Wat God toekomt en de keizer

361. Vrijdag na de Twee en twintigste Zondag na Pinksteren

Het is nuttig in onze overdenkingen terug te keren tot het woord van de Zaligmaker dat wij reeds overwogen: „Geeft aan de keizer wat de keizer en aan God wat God toekomt” ( Mt.22, 21 ). Dit door Christus gestelde beginsel mogen wij toepassen op vraagstukken van meer algemene aard dan de omstandigheden waarin het werd uitgesproken. Men kan het namelijk beschouwen als een gedragslijn die onze verhouding ten overstaan van de schepselen moet bepalen. Er zijn dingen waarvan het aanstonds duidelijk is dat ze alleen aan God toebehoren, alles wat met de godsdienst te maken heeft, zoals aanbidding, eredienst, gebed, in één woord, alles wat samenhangt met en rechtstreeks voortvloeit uit de innerlijke overgave des harten, die een christen voorbehoudt aan God alleen. Daarnaast zijn er dingen „van de keizer” , zoals de plichten jegens de staat en de aardse gemeenschap. Maar wij kunnen hierbij niet blijven staan, want in de eerste plaats zijn er vele gebieden waarin de verplichtingen jegens God en die jegens de keizer elkander kruisen, en vervolgens (en vooral) aan God komt eigenlijk alles toe. Ook onze cijns aan de mensen, ook wat wij aan de keizer geven, moeten wij zó geven dat het God niet wordt onttrokken. Onze verhouding ten opzichte van de geschapen waarden moet zo zijn dat zij geen afbreuk doet aan de primaire, alles doordringende en alles beheersende verhouding tot God. Want dit staat vast (voor ons): gij zult de Heer, uw God, beminnen met geheel uw ziel en met al uw krachten. Dit betekent immers niet enkel dat de liefde voor God onze eerste en voornaamste plicht is, maar in een zekere zin de enige en totale plicht, in deze zin namelijk dat al ons handelen ten opzichte van de schepselen toch altijd en tegelijkertijd op enigerlie wijze een beminnen van God moet zijn, met alle krachten der ziel.

Hier schuilt de moeilijkheid. Het is zonder twijfel Gods wil dat wij onze aardse plichten van harte en metterdaad vervullen, dat wij tegenover de schepping een positieve houding bezitten, dat wij het leven niet haten noch iets van hetgeen God heeft gemaakt. En terzelfder tijd eist de navolging van Christus en het innerlijk leven van ons dat wij God alleen aanhangen en door geen enkel schepsel van de Heer worden gescheiden. Het gebod van de godsliefde houdt in dat wij God in het streven van onze wil altijd de eerste plaats toekennen en Hem ook zoveel mogelijk in het brandpunt van ons affectieve leven liefdevol genegen zijn.

Er vallen in dit opzicht twee typen van mensen te onderscheiden. De meesten zijn zo geaard dat zij hun hart licht aan de schepselen verliezen. Zij geven de keizer gemakkelijk en veel en weldra te veel. De anderen (die een minderheid vormen) lopen gevaar de waarde van de aardse en stoffelijke werkelijkheid te onderschatten en zelfs te ontkennen. Ten gevolge van een zekere strengheid van gemoed en een soort absoluutheid van geest valt het hun moeilijk de vele verbindingslijnen te zien die er, ondanks de zonde, lopen tussen God en zijn schepping. Oppervlakkig beschouwd lijken deze laatsten het meest geschikt voor heiligheid. Maar de openbaring en de ondervinding leren dat geen enkele natuurlijke waarde of aanleg op zich beschouwd voorrangskaarten geeft voor het rijk Gods. Het tweede mensensoort, dat zich gemakkelijk losmaakt van de schepselen, heeft gewoonlijk veel meer moeite dan het eerste om vrij te worden van het lastigste schepsel dat wij op onze weg naar het paradijs ontmoeten, de verkeerde gehechtheid aan onszelf.

Daarom geldt voor allen zonder onderscheid als de grondwet van het christelijk leven het gebod van de liefde. Dit gebod leert ons God lief te hebben boven alles, de mens waarachtig te beminnen om Christus’ wil en het schenkt ons een grote geestelijke vrijheid ten aanzien van de overige schepselen. En laten wij nooit vergeten, dat wie zijn broeders en zusters niet liefheeft, ook God niet bemint en dat onze godsliefde zich verwerkelijkt in en door de naastenliefde.

Willem Grossouw

Over Innerlijk LevenAbonneren per email (dagelijks van 30/11/2014 tot 29/11/2015)

  • Tevreden over deze inhoud?
  • ja   nee