Boek III Hoofdstuk 17 Men moet alle zorg in God stellen

CHRISTUS. – Zoon! Laat Mij met u doen wat Mij belieft; Ik weet wat u dienstig is.

Gij denkt als een mens, en gij oordeelt over vele dingen, gelijk menselijke neiging u dat ingeeft.

DE ZIEL. – Heer, het is alzo. Uw bezorgdheid voor mij is groter dan die ikzelf voor mij kan hebben. Wie zijn zorg bij U niet neerlegt (1), die is in gevaar van te vallen. Heer, doe met mij volgens het U belieft, als maar mijn wil oprecht en vast op U gericht blijft. Want het kan niet dan goed zijn, wat Gij ook met mij doet. Wilt Gij dat ik in de duisternis zij, wees gezegend; en wilt Gij dat ik in het licht zij, wees andermaal gezegend. Indien Gij U gewaardigt mij te troosten, wees gezegend; en wilt Gij mij kwellingen overzenden, wees niettemin gezegend.

CHRISTUS. – Zoon! Zo moet gij gestemd zijn, indien gij met Mij wilt handelen. Gij moet even zo bereid zijn tot lijden als tot verblijden. Gij moet even gaarne arm en behoeftig zijn, als rijk en gegoed.

DE ZIEL. – Heer! Gaarne wil ik voor U lijden alles wat U belieft mij over te zenden. Ik wil onverschillig van uw hand goed en kwaad, zoet en bitter, blijdschap en droefheid ontvangen; en U dank brengen voor alles wat mij overkomt. Bewaar mij maar van alle zonde, en ik zal dood, noch hel vrezen. Als gij mij maar voor eeuwig niet verstoot (2) en mijn naam niet uit het boek des levens wist (3), kunnen geen welkdanige kwellingen mij hinderen.

(1) 1 Petr. 5: 7 (2) Ps. 77: 8 (3) Apoc. 3: 5

Thomas a Kempis

Over de Navolging van ChristusAbonneren per email (dagelijks van 27/11/2016 tot 16/06/2017 in de sterke tijden)