingen die na het doopsel als pasgeboren kinderen Gods ( introitus Beloken Pasen) een beker met melk en honing ontvingen ( introitus Paasmaandag), zinnebeeld van het nieuwe leven en het beloofde vaderland. Zij gingen de gehele week gekleed in de vreugdevolle witte gewaden (epistel van Witte Zaterdag). De Kerk bidt in de oratie van Paasdinsdag: „God die uw Kerk steeds vermenigvuldigt met de aanwas van nieuwe geboorten …”

Laten wij God danken voor de onschatbare en alle genaden insluitende genade van het heilig doopsel. Laten wij dankbaar zijn en verheugd om het heil ons in Christus geschonken. Laten wij als volwassen leden van de Kerk, de vruchtbare moeder, kinderen werven voor haar die schatten van genade bezit voor allen, die met Rachel uitroept: „Geef mij kinderen, anders sterf ik” ( Gen. 30, 1 ). Wij kunnen „minstens” bidden. Doen wij dat ook? En zijn wij ons bewust van de grote kracht die er uitgaat van het voorbeeld van een waarachtig christelijk leven? De mensheid versmacht buiten de Kerk die haar enige heil is, — maar zij beoordeelt de Kerk vrijwel uitsluitend naar ons , naar ons leven en onze daden. En kan zij wel anders?

Willem Grossouw

Over Innerlijk LevenAbonneren per email (dagelijks van 30/11/2014 tot 29/11/2015)

  • Tevreden over deze inhoud?
  • ja   nee

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *