Boek III Hoofdstuk 12 Over het beoefenen van geduld en het worstelen tegen de driften

DE ZIEL. – O Heer en God! Ik zie hoezeer het geduld mij nodig is (1): want in dit leven komen vele zwarigheden voor. En hoe ik het ook schik om vrede te hebben, mijn leven kan zonder strijd en lijden niet zijn.

CHRISTUS. – Dit is waar, mijn zoon, doch ik wil niet dat gij zulke vrede zoekt, die vrij van bekoringen is en geen tegenkanting gevoelt: Maar dat gij ook dan de ware vrede denkt gevonden te hebben, wanneer gij door vele bekoringen geoefend, en door moeilijkheden beproefd wordt. Zo gij zegt dat gij niet veel kunt uitstaan, hoe zult gij dan de brand van het vagevuur kunnen doorstaan? Van twee kwalen moet gij altoos de minste kiezen. Om dan hiernamaals de eeuwige pijnen te ontgaan, moet gij het tegenwoordig lijden om God met geduld trachten te verdragen. Meent gij dat de wereldse mensen niets of weinig te lijden hebben? Gij zult ze niet vinden, al zocht gij onder de meest vertroetelden.

Maar zij hebben, zegt gij, vele genoegens, zij volgen hun eigen wil, en daarom voelen zij hun kwellingen niet veel.

Het zij zo, en dat zij hebben wat hun hart begeert; maar hoe lang zal dit duren? Zie, gelijk de rook zullen die op de wereld rijk en weelderig zijn, vergaan (2), en daar zal geen herinnering blijven aan hun vroegere vreugde. Maar zelfs gedurende hun leven genieten zij dit niet zonder bitterheid, verdriet en vrees. Want juist waar zij eerst genoegen in smaken, daarvan ontvangen zij dikwijls pijn en straf. En dat met recht: het is billijk dat de bitterheid en schande de vermaken vergezellen, die men in de ongeregeldheid zoekt. O hoe kort, hoe bedrieglijk, hoe strafwaardig, hoe eerloos die vermaken!

En nochtans zo verblind, zo bedwelmd zijn haar minnaars, dat zij dit niet zien: maar als redeloze dieren lopen zij in de dood van hun ziel, om een kort genot in dit sterfelijk leven. Gij dan, mijn zoon, volg uw driften niet in, en zie af van uw eigen wil (3). Neem uw vermaak in de Heer, en Hij zal u geven wat uw hart begeert (4).

Indien gij oprechte vreugd wilt smaken, en alle overvloedige troost van mij ontvangen, veracht alle wereldse dingen, verwerp alle lage vermaken, en Ik zal u zegenen, en met mijn onuitputbare vertroostingen u gelden. En hoe meer gij u aan alle troost der schepselen zult onttrekken, hoe zoetere en krachtigere vertroostingen gij in Mij zult vinden. Maar in het eerst zult gij daartoe niet komen zonder enige droefheid, arbeid en strijd. De ingewortelde gewoonte zal u tegenstand bieden: maar gij zult ze door een beter gewoonte overwinnen. Het vlees zal klagen en morren; maar het zal door de vurigheid van de geest bedwongen worden. De oude slang (5) zal u prikkelen en kwellen; maar gij zult haar verdrijven door het gebed, en door nuttige arbeid zult gij haar de ingang van uw hart sluiten.

(1) Hebr. 10: 36 (2) Ps. 36: 20 (3) Eccl. 18: 30 (4) Ps. 36: 3 (5) Openb. 12: 9

Thomas a Kempis

Over de Navolging van ChristusAbonneren per email (dagelijks van 27/11/2016 tot 16/06/2017 in de sterke tijden)