Boek III Hoofdstuk 53 Dat Gods genade niet samengaat met aardsgezindheid

CHRISTUS. – Zoon, mijn genade is kostbaar; zij wil niet gemengd worden met uitwendige of met aardse vertroostingen. Daarom moet gij alle beletselen der genade verbannen, indien gij haar invloed wenst te ontvangen. Zoek de eenzaamheid, wees gaarne alleen met uzelf; zoek samenspraak met niemand; maar richt liever godvruchtig uw gebed tot God, opdat gij een vermorzeld hart en een zuiver geweten moogt behouden. Acht de wereld voor niets, en verkies boven alle uitwendige dingen gedurig in omgang te zijn met God. Want gij kunt met mij niet bezig zijn, en tezamen u met het vergankelijke vermaken. Gij moet u verwijderen van kennissen en vrienden, en uw hart vrij bewaren van alle tijdelijke vertroosting. Zo vermaant de H. Petrus (1) dat de gelovigen zich gedragen zouden als pelgrims en vreemdelingen op deze wereld.

O wat groot vertrouwen zal de stervende hebben, die in de wereld door niets wordt terug gehouden. Maar een zwak gemoed kan nog niet alzo van alles gescheiden zijn, en de vleselijke mens kent de vrijheid niet van de inwendige mens. Nochtans moet hij, die waarlijk een inwendig mens wil zijn, zich afscheiden zo van vreemden als van vrienden; en voor niemand zich meer wachten dan voor zichzelf. Indien gij uzelf volkomen overwint, zult gij licht over het overige zegepralen. Dit is de volmaaktste zegepraal, dat men zichzelf overwint. Want wie zichzelf in bedwang kan houden, zodanig dat de zinnelijkheid aan de rede, en de rede in alles aan Mij onderdanig is, die is waarlijk overwinnaar van zichzelf en meester der wereld.

Indien gij tot deze volmaaktheid ziekt te komen, zo moet gij manhaftig beginnen, en de bijl aan de wortel zetten, om alle geheime en ongeregelde neiging tot uzelf en tot alle eigen stoffelijk welzijn uit te roeien en te vernietigen. Van dit een gebrek, dat de mens zichzelf te zeer bemint, hangt bijna alles af wat wij moeten overwinnen: en als dit gebrek overwonnen zal zijn, zal er terstond in ons hart een duurzame vrede en rust heersen. Maar omdat weinigen zich volkomen trachten af te sterven, en geheel buiten zichzelf te treden, daarom blijven zij in zichzelf verward, en kunnen zich boven henzelf in de geest niet verheffen. Doch wie in volle vrijheid des harten met Mij verkeren wil, die moet zijn kwade en ongeregelde begeerten geheel afsterven, en geen schepsel aanhangen uit zinnelijke neiging.

(1) 1 Petr. 2: 11

Thomas a Kempis

Over de Navolging van ChristusAbonneren per email (dagelijks van 27/11/2016 tot 16/06/2017 in de sterke tijden)

  • Tevreden over deze inhoud?
  • ja   nee