Boek III Hoofdstuk 27 Dat eigenliefde allermeest van het hoogste goed verwijdert

CHRISTUS. – Zoon, gij moet u geheel aan Mij geven, en voor uzelf niets behouden. Weet dat de liefde tot uzelf u meer hindert dan enige zaak ter wereld. Volgens de liefde en neiging, die gij hebt, zult gij aan iedere zaak min of meer gehecht zijn. Is uw liefde zuiver, eenvoudig en wel geregeld, zo zult gij aan niets gekluisterd liggen. Begeer niet, wat gij niet moogt bezitten. Wil ook niet bezitten, wat u kan hinderen en u de vrijheid des harten benemen. Het is wonder, dat gij u niet uit de grond van uw hart geheel aan Mij overgeeft, met alles wat gij kunt wensen of bezitten.

Waarom wordt gij gekweld met ijdele droefheid? Waarom u vermoeid met onnodige zorgen? Stel u geheel in mijn wil, en gij zult geen nadeel lijden. Indien gij dit of dat verlangt, en hier of daar wilt zijn, om uw gemak of om meer uw eigen wil te hebben, zo zult gij nooit gerust van hart, noch vrij van kommer zijn, want in alle dingen zult gij een gebrek vinden, en op alle plaatsen iemand die u tegenstreeft.

Het helpt dan weinig uitwendige dingen te bekomen of te vermeerderen; het is veel beter die te versmaden, en met wortel uit te roeien. Dit moet gij niet alleen verstaan van schatten en rijkdommen, maar ook van het streven naar eer en ijdele lof, want al deze dingen gaan voorbij met de wereld. De plaats bevrijdt weinig, als de geest van ijver ontbreekt; en de vrede, die uitwendig gezocht wordt, zal niet lang duren, als de staat des harten de ware grondslag mist; dat is, indien gij in Mij niet berust, kunt gij u wel verplaatsen, maar uw lot niet verbeteren. Want bij de eerste gelegenheid, die er voorkomt, zult gij vinden, wat gij hebt willen ontvluchten, ja, nog erger.

Gebed om zuiverheid der harten en hemelse wijsheid

Versterk mij, o God, door de genade van de Heilige Geest. Geef dat de kracht, in de inwendige mens versterkt worde (1) en mijn hart zich ontdoe van alle onnuttige zorg en angst, en mij niet meer late vervoeren door de begeerlijkheid van aardse dingen, gering of kostbaar; maar dat ik alle dingen aanzie als vergankelijk, en mijzelf als moetende met hen voorbijgaan. Want niets is onbestendig onder de zon, t is alles ijdelheid en kwelling des geestes (2). O hoe wijs is hij, die het alzo beschouwt!

Geef mij ook, o Heer, de hemelse wijsheid, opdat ik lere U boven alles te zoeken en te vinden, boven alles te smaken en te beminnen verder alle dingen aan te zien gelijk zij in waarheid zijn, volgens ordening van uw wijsheid. Leer mij met voorzichtigheid de vleier vermijden, de tegenkanter geduldig verdragen; want het is grote wijsheid, zich niet te laten bewegen door alle woorden, en niet te luisteren naar bedrieglijke vleitaal; want alzo gaat men veilig voort op de ingeslagen weg.

(1) Ef. 3: 16 (2) Eccl. 1: 14

Thomas a Kempis

Over de Navolging van ChristusAbonneren per email (dagelijks van 27/11/2016 tot 16/06/2017 in de sterke tijden)