Boek IV Hoofdstuk 8 De opoffering van Christus aan het kruis en onze eigen overgave

Zoals Ik mijzelf met uitgestrekte armen aan het kruis en met een ontkleed lichaam voor uw zonden aan God de Vader vrijwillig heb opgedragen, zodat er niets in mij overbleef dat niet geheel in het offer van de goddelijke verzoening overging,

Zo moet ook gij uzelf aan Mij met vrije wil als een zuiver en heilig offer dagelijks in de mis met al uw krachten en genegenheden zo innig gij kunt aan Mij aanbieden.

Wat vraag Ik meer van u dan dat gij probeert uzelf aan Mij zonder voorbehoud weg te geven?

Wat gij ook geeft buiten uzelf, het heeft voor Mij geen waarde, want Ik zoek niet uw gaven maar u.

Zoals het voor u onvoldoende zou zijn alles te hebben behalve Mij, zo kan Mij niets behagen, wat gij mij ook, zoudt geven, zonder het offer van uzelf.

Offer uzelf aan Mij op en geef alles voor God, dan zal uw offerande aanvaard worden.

Zie, Ik heb mijzelf geheel aan de Vader aangeboden voor u; Ik gaf ook heel mijn Lichaam en mijn Bloed tot voedsel, opdat ik geheel de uwe zou zijn en gij de mijne zoudt blijven.

Maar blijft gij aan uzelf vasthouden en geeft gij u niet spontaan over aan mijn wil, dan is die offerande niet volmaakt en de vereniging tussen ons beiden niet volledig.

Daarom behoort aan al uw daden de vrijwillige overgave van uzelf in Gods .handen vooraf te gaan, als gij vrijheid en genade wilt verkrijgen.

Om deze reden immers worden zo weinigen werkelijk verlicht en inwendig vrij, omdat zij zichzelf niet geheel weten te verloochenen.

Dit is mijn besliste uitspraak: Als iemand niet verzaakt aan alles, kan hij mijn leerling niet zijn (Lc. 14 : 33)

Als gij dan mijn leerling wenst te zijn, offer uzelf dan aan Mij op met alles wat gij liefhebt.

Thomas a Kempis

Over de Navolging van ChristusAbonneren per email (dagelijks van 27/11/2016 tot 16/06/2017 in de sterke tijden)