Boek IV Hoofdstuk 14 Het vurig verlangen van sommige gelovigen naar het Lichaam van Christus

O hoe groot is de zoetheid Heer die Gij bewaard hebt voor wie U vrezen (Ps. 31 : 20).

Als ik denk aan sommige gelovigen die tot uw Sacrament met de grootste godsvrucht en liefde naderen.

Dan ben ik in mijn binnenste verward en beschaamd, dat ik zo lauw en koud nader tot uw altaar en de tafel van de heilige communie.

Dat ik zo dor en zonder gevoeligheid van hart blijf, dat ik voor U, mijn God, niet totaal ontvlamd ben;

En niet zo hevig aangetrokken en ontroerd als vele gelovigen geweest zijn, die uit vurig verlangen naar de communie en voelbare liefde in hun hart hun tranen niet konden bedwingen.

Met de mond, zowel met het hart als met het lichaam, gaven zij hun hevig verlangen te kennen naar U, God, de levende Bron. Zij wisten niet op welke wijze zij anders hun honger moesten matigen of stillen, als zij niet uw Lichaam met alle geestelijke blijdschap en vurige begeerte hadden ontvangen.

O waar en vurig geloof, dat zelf een aannemelijk bewijs wordt van uw heilige tegenwoordigheid.

Zij immers erkennen in waarheid hun Heer bij het breken van het brood (Lc. 24 : 35), van wie het hart zo vurig in hen brandt als Jezus met hen meegaat.

Van die liefde en godsvrucht, van die hevige liefde en vurigheid ben ik ver verwijderd.

Goede, milde, welwillende Jezus, wees mij genadig en geef uw arme bedelaar om tenminste van tijd tot tijd iets van een innige, hartelijke liefde bij de heilige communie te mogen voelen.

Dat daardoor mijn geloof krachtiger wordt, mijn hoop op uw goedheid mag toenemen en de liefde eenmaal volkomen ontbrand bij het ontvangen van het hemels manna, mij nooit meer ontbreekt.

Want uw barmhartigheid is in staat mij ook de gevraagde gunst te verlenen en als de dag van uw welbehagen is gekomen, mij uiterst genadig met de geest van vurigheid te bezoeken.

Want al brand ik niet van zulk een grote begeerte als zo velen die U bijzonder zijn toegewijd, toch heb ik dank zij uw goedheid reeds het verlangen naar dat vurig ontvlamd verlangen.

Ik bid en hoop deel te mogen uitmaken van al die vurige minnaars en gerekend te mogen worden onder hun getal.

Thomas a Kempis

Over de Navolging van ChristusAbonneren per email (dagelijks van 27/11/2016 tot 16/06/2017 in de sterke tijden)

  • Tevreden over deze inhoud?
  • ja   nee