Boek IV Hoofdstuk 11 Het Lichaam van Christus en de heilige Schrift zijn voor de gelovige in hoge mate onmisbaar

De gelovige: Goede Heer Jezus, hoe groot is de mildheid die de godvruchtige gelovige mag ervaren, als hij met U aan uw gastmaal aanzit; waar hem geen andere spijs tot nuttiging wordt aangeboden dan U, zijn enige Beminde; die voor hem boven alles wat hij kan verlangen aantrekkelijk zijt.

Het zou mij een voldoening zijn in uw tegenwoordigheid uit diepe genegenheid tranen te storten en met de beminnende Magdalena uw voeten met tranen te bevochtigen.

Maar waar vind ik een dergelijke vroomheid? Waar is die overvloedige vloed van heilige tranen?

Zeker voor uw aanschijn en dat van uw heilige engelen zou heel mijn hart in vuur en vlam moeten staan en zou ik van vreugde moeten schreien.

Want ik heb U hier bij mij tegenwoordig in het Sacrament, hoewel verborgen onder een andere gedaante.

U in uw eigen goddelijke klaarheid te aanschouwen immers zouden mijn ogen niet kunnen verdragen; zelfs wie volstrekt rein was, zou niet bestand zijn tegen de glorievolle glans van uw majesteit.

Hierin komt Gij dus mijn hulpeloosheid tegemoet, dat Gij U in dit Sacrament verbergt.

Ik bezit hier waarlijk en aanbid Hem, die de engelen in de hemel aanbidden; maar ik voorlopig in geloof, zij van aangezicht tot aangezicht en zonder versluiering.

Ik moet tevreden zijn met het licht van het ware geloof en daarin wandelen, totdat de dag van de eeuwige klaarheid aanbreekt en de schaduwen van de beelden wijken.

Maar als eenmaal dat wat volmaakt is gekomen zal zijn, zal het gebruik van de sacramenten ophouden, omdat de zaligen in de hemelse glorie het sacramenteel geneesmiddel niet nodig hebben.

Want zij verheugen zich zonder einde over de tegenwoordigheid van God, wiens schoonheid zij van aangezicht tot aangezicht aanschouwen; en steeds meer omgevormd in de afgrondelijke heerlijkheid van God, proeven zij het Woord Gods dat vlees geworden is, zoals het vanaf het begin was en in eeuwigheid blijft.

Deze wonderen indachtig staat welke geestelijke vertroosting ook, mij tegen; want zolang ik mijn Heer niet openlijk in zijn glorie zie, acht ik alles niets wat ik in de wereld zie en hoor.

Gij zijt mijn getuige, God, dat geen enkele zaak mij kan troosten, geen schepsel mij rust kan geven, alleen Gij, mijn God, die ik verlang voor eeuwig te aanschouwen.

Maar dit is niet mogelijk zolang ik in deze sterfelijkheid verblijf.

Daarom moet ik mij wel afstemmen op een groot geduld en mijzelf bij elk verlangen aan U onderwerpen.

Want ook uw heiligen, Heer, die nu met U in het rijk der hemelen jubelen, hebben zolang zij leefden de komst van uw glorie met vertrouwen en groot geduld afgewacht.

Wat zij geloofden geloof ook ik, waarop zij hoopten hoop ook ik, waar zij zijn aangekomen, vertrouw ik door uw genade ook te zullen komen.

Intussen zal ik leven in geloof, versterkt door het voorbeeld van de heiligen.

Ik zal ook de heilige boeken hebben tot troost en als spiegel van het leven; en boven dit alles uw allerheiligst Lichaam als bijzonder middel en toevlucht.

Want twee dingen zijn naar mijn mening mij in dit leven hoogst nodig, zonder deze zou dit armzalig leven voor mij ondraaglijk zijn.

In de gevangenschap van dit lichaam vastgehouden, beken ik aan twee dingen behoefte te hebben: aan voedsel namelijk en aan licht.

Gij hebt mij, zwakkeling, uw heilig Lichaam gegeven tot herstel van ziel en lichaam en een lamp voor mijn voeten gesteld, uw woord (Ps. -119 : 105).

Zonder deze twee zou ik niet goed kunnen leven; want Gods woord is licht voor mijn ziel en uw Sacrament brood voor het leven.

Deze kunnen ook uw twee tafels worden genoemd: aan weerszijden geplaatst in de schatkamer van uw Kerk.

De ene tafel is die van uw heilig altaar dat het heilig brood bevat, dat is het kostbaar Lichaam van Christus.

De andere is die van de goddelijke wet waarin uw heilige leer is vervat, die het ware geloof leert en ontwijfelbaar binnenleidt in het binnenste, achter het voorhangsel waar zich het Heilige der Heiligen bevindt.

U zij dank, Heer Jezus, Licht van het eeuwige Licht, voor de tafel van uw heilige leer die Gij ons door uw dienaren de profeten en apostelen, en andere leraren hebt voorgehouden.

Dank zij U, Schepper en Verlosser van de mensen, die om aan heel de wereld uw liefde te bewijzen een groot maal hebt aangericht, waarin Gij niet het voorafbeeldende Lam, maar uw allerheiligst Lichaam en Bloed ter nuttiging hebt aangeboden:

Aldus alle gelovigen verblijdend met een heilig gastmaal en lavend met een heilbrengende kelk, waarin al de vreugden van het paradijs aanwezig zijn en waarbij met ons de heilige engelen maaltijd houden in nog groter geluk.

Hoe groot en eervol is de bediening van de priesters, aan wie gegeven werd de Heer van de majesteit met heilige woorden te consacreren, met de lippen te zegenen, in de handen te houden, met eigen mond te nuttigen en aan anderen toe te dienen.

Hoe rein moeten de handen zijn, hoe zuiver de mond, hoe heilig het lichaam, hoe onbevlekt het hart van de priester, bij wie zo dikwijls de Bewerker van de reinheid binnentreedt.

Uit de mond van een priester mogen alleen heilige, waardige en nuttige woorden voortkomen, uit de mond die zo dikwijls het Sacrament van Christus ontvangt.

Zijn ogen die gewoon zijn Christus Lichaam te aanschouwen, moeten eenvoudig zijn en kuis.

Zijn handen die gewoon zijn de Schepper van hemel en aarde aan te raken, zuiver en ten hemel geheven.

Tot de priesters in het bijzonder wordt in de wet gezegd: Weest heilig, omdat Ik heilig ben, de Heer, uw God (Lev. 19 : 2).

Uw genade helpe ons, almachtige God, opdat wij die de priesterlijke bediening hebben ontvangen, U waardig en godvruchtig in alle reinheid en met een goed geweten mogen dienen.

En kunnen wij niet in zulke onschuld van leven blijven als wij behoren te doen, verleen ons dan het kwaad dat wij hebben gedaan oprecht te betreuren, en in de geest van nederigheid; en met een vast besloten goede wil U voortaan vuriger te dienen.

Thomas a Kempis

Over de Navolging van ChristusAbonneren per email (dagelijks van 27/11/2016 tot 16/06/2017 in de sterke tijden)