Boek IV Hoofdstuk 7 Het onderzoek van het eigen geweten en het voornemen tot verbetering

De Heer: Vr alles behoort Gods priester om dit Sacrament te vieren, te behandelen en te nuttigen, met de grootste innerlijke nederigheid, met diepe eerbied, met een onvoorwaardelijk geloof en een liefdevolle gerichtheid op de eer van God naderbij te komen.

Onderzoek zorgvuldig uw geweten, zuiver en verhelder het naar vermogen door een waar berouw en een nederige biecht, zodat er bij uw weten niets bezwarends overblijft dat wroeging veroorzaakt en uw vrije toenadering verhindert.

Heb dan afkeer van al uw zonden in het algemeen en betuig uw spijt en berouw, meer in het bijzonder over uw dagelijkse overtredingen.

Als de tijd het toelaat belijd dan God in het binnenste van uw hart al de ellenden van uw leven.

Treur en wees bedroefd dat gij nog zo op het stoffelijke gericht en zo werelds gezind zijt;

Zo onverstorven in uw hartstochten, zo vol onrust in uw begeerten;

Zo weinig waakzaam in uw uiterlijke zintuigen, zo dikwijls verwikkeld in veel zinledige verbeeldingen;

Zo sterk geneigd naar het uiterlijke, zo onverschillig tegenover het innerlijke;

Zo gemakkelijk bereid tot lachen en uitgelatenheid, zo moeilijk te bewegen tot tranen van berouw;

Zo snel gereed tot een losser leven en de stoffelijke genoegens, zo traag tot stiptheid en vurigheid;

Zo begerig om iets nieuws te horen en mooie dingen te zien, zo aarzelend om een bescheiden of minder aanzienlijke taak op u te nemen;

Zo begerig om veel te hebben, zo gierig in het geven, zo taai in het vasthouden;

Zo onbedachtzaam in woorden, zo onbeheerst als er gezwegen moet worden;

Zo weinig fijngevoelig in uw welwillendheid, zo onbesuisd in uw handelen;

Zo onbeheerst bij eten en drinken, zo doof om Gods woord te aanhoren;

Zo snel gereed om te gaan rusten, zo schoorvoetend als er gewerkt moet worden;

Zo nieuwsgierig als er praatjes zijn, zo slaperig tijdens uw heilige waaktijd;

Zo verlangend naar het einde, zo verstrooid in uw aandacht;

Zo slordig in het voltooien van uw gebedstijden, zo lauw bij het mislezen, zo dor bij het communiceren;

Zo spoedig in gedachten afwezig, zo zelden geheel in uzelf gekeerd;

Zo snel geprikkeld tot verontwaardiging, zo lichtvaardig in het mishagen aan een ander;

Zo geneigd om te oordelen, zo hard in uw argumentatie;

Zo blij als het goed gaat; zo zwak als iets tegenloopt;

Zo druk in de weer met veel goede voornemens en maar weinig daarvan ten uitvoer brengend.

En als gij deze en uw andere fouten met leed en met ontevredenheid over uw eigen gebrekkigheid hebt betreurd en gebiecht, maak dan het vaste voornemen uw leven voortdurend te verbeteren en in het goede voortgang te maken.

Breng dan uzelf met algeheel vertrouwen en volledig vrije wil ter ere van mijn naam ten offer op het altaar van uw hart als een blijvend brandoffer, door uw lichaam en uw ziel aan Mij met getrouwheid over te laten.

Dit moet uw bedoeling zijn: dat gij verdient waardig te naderen om God het offer op te dragen en het Sacrament van mijn Lichaam tot uw heil te ontvangen.

Er is namelijk geen offerande zo waardig en geen voldoening zo groot om zonden uit te wissen dan zichzelf zuiver en geheel, te samen met het offer van Christus Lichaam, in de mis en de communie God aan te bieden.

Als de mens gedaan heeft wat in hem is en oprecht spijt betuigt zo dikwijls hij om genade en vergeving tot Mij komt, dan zegt de Heer: Ik leef en wil de dood van de zondaar niet maar wel dat hij zich bekeert en leeft (Ez. 33 : 11); want Ik zal zijn zonden niet langer indachtig zijn (Hebr. 10 : 17), maar alles zal hem zijn kwijtgescholden.

Thomas a Kempis

Over de Navolging van ChristusAbonneren per email (dagelijks van 27/11/2016 tot 16/06/2017 in de sterke tijden)