Boek III Hoofdstuk 47 Voor het eeuwig leven moet men alle bezwaren verdragen

CHRISTUS. – Zoon! Word niet kleinmoedig in de arbeid, die gij om mijnentwil op u hebt genomen, en wees niet neerslachtig om enige kwellingen; maar dat mijn belofte u bij iedere gebeurtenis versterke en vertrooste. Ik ben machtig genoeg om u daarvoor te lonen boven alle paal en maten. Gij zult niet lang arbeiden of niet altijd gedrukt worden door smarten en lijden. Wacht een weinig, en gij zult welhaast het einde van uw ellende zien. Het uur zal komen, waarop alle arbeid en pijn zullen ophouden. Al wat met de tijd voorbijgaat, is klein en kortstondig.

Doe naarstig wat gij te doen hebt, arbeid getrouw in mijn wijngaard, en Ikzelf zal uw loon zijn. Schrijf, lees, zing, zucht, bid, verdraag kloekmoedig tegenspoed: het eeuwig leven is dit alles en nog groter strijd waardig. De vrede zal komen op een dag, die de Heer bekend is, en daar zal geen dag of nacht meer gelijk wezen in deze tijd; maar eeuwig licht en oneindige klaarheid, vaste vrede en volle rust. Dan zult gij niet zeggen: Wie zal mij verlossen van dit sterfelijk lichaam? (1); of roepen: Helaas, dat mijn ballingschap zo lang duurt! (2) want de dood zal teniet gedaan zijn (3), en de zaligheid zal eeuwig duren; daar zal geen vrees, maar zalige blijdschap zijn en een eerlijk en zoet gezelschap.

Ach, hadt gij in de hemel de eeuwige kronen van zijn heiligen gezien, en in hoe grote glorie zij zich nu verheugen, die eertijds door de wereld versmaad waren, en gehouden werden als dit leven niet waardig te zijn; voorwaar, gij zoudt u aanstonds tot in het stof vernederen en liever begeren aan allen onderworpen, dan boven n gesteld te zijn. Gij zoudt hier ook geen blijde dagen verlangen, maar eerder u verblijden voor God te lijden; en gij zoudt voor een groot voordeel achten bij de mensen voor niets gehouden te worden.

Ach, indien gij smaak vondt in deze leringen, en zij u diep ter harte gingen, hoe zoudt gij een enkele keer kunnen klagen? Moet men voor het eeuwig leven niet de zwaarste arbeid verdragen? Het is geen kleine zaak het rijk Gods te verliezen of te winnen. Hef dan uw ogen opwaarts tot de hemel, zie, Ik en mijn heiligen, die in deze wereld grote strijd gehad hebben, zijn nu in blijdschap, in vertroosting, in rust, en zullen eeuwig in het rijk van mijn Vader blijven.

(1) Rom. 7: 24 (2) Ps. 119: 5 (3) Is. 25: 8

Thomas a Kempis

Over de Navolging van ChristusAbonneren per email (dagelijks van 27/11/2016 tot 16/06/2017 in de sterke tijden)

  • Tevreden over deze inhoud?
  • ja   nee