Boek I Hoofdstuk 24 Over het oordeel en de zondestraffen

Let in alle dingen op het einde, en hoe gij voor die strenge rechter zult staan, voor wie niets verborgen is, die met geen giften wordt omgekocht, en die geen uitvluchten aanneemt, maar alles oordelen zal naar de rechtvaardigheid. O ellendige en dwaze zondaar! Wat zult gij God antwoorden, die al uw zonden kent; gij die somtijds de aanblik vreest van een vergramde mens? Waarom neemt gij geen voorzorg tegen de dag van het oordeel, alwaar niemand door een ander beschermd of vrijgepleit zal kunnen worden, maar iedereen last genoeg zal hebben aan zichzelf. Nu is uw arbeid vruchtbaar, uw wenen aangenaam, uw zuchten verhoord, uw droefheid verzoenend en zuiverend.

Hij heeft in dit leven een groot en zalig vagevuur, de verduldige mens, die, het onrecht lijdende, bedroefder is voor de boosheid van een ander, dan over eigen leed; die gaarne bidt voor zijn tegenstrevers, en hun uit ter harte vergeeft het kwaad hem aangedaan; die zelf gewillig is om aan anderen vergiffenis te vragen; die meer tot medelijden genegen is dan tot gramschap; die zichzelf dikwijls geweld aandoet, en het vlees aan de geest volkomen tracht te onderwerpen. Het is beter zich nu van zijn zonden te zuiveren en zijn gebreken uit te roeien, dan ze te bewaren om in het toekomende leven uitgeboet te worden. Voorwaar, wij bedriegen onszelf door de ongeregelde liefde, die wij ons lichaam toedragen.

Wat zal het eeuwig vuur anders verslinden dan uw zonden? Hoe meer gij nu uzelf ontziet en uw vlees involgt, des te meer zult gij hiernamaals boeten en zoveel te meer brandstof vergadert gij. Waar de mens meest in gezondigd heeft, daar zal hij ook zwaarder in gepijnigd worden. Daar zullen de luiaards met gloeiende prikkels voortgestuwd, en de gulzigaards met geweldige honger en dorst gepijnigd worden. Daar zullen de onkuisaards en de genotbejagers met ziedend pek en stinkende solfer overgoten worden: en de nijdigaards zullen als dulle honden huilen van de pijn.

Ieder zonde zal haar eigen pijn hebben. Daar zullen de hovaardigen met schaamte overdekt, en de gierigaards met een allerbitterste armoede benauwd worden. Daar zal n uur lijden zwaarder vallen, dan hier honderd jaren in de allerstrengste boetvaardigheid. Hier staakt men somtijds het zwoegen, en geniet men troost van vrienden; dr integendeel is geen rust, geen troost voor de verdoemden. Wees nu bekommerd en heb leedwezen over uw zonden, opdat gij in de dag van het oordeel zonder angst moogt zijn met de gelukzaligen. Want dan zullen de rechtvaardigen met grote vrijmoedigheid zich verheffen over hen, die hen hier ten onrechte benauwd en verdrukt hebben (1). Dan zal hij recht staan om te oordelen, die zich hier ootmoedig onderwerpt aan de oordelen der mensen. Dan zal de arme en ootmoedige een grootvertrouwen hebben, en de hovaardige zal van alle kanten met vrees bevangen zijn.

Dan zal blijken, dat hij hier zeer wijs is geweest, die om Christus heeft leren dwaas en veracht te zijn. Dan zal het lijden, dat men geduldig zal hebben verdragen, verheugen, en alle boosheid zal de mond sluiten (2). Dan zullen alle godvrezenden zich verblijden, en de goddeloze zal in droefheid gedompeld zijn. Dan zal het getuchtigde lichaam zich meer verheugen dan indien het in de weelde ware gekoesterd geweest. Dan zal het grove kleed schitteren, en het fijne kleed zal duister worden. Dan zal een arm hutteke meer geprezen worden dan een van goud glinsterend paleis. Dan zal het standvastig geduld meer helpen dan de macht van geheel de wereld. Dan zal de eenvoudige gehoorzaamheid meer geprezen worden dan alle aardse arglistigheid.

Dan zal een zuiver en goed geweten meer blijdschap geven dan hoge geleerdheid. Dan zal de versmading der rijkdommen zwaarder wegen dan al de schatten der aarde. Dan zult gij meer troost smaken om een godvruchtig gebed, dan om een kostelijke maaltijd. Dan zult gij blijder zijn over een welbewaard stilzwijgen, dan over lange gesprekken. Dan zullen de heilige werken van meerder waarde zijn, dan schone woorden. Dan zal een streng leven en harde boete meer behagen dan alle wereldse vermaken. Leer nu in t kleine lijden, opdat gij dan van het zwaardere bevrijd moogt zijn. Beproef eerst hier wat gij namaal zult kunnen lijden. Kunt gij nu zo weinig verdragen, hoe zult gij dan de eeuwige pijnen kunnen uitstaan? Indien een matig lijden u hier zo ongeduldig maakt, wat zal de hel dan doen? Zie, gij kunt geen twee vreugden genieten: hier in de wereld uw vermaakt nemen, en daarna met Christus heersen.

Indien gij tot op de huidige dag toe in alle eer en weelde geleefd hadt, wat zou dit alles u baten, indien gij nu op staande voet moest sterven? Alles is dus ijdelheid, behalve God beminnen en Hem alleen dienen. Want die God uit ganser harte bemint, vreest noch dood, noch pijn, noch oordeel, noch hel; wijl de volmaakte liefde veiliger toegang geeft tot God. Maar het is geen wonder, dat hij, die nog vermaak schept in de zonde, de dood en het oordeel vreest. Het is echter goed, indien de liefde Gods u nog van de zonden niet wederhoudt, dat de vrees der hel u beteugele. Doch, die de vrees Gods weinig acht, kan niet lang in het goed volharden, maar hij zal welhaast in de strikken van de duivel vallen.

1) Wijsh. 5: 1

2) P. CVI: 42

Thomas a Kempis

Over de Navolging van ChristusAbonneren per email (dagelijks van 27/11/2016 tot 16/06/2017 in de sterke tijden)