Volmaakte eenheid in God

191. Vigilie van Onzes Heren Hemelvaart

Het evangelie van heden bevat het eerste gedeelte van het hogepriesterlijk gebed: In die tijd hief Jezus zijn ogen ten hemel en zeide: „Vader, het uur is gekomen. Verheerlijk uw Zoon, opdat uw Zoon U verheerlijke, gelijk Gij Hem macht hebt gegeven over alle vlees, om aan al wat Gij Hem gegeven hebt, eeuwig leven te schenken” … ( Joh. 17 ). „In die tijd” , dat is eigenlijk aan de vooravond van Jezus’ sterven, want toen heeft Hij dit onvergelijkelijk schoon en diepzinnig gebed gesproken. Toch plaatst de Kerk deze tekst heden, op de vooravond van Hemelvaartsdag, in het misformulier, — en zo volkomen terecht. Want dit gebed, waarin de Heer zijn diepste wezen onthult (voorzover het mogelijk is deze werkelijkheid in menselijke woorden te vatten), is gedacht en gezegd vanuit de tijdeloze, eeuwige verhouding, die er bestaat tussen Hem en de Vader, tussen Hem en de mensen. Christus verschijnt hier als de Zoon en de Verlosser, „Dezelfde gisteren en heden en tot in eeuwigheid” ( Hebr. 13, 8 ). Als hier van een standpunt in de tijd sprake kan zijn, dan is het het ogenblik van de terugkeer tot de Vader, Die Hij nooit verlaten had: „Ik ben niet meer in de wereld, maar zij zijn in de wereld en Ik kom tot U” ( 17, 11 ).

1. „Vader, het uur is gekomen. Verheerlijk uw Zoon, opdat uw Zoon U verheerlijke.” Het uur is het uur van de harde dood en de verheerlijking waarom Jezus bidt is de schande van het kruis. Want door zijn dood verlost Hij de wereld en door de dood gaat Hij zijn heerlijkheid binnen. Hoe onaantastbaar hoog staat Hij boven de aanslagen der mensen! In het ongenaakbare heiligdom der verhouding tot de Vader heeft de vorst dezer wereld geen toegang. In dit de Vader toegewend zijn ligt heel het wezen van de Zoon. De Zoon is „tot de Vader” en anders niets . (Het is daarom dat alleen in woorden van uiterste eenvoud over dit mysterie gesproken wordt; de simpelheid van uitdrukking, die de stijl van de Beminde Leerling altijd kenmerkt, bereikt in dit gebed een toppunt.) Het onuitsprekelijk geheim van Jezus’ ziel: zijn mensheid is opgenomen in de innerlijke glorie der godheid, in de volkomen wederkerigheid der betrekking tussen de Vader en de Zoon: „Al het mijne is het uwe en het uwe is het mijne” ( 17, 10 ); „verheerlijk uw Zoon opdat uw Zoon U verheerlijke” ( 17,1 ).

2. En juist in dit inwendige leven der godheid, waar de boze en de wereld en de „zoon des verderfs” zijn buitengeworpen, doet Jezus de zijnen delen. Dit is het „eeuwige leven” , dat Hij schenkt aan die Hem „gegeven zijn” , aan die Hem waarachtig toebehoren. Ik en hen en Gij in Mij , opdat zij tot volmaakte eenheid geraken” ( 17, 23 ). De Heer neemt de zijnen op in de kring der godheid. Wij zijn in Hem en Hij is in ons (door de genade en liefde en beschouwing). Hij en wij zijn niet meer als partijen die tegenover elkaar staan, zelfs niet meer als vrienden die naast elkaar leven, maar als geliefden die vereend zijn en wier levens zijn samengesmolten. In Hem vinden wij God. Zo ontstaat de volmaakte eenheid, de volkomen gemeenschap der heiligen. In God vinden wij ons ware zelf (en buiten Hem nooit), — en in Christus hen die wij liefhebben (en dat zijn alleen die Hij liefheeft). En in Hem alleen vinden wij elkaar zonder strijd en wrijving en onverliesbaar. Wat ons nu nog verdeelt, zal dáár niet meer zijn.

3. Dit is het hemelse verhaal dat ons door Jezus’ biddende ziel wordt onthuld. Wij leven in de aardse werkelijkheid en is deze bijna niet altijd als een rookgordijn dat het ideaal aan onze ogen onttrekt? Want het is eigenlijk reeds verkeerd om van „ideaal” te spreken. De eenheid in God waarom Jezus bidt, is hemelse werkelijkheid , die het wezen van de christen uitmaakt. „Erken, o christen, uw waardigheid!” — Als de overweging van het hogepriesterlijk gebed ons iets leert, dan zijn het deze twee dingen: de noodzakelijkheid van een diep geloof (gevoed door voortdurend gebed) waardoor deze hemelse werkelijkheid voor onze geest opengaat, en de beoefening van een waarlijk bovennatuurlijke naastenliefde waardoor wij de volmaakte eenheid op aarde naar best vermogen verwezenlijken.

Willem Grossouw

Over Innerlijk LevenAbonneren per email (dagelijks van 30/11/2014 tot 29/11/2015)

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *