Boek III Hoofdstuk 33 Over de onstandvastigheid des harten, en de plicht ons einddoel in God te stellen

CHRISTUS. – Zoon, vertrouw niet veel op uw stemming van dit ogenblik, want die kan spoedig veranderen. Zolang gij leeft, zult gij aan verandering onderhevig zijn, en dit met of tegen uw wil; nu blijgemoed, dan droevig; nu gerust, dan ongerust; nu godvruchtig, dan zonder godsvrucht; nu naarstig, dan traag; nu ernstig, dan lichtzinnig. Maar de wijze, die in t geestelijke wel geoefend is, verheft zich boven al dat wisselvallige. Hij geeft geen acht wat hij in zijn gemoed gevoelt, of van welke zijde de wind der ongestadigheid blaast; maar hierop, dat zijn ziel met volle krachtinspanning naar het voorgeschreven en gewenste doel vooruitga. En zo is het dat hij in het midden van allerhande lotswisselingen op Mij alleen zijn mening en inzichten stellende, onwrikbaar en altoos een en dezelfde blijft.

En hoe zuiverder het oog der mening is, hoe standvastiger men te midden der menigvuldige stormen wandelt. Maar dat oog wordt in velen verduisterd, omdat men zich licht keert tot iets vermakelijks dat zich voordoet. Want zelden wordt er iemand gevonden, die gans vrij is van de vlek der zelfzucht. Zo kwamen eertijds de Joden te Bethani tot Maria, en Martha, niet voor Jezus alleen, maar tevens om Lazarus te zien. (1) Men dient dus het oog van zijn mening te zuiveren, opdat het eenvoudig en oprecht weze, en het tussen allerhande voorvallen en veranderingen tot Mij te sturen.

(1) Joh. 12: 9

Thomas a Kempis

Over de Navolging van ChristusAbonneren per email (dagelijks van 27/11/2016 tot 16/06/2017 in de sterke tijden)

  • Tevreden over deze inhoud?
  • ja   nee