Boek III Hoofdstuk 56 Dat men zichzelf verloochenen moet, en Christus navolgen door het kruis

CHRISTUS. – Zoon, hoe meer gij aan uzelf vaarwel zegt, hoe meer gij in Mij zult overgaan. Gelijk de inwendige vrede bestaat in niets uitwendigs te begeren, zo wordt men met God verenigd in inwendige zelfverzaking. Ik wil dat gij uzelf volkomen leert verzaken volgens mijn behagen, zonder klagen of tegenspreken. Volg mij: Ik ben de weg, de waarheid en het leven (1). Zonder weg gaat men niet; zonder waarheid kent men niet; zonder leven leeft men niet. Ik ben de weg die gij volgen, de waarheid die gij geloven, het leven dat gij hopen moet. Ik ben de enige veilige weg, de onfeilbare waarheid, het eindeloze leven. Ik ben de rechte weg, de opperste waarheid, het ware zalige, ongeschapen leven. Indien gij op mijn weg blijft, zult gij de waarheid kennen, en de waarheid zal u verlossen, en gij zult tot het eeuwig leven komen (3).

Wilt gij tot het eeuwig leven ingaan, onderhoud de geboden (3).

Wilt gij de waarheid kennen, geloof mijn woorden.

Wilt gij volmaakt zijn, verkoop alles (4).

Wilt gij mijn leerling zijn, verloochen uzelf (5).

Wilt gij het eeuwig leven bezitten, veracht het tijdelijke.

Wilt gij in de hemel verheven worden, verneder u op aarde.

Wilt gij met Mij heersen, draag uw kruis met Mij.

Want de dienaars van het kruis alleen vinden de weg der zaligheid en van het ware licht.

DE ZIEL. – O Heer Jezus, aangezien uw leven streng was en versmaad door de wereld, geef mij met verachting der wereld u na te volgen. De leerling is zeker niet boven de meester, en de knecht niet groter dan zijn heer (6). Dat uw dienaar zich oefene in uw leven, want daar is mijn zaligheid en ware heiligheid te vinden. Al wat ik hoor of lees buiten uw leven, kan mij niet verkwikken, noch volkomen behagen.

CHRISTUS. – Zoon, aangezien gij dit alles weet en gelezen hebt, zo zult gij gelukkig zijn, zo gij het volbrengt (7). Zo, wie mijn geboden kent en ze onderhoudt, die bemint Mij en dien zal Ik ook beminnen, en Ik zal Mij aan hem openbaren (8): en Ik zal hem met Mij doen aanzitten in het rijk van mijn Vader (9).

DE ZIEL. – Heer Jezus, laat het geschieden gelijk Gij gezegd en beloofd hebt, en maak mij dit oneindig geluk waardig. Ik heb het kruis van uw hand ontvangen: ik heb het aangenomen en wil het dragen, ja tot de dood toe, gelijk Gij het mij opgelegd hebt. Het leven van een goed kloosterling, voorwaar is een gedurig kruis maar een kruis dat tot het paradijs leidt. Wij hebben het werk begonnen, wij mogen niet terugwijken, of ook niet laten varen.

Welaan, broeders! Laten wij tezamen voortgaan: Jezus zal met ons zijn. Wij hebben dit kruis opgenomen om Jezus; laten wij om Jezus aan het kruis gehecht blijven. Hij, die onze leidsman is en onze voorganger, zal ook onze helper zijn. Ziet, onze Koning gaat voor ons op, en Hij zal voor ons strijden (10). Laat ons moedig volgen; niemand vreze of verschrikke; laten wij bereid zijn om heldhaftig in de strijd te sterven, en laten wij onze roem niet schandvlekken, met van het kruis weg te vluchten (11).

(1) 1 Joh. 14: 6 (2) Joh. 8: 31,32 (3) Matth. 19: 17 (4) Matth. 19: 21 (5) Matth. 16: 24 (6) Matth. 10: 24 (7) Joh. 13: 17 (8) Joh. 14: 21 (9) Apoc. 3: 21 (10) 2 Esdr. 4: 20 (11) 1 Mach. 9: 10

Thomas a Kempis

Over de Navolging van ChristusAbonneren per email (dagelijks van 27/11/2016 tot 16/06/2017 in de sterke tijden)