Boek III Hoofdstuk 2 De waarheid spreekt in ons zonder gedruis van woorden.

De ziel. – Spreek Heer, want uw dienaar luistert (1).

Ik ben uw dienaar; geef mij verstand opdat ik uw geboden moge kennen(2). Neig mijn hart naar de woorden van uw mond: dat uw spraak als morgendauw vloeie. (2) De kinderen van Isral zeiden eertijds tot Mozes: Spreek gij tot ons, en wij zullen luisteren; maar dat de Heer tot ons niet spreke, opdat wij niet sterven (3).

O Heer, z bid ik niet: maar liever smeek ik ootmoedig met de profeet Samuel: Spreek, Heer! Want uw dienaar luistert (4). Niet Mozes spreke tot mij, of iemand van de profeten, maar spreek Gij liever, Heer! Die de ingever en de verlichter van al de Profeten zijt; want Gij alleen kunt zonder hen mij volkomen leren; maar zij vermogen zonder U niets.

Zij kunnen wel woorden laten klinken, maar de geest geven zij niet. Zij spreken zeer schoon; maar als Gij zwijgt, kunnen zij het hart niet ontvlammen. Zij leren ons de letter; maar Gij ontsluiert de zin. Zij stellen de geheimen voor; maar Gij licht de zegel op, die ze voor t verstand verborgen hield. Zij verkondigen uw geboden, maar Gij helpt om ze te volbrengen. Zij wijzen de weg, maar Gij geeft sterkte om die te bewandelen. Zij werken alleen van buiten, maar Gij onderwijst en verlicht de harten. Zij besproeien van buiten, maar Gij geeft de vruchtbaarheid.

Zij roepen met woorden, maar Gij geeft aan t gehoor de gave om te verstaan. Dat Mozes dan niet tot mij spreke; maar Gij, mijn God, die de eeuwige Waarheid zijt, spreek Gij, opdat ik niet sterve, en niet zonder vrucht blijve luisteren, als ik alleen door uitwendige raad vermaand en van binnen niet ontvlamd word! Opdat het mij geen vonnis berokkene, uw woord gehoord en niet volbracht, gekend en niet bemind, geloofd en niet onderhouden te hebben. Spreek dan, Heer, want uw dienaar luistert: Gij hebt immers de woorden van het eeuwig leven (5). Spreek tot mij om enige troost aan mijn ziel te geven, en tot verbetering van geheel mijn leven; alsook tot uw lof, uw eer en uw eeuwige glorie.

(1) 1 Kon. 3: 9 (2) Ps. 118: 125 (3) Ex. 20: 9 (4) 1 Kon. 3: 9 (5) Joh. 6: 69

Thomas a Kempis

Over de Navolging van ChristusAbonneren per email (dagelijks van 27/11/2016 tot 16/06/2017 in de sterke tijden)