Boek III Hoofdstuk 44 Men moet zich de uitwendige dingen niet te veel aantrekken

CHRISTUS. – Zoon, gij moet in vele dingen onwetend blijven (1), en u aanzien als een dode op de aarde, voor wie geheel de wereld gekruisigd is. Gij moet ook veel met dove oren laten voorbijgaan, en liever denken op wat uw vrede bevordert. Het is beter uw ogen af te keren van wat u mishaagt, en ieder in zijn goeddunken te laten, dan aanleiding te geven tot twisten. Indien gij met God wl staat, en altijd op zijn oordeel denkt, zo zult gij licht verdragen dat men u ongelijk geve.

DE ZIEL. – O heer! Waartoe zin wij gekomen? Zie, men beweent een tijdelijk verlies; men loopt en arbeidt om een klein gewin; en het geestelijk verlies wordt vergeten; ternauwernood komt men na lange tijd tot andere gedachten. Men geeft achting op wat weinig of niet baat; en wat allermeest nodig is, wordt veronachtzaamd; omdat de gehele mens zich buitenwaarts uitstort, en, tenzij hij niet ras tot bezinning komt, met vermaak in het uitwendige rusten blijft.

(1) Eccl. 32: 12

Thomas a Kempis

Over de Navolging van ChristusAbonneren per email (dagelijks van 27/11/2016 tot 16/06/2017 in de sterke tijden)