Boek III Hoofdstuk 26 Over de grote waarde van een vrij gemoed, dat men eer bekomt door het smeekgebed dan met het lezen

DE ZIEL. – Heer! Het is een werk van grote volmaaktheid, nooit te verflauwen in de zuivere begeerte der hemelse dingen, en in het midden der wereldse bekommernissen voort te gaan alsof men er geen had: niet zoals een ongevoelig mens, maar uit een zekere vrijheid des harten, omdat men aan geen schepsel uit ongeregelde liefde gehecht is.

Ik bid U dan, o genadige Heer, verlos mij van de zorgen dezer wereld, opdat ik er niet in verwarre; van de noodwendigheden van het lichaam, opdat ik niet gevangen worde door de zinnelijkheid; van alle beletselen der ziel, opdat ik niet door bezwaren gebroken bezwijke. Ik spreek niet van zulke dingen, die de wereldse ijdelheid met volle begeerte zoekt; maar van die ellenden, welke, als een gevolg van de algemene vloek over de stervelingen, mij, uw dienaar, bezwaren, en beletten de vrijheid van geest te genieten, zo dikwijls het lust.

O mijn God, onuitsprekelijke zoetheid, verkeer voor mij in bitterheid alle lichamelijke troost, die mij aftrekt van de liefde tot de eeuwige goederen en mij tot zonde lokt door de aanblik van tijdelijk goed of vermaak. Laat mij niet overwonnen worden, o mijn God, door vlees en bloed; laat de wereld met haar kortstondige roem mij niet bedriegen, of de duivel met zijn met zijn arglistigheid mij verschalken. Geef mij sterkte om te wederstaan, geduld om te lijden, standvastigheid om te volharden. Geef mij, in plaats van al de wellusten dezer wereld, de zoete zalving van uw geest, en in plaats van de aardse liefde, de liefde voor uw naam.

Zie, spijs, drank, klederen en andere hulpmiddelen, tot onderhoud van het lichaam, strekken tot last aan een vurige ziel. Verleen mij, zulke verkwikkingen matig te gebruiken, en mij daaraan niet te hechten door te grote begeerte. Men mag niet alles afschudden, want de natuur moet haar nooddruft hebben, doch overvloed of zinnelijk vermaak te zoeken, dit verbiedt uw heilige wet; want anders zou het vlees tegen de geest weerspannig worden. Dus bid ik U, dat uw hand mij in dit alles leide, en mij lere in alles matig te zijn.

Thomas a Kempis

Over de Navolging van ChristusAbonneren per email (dagelijks van 27/11/2016 tot 16/06/2017 in de sterke tijden)