Boek III Hoofdstuk 39 Dat men in zijn zaken niet al te bezorgd moet zijn

CHRISTUS. – Zoon! beveel Mij altijd uw zaken aan; Ik zal alles ten beste schikken op zijn tijd. Wacht naar mijn beschikking, en gij zult er baat bij hebben.

DE ZIEL. – Heer, zeer gaarne laat ik U al mijn zaken over; want mijn gedachten kunnen mij weinig baten. Ach, dat ik voor de toekomst niet bekommerd en beangstigd ware, en mij in alles terstond aan uw welbehagen opdroeg.

CHRISTUS. – Zoon, dikwijls jaagt de mens met drift een zaak na, die hij gaarne had: maar als zij ze bekomen heeft, zo begint hij anders te denken; want zijn neigingen blijven niet lang staan op een en dezelfde zaak, maar drijven hem gedurig van het een tot het ander.

Het is daarom van geen gering belang, zichzelf ook in het minste te verloochenen.

De ware vooruitgang van de mens ligt in zelfverloochening, en de mens die zich verloochent, is zeer vrij en gerust. Maar de oude vijand, die strijdt tegen al wat goed is, houdt niet op te bekoren; dag en nacht legt hij listen en lagen, hopende de onvoorzichtige eens in zijn strikken te vangen. Waakt en bidt, zegt de Heer, opdat gij in geen bekoring valt (1).

(1) Matth. 26: 41

Thomas a Kempis

Over de Navolging van ChristusAbonneren per email (dagelijks van 27/11/2016 tot 16/06/2017 in de sterke tijden)