Boek II Hoofdstuk 2 Over nederige onderwerping

Acht niet veel wie voor u of tegen u is; maar maak met zorg dat God met u zij in alles wat gij doet. Bewaar een goed geweten, en God zal u wel verdedigen. Want die God helpen wil, die kan niemands boosaardigheid hinderen. Indien gij kunt lijden en zwijgen, zo zult gij zonder twijfel de hulp van God gewaar worden. Hij kent de tijd en de wijze om u te verlossen; daarom moet gij u op Hem verlaten. Het is Gods werk hulp te bieden, en van alle beschaamdheid te bevrijden. Het is dikwijls zeer dienstig, om onze ootmoed te vermeerderen, dat andere mensen onze gebreken kennen en berispen.

Als de mens zich verootmoedigt om zijn gebreken, dan stelt hij anderen gemakkelijk tevreden, en hij verzoent zich licht met wie op hem vergramd waren. God bewaart en verlost altijd de ootmoedige; Hij bemint en vertroost de ootmoedige; Hij neige zich tot de ootmoedige; aan de ootmoedige geeft Hij grote genade, en na zijn verdrukking verheft Hij hem tot de glorie. Aan de ootmoedige openbaart Hij zijn geheimen, en trekt en lokt hem minzaam. Een ootmoedig mens bewaart de vrede, als hem enige beschaming wordt aangedaan, want hij steunt op God, en niet op de wereld.

Thomas a Kempis

Over de Navolging van ChristusAbonneren per email (dagelijks van 27/11/2016 tot 16/06/2017 in de sterke tijden)