Verwantschap met Jezus

114. Quatertemperwoensdag in de vasten

„Terwijl Hij nog sprak tot de menigte, stonden daar zijn moeder en zijn broeders buiten en wilden Hem spreken. Iemand zei Hem: „Zie, uw moeder en uw broeders staan buiten en zoeken U.” Maar Hij antwoordde: „Wie zijn dat, mijn moeder en mijn broeders?” En op zijn leerlingen wijzend zei Hij: „Ziedaar mijn moeder en mijn broeders. Want alwie de wil doet van mijn Vader die in de hemel is: hij is mijn broeder en zuster en moeder” ( Mt.12, 46-50 ; evangelie).

1. Vooral het evangelie van Sint Markus maakt ons op de parallelplaats duidelijk waarom Jezus’ familie hem „wilde spreken” . Het was een dag (zoals zovele) waarop de Heer, gedreven door de honger en de dorst naar het rijk Gods, zich zonder enig voorbehoud gaf aan de verkondiging van het woord. De wil des Vaders te volbrengen was zijn voedsel. De hele dag door predikte Hij en wijdde Hij zich aan de menigte. Vanuit het huis van Petrus sprak Hij tot hen en de mensen omringden Hem „zodat Hij zelfs geen tijd had om te eten” . En zij zeiden: „Hij is buiten zichzelf” . Het gerucht hiervan was tot de zijnen doorgedrongen en zij trokken er op uit om Hem mee te nemen en tot „bezinning” te brengen ( Mk.3, 20.21 ). Toen zij op de plaats waren aangekomen waar Jezus predikte, konden zij Hem wegens de opdringende menigte niet bereiken en zij stuurden een boodschap om Hem weg te roepen. Het is dan dat Jezus als voor een ogenblik onderbrekend de schouwing Gods die zijn spreken begeleidde en als onwillig terug te keren tot de aarde en de wereld van het vlees en bloed, uitroept: „Wie zijn dat: mijn moeder en mijn broeders? Zie mijn leerlingen, zie hen die de wil des Vaders volbrengen gelijk Ik zelf. Zij zijn mijn broeder en zuster en moeder. Zij zijn Mij alles op aarde. Zij alleen zij Mij verwant.”

Deze episode onthult ons de diepste roerselen van Jezus’ Hart. Laat toch een weinig verlichte vroomheid de kracht van zijn woorden niet verzwakken! De eer van zijn Moeder wordt er niet door aangetast. Veeleer wordt ook haar hoogste waarde verheven, daar niemand als zij Jezus is gevolgd in de volmaakte en smartelijke omhelzing van de goddelijke wil.

2. De liefde voor god en zijn aanbiddelijk welbehagen is het enige wat een mens op de Heer doet gelijken. Een hart bewogen door het verlangen naar Gods rijk klopt op het rhythme van het zijne. Een mens die Gods eer stelt boven zijn eigen gemak en boven alle zelfzucht erkent Hij als Hem verwant. Dit is de enige beslissende maatstaf. Geen lichamelijke of zuiver natuurlijke eigenschappen bepalen het kindschap Gods. Zelfs niet scherpte van verstand, adel van karakter, fijnheid van gevoel, op zich beschouwd. Al deze dingen kunnen door de genade in dienst genomen en op dat hoger plan verheven te worden. Maar wat in Jezus’ oog (in Gods werkelijkheid) onze waarde uitmaakt is enkel de goede wil, in de volle zin van het woord. De eerlijke wil om die andere wil te volbrengen, te omhelzen en daarmee samen te smelten; de ontmoeting van de mens met God in het innerlijkst van de ziel, zich uitwerkend in heel het leven en alle daden. Daardoor worden wij Hem wezensverwant, daar de Zoon zelf niets is dan een eeuwig en volkomen opgaan en ingaan tot de Vader, een grenzenloze overgave zelfstandig bestaande in de Persoon van het Woord zózeer dat Jezus’ menselijke natuur daardoor geheel wordt gedragen.

„Die Hij te voren heeft gekend, heeft Hij ook voorbestemd om gelijkvormig te worden aan het beeld van zijn Zoon” ( Rom.8, 29 ). Moge de Vader het beeld van zijn Zoon in ons herkennen in het uur van sterven. De passie voor Gods wil is het zekerste teken van zijn eeuwige uitverkiezing.

Willem Grossouw

Over Innerlijk LevenAbonneren per email (dagelijks van 30/11/2014 tot 29/11/2015)

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *