Boek III Hoofdstuk 13 Over de gehoorzaamheid van een nederig onderdaan

CHRISTUS. – Mijn zoon! wie zich zoekt te onttrekken aan de gehoorzaamheid, onttrekt zich aan mijn genade: en wie iets voor zich alleen wil bezitten, verliest wat hij met anderen gemeen heeft. Zo iemand zich niet gewillig aan zijn overste onderwerpt, is het een teken dat zijn lichaam hem niet volkomen onderworpen is, maar dat het dikwijls wederspannig is en tegenmort. Leer u dan op t eerste woord onderwerpen aan uw overste, zo gij uw eigen vlees onder bedwang wilt brengen. Want de uitwendige vijand wordt lichter overwonnen, wanneer de mens inwendig de vrede bezit. Uw ziel heeft geen lastigere, geen ergere vijand dan gijzelf, wanneer gij niet wel met de geest overeenstemt. Gij moet uzelf gans verachten, indien gij vlees en bloed wilt overwinnen. Omdat gij uzelf ongeregeld bemint, daarom kunt gij u niet ten volle overgeven aan de wil van anderen.

Maar is het dan een zo beduidende zaak, dat gij, die niets anders zijt dan stof en niets, u om God onder een mens stelt; daar Ik, die de Almogende en de Allerhoogste ben, die alles uit niet geschapen heb, Mij om uwentwil ootmoedig aan de mens heb onderworpen. Ik ben de nederigste en de minste van allen geworden, opdat gij uw hovaardigheid door mijn ootmoed overwinnen zoudt. Leer onderdanig zijn, gij, slijk der aarde; leer u vernederen, gij, stof en as, en u buigen onder de voeten van alle mensen. Leer uw wil breken, en de onderwerping in alles beoefenen. Word boos tegen uzelf, en laat geen opgeblazenheid in u blijven; maar wees zo nederig en zo klein, dat iedereen over u moge gaan, en u als slijk met de voeten treden. O, ijdel mens! wat hebt gij te klagen? Kunt gij, snode zondaar, u verzetten tegen die u verguizen, gij, die zo dikwerf God vergramd, en zo dikwijls de hel verdiend hebt? Maar mijn oog heeft u gespaard, want uw ziel is voor mijn aanschijn dierbaar geweest: opdat gij mijn liefde zoudt kennen, en immer dankbaar wezen voor mijn weldaden. En opdat gij u tot de ware onderwerping en ootmoed zoudt begeven, en geduldig de versmadingen, die u overkomen, verdragen.

Thomas a Kempis

Over de Navolging van ChristusAbonneren per email (dagelijks van 27/11/2016 tot 16/06/2017 in de sterke tijden)