Tag: paus

Quas Primas, Vigano en de synodaliteit

Horizontalisme

We roemen graag onze samenleving omdat ze horizontalistisch is. We hebben een democratie met algemeen enkelvoudig stemrecht waarin elke stem even zwaar weegt. We hebben een samenleving zonder standsverschillen en met gelijke kansen, zodat je geboorte of afkomst niet bepaalt welke rol je zal opnemen. We hebben tal van emancipatorische bewegingen achter de rug waardoor bepaalde bevolkingsgroepen uit hun achtergesteldheid zijn kunnen ontsnappen. Slavernij is al lang afgeschaft en met sociale uitbuiting is korte komaf gemaakt. We zijn niet langer onderworpen aan de grillen van hogere klassen waartoe we nooit zullen behoren.

Toch is dat horizontalisme relatief. Een meerderheid van de bevolking verbindt  zich als werknemer contractueel tot een organisatie die wél verticalistisch is. In een bedrijf heb je bazen en ook die bazen hebben op hun beurt bazen en die wensen te worden gehoorzaamd. Jongeren bewegen zich in scholen en in jeugdbewegingen of sportclubs waar ze, onder andere, leren omgaan met gezag. Dat vinden we, ondanks ons roemen op het horizontalisme, normaal.

We hebben immers de keuze. Wie een inkomen wil zonder onder gezag te staan, kan zelfstandig werken. Wie een diploma wil zonder naar school te gaan, kan studeren voor een middenjury. Wie wil voetballen zonder onder het gezag van een trainer te staan, kan op het pleintje met zijn vrienden een balletje trappen. Hij zal dan echter nooit met een ploeg een zege behalen…

Christus Koning

Op het einde van de maand november viert de kerk het feest van Christus Koning. Ik wil de gelovigen de kost niet geven, die eigenlijk niet goed weten wat ze met dit feest aan moeten. Om het feest beter te begrijpen, moeten we even in gedachten ons horizontalistisch wereldbeeld afwerpen en ons inbeelden hoe het zou zijn als onze samenleving een natuurlijke hiërarchie zou kennen waarin alle gezag uiteindelijk van God afhangt. Dat is moeilijk, vandaag nog veel moeilijker dan het al was in 1925, het jaar waarin dit feest werd ingevoerd.

Niettemin is dat het uitgangspunt van de encycliek Quas Primas van paus Pius XI. Als grondslag van Jezus’ koningschap citeert de paus de heilige Cyrillus van Alexandrië: „Want Hij bezit – in één woord gezegd – de heerschappij over alle schepselen, zonder dat Hij ze door geweld heeft afgedwongen of van buiten heeft ontleend, maar als Zijn eigen recht krachtens Zijn wezen en natuur.” Jezus’ koningschap is erfrechterlijk. Hij heeft het niet verdiend, niet veroverd en—laat ons toevoegen—niet democratisch verworven. Jezus is Koning omdat Hij de zoon van zijn Vader is. En wij hebben dat niet te kiezen.

Laat dat alvast maar eens doordringen in ons eigen wereldbeeld, want ook wanneer onze kleine gedachtenexperiment ten einde is en het feest van Christus Koning achter de rug, dienen we Jezus te erkennen als een koning die heerst en regeert en aan wie we, net zoals in een ridderroman, ons leven verschuldigd zijn, dankzij zijn verlossingswerk.

De lectuur van de encycliek gaat echter verder. De paus betoogt dat het koningschap van Jezus weliswaar voornamelijk een geestelijk karakter heeft, maar dat weerhoudt hem er niet van Christus het eigendomsrecht toe te kennen op alle aardse goederen (waarvan Hij immers de Schepper is) en ook niet alle mensen (ook die niet tot het christelijk geloof behoren) en alle gemeenschappen en alle volkeren onder zijn heerschappij te plaatsen. Logisch gevolg: wie aan het hoofd staat van een gemeenschap of wie een volk bestuurt, dient gepaste gehoorzaamheid te betonen aan Christus’ gezag en diens voorbeeld van nederigheid en rechtvaardigheid te volgen.

Paus Pius XI zag echter ook wel in dat dit, gezien de secularisering van de maatschappij, utopische ideeën zijn en besluit dus maar het feest van “Christus Koning van het Heelal” in te stellen als jaarlijks geheugensteuntje voor alle gelovigen dat zij de plicht hebben eerlang “de wereld voor Christus te heroveren”.

Derde getuigenis

Wat ons in de wereld niet lukt, zou in de beslotenheid van onze eigen Kerk toch mogelijk moeten zijn? Stellen we binnen de Kerk het koningschap van Christus voldoende voorop? Al het gezag, ook het kerkelijk gezag, moet uiteindelijk verantwoording afleggen aan Christus.

Dat is de retoriek die mgr. Vigano gebruikt in zijn derde ‘getuigenis’, die hij besluit met de woorden “You can trust Him who told us, “the truth will set you free.” I do not say it will be easy to decide between silence and speaking. I urge you to consider which choice– on your deathbed, and then before the just Judge — you will not regret having made”. Die retoriek, misschien meer dan de inhoud van de getuigenis, heeft mgr. Charles Pope, een Amerikaans priester die al lang op internet publiceert en die ik zeer apprecieer, diep bewogen. Hij spreekt over Vigano’s getuigenis als “something that is destined to be one of the great pastoral and literary moments of the Church’s history”, dit in schril contrast met andere publicisten die Vigano “a small and bitter man” noemen.

Misschien zal de geschiedenis uitwijzen wie gelijk had, maar uiteindelijk is er maar Eén die het finale oordeel zal vellen over de kerkelijke opiniemakers die nu het strijdtoneel bevolken en de vraag is alle spelers zich daarvan ten volle bewust zijn. Wij, mensen, zijn niet vies van gezag, zolang het ons maar goed uitkomt. Zo ving ik onlangs in een gesprek op hoe bewonderaars van paus Franciscus mekaar monkelend toegaven dat “hij toch een kleine dictator is” als het over zijn stijl van besturen ging. Onder de vorige paus was dezelfde vaststelling, zo ze al grond had gehad, bij diezelfde personen allerminst gepaard gegaan met een monkellach. Dat is onze condition humaine: als het gezag van hogerhand ons toelaat vandaag onze zelfverwezenlijking vaart te geven, leggen we zonder blozen de grote principes aan de kant waarmee we gisteren nog datzelfde gezag weerstreefden. Daarin vergeten we dat er slechts één oorsprong is van alle gezag: Christus.

Synodaliteit

Het pleidooi voor meer synodaliteit in de Kerk, dat op de jongste synode is bevestigd, wordt verantwoord door de stem van de Heilige Geest die vanuit zo’n synode spreekt. Mijns inziens kan die stem alleen maar spreken in personen die hun drang tot zelfverwezenlijking hebben afgelegd en verantwoording afleggen aan Christus. Laat ons hopen dat de Heilige Geest ook daarover waakt.

De orde van alle dingen

Schuldfetisjisme is niet christelijk

Johan Sanctorum schrijft op zijn blog een artikeltje over de ingestorte Itialiaanse brug. “Wie heeft het gedaan? Whodunit?” is de vraag die alle media bezighoudt. Terwijl het net zo goed gewoon pech kan zijn. “Met zo’n kansspellogica kunnen wij niet om, ik weet het. Ons modern universum, waar we tegelijk het schier onmogelijke, verbluffende willen én alles willen controleren, is er niet op ingericht.”

Schuldfetisjisme

Ik heb dat gevoel ook wel eens. Zelfs in — hoewel tragische — alledaagse ongelukken moet telkens een boosdoener worden geïdentificeerd, vooral als dat toevallig politiek goed uitkomt. In het geval van een grote catastrofe van technische aard, lijkt het me geen overbodige luxe ingenieurs te laten onderzoeken wat de oorzaak is, om zulks in de toekomst te kunnen vermijden. Het kwaad is echter geschied en het is niet denkbeeldig dat, zelfs als er een ‘schuldige’ wordt gevonden, zal blijken dat iedereen te goeder trouw of tenminste volgens alle geldende regels heeft gehandeld. Voor iemand die niet rechtstreeks bij de zaak betrokken is, zoals mij, is het irrelevant wie die schuld draagt. Belangrijk is dat de slachtoffers en hun nabestaanden bijgestaan worden. De schuldvraag is juridisch getouwtrek voor advocaten van verzekeringsmaatschappijen. Wat winnen wij als waarnemers erbij te weten of deze architect of gene aannemer in de fout is gegaan?

Misbruikschandaal

Anders ligt het bij die andere grote catastrofe die het nieuws beheerst, het misbruikschandaal in de Amerikaanse katholieke Kerk. De schuld is in dat geval allerminst anoniem. Er kan geen sprake van zijn dat de betrokkenen te goeder trouw handelden, zelfs niet naar de geldende regels. De slachtoffers hebben niet ‘gewoon pech’ gehad. Toch is de honger van de publieke opinie nog niet gestild, zelfs niet als er namenlijsten van schuldige prietsers gepubliceerd worden. “Enkele honderden priesters” zijn immers te vaag om te bevatten. De schuld moet eenduidig kunnen worden benoemd. Voor de ene wordt dat het ‘clericalisme’, voor de andere is het de ‘homo-cultuur’, ze kiezen maar uit wat er toevallig in het facebookkraam past.

Oud-testamentisch schuldprincipe

De ‘weldenkende bubbel’ op de katholieke sociale media volgt paus Franciscus, die stelt dat de schaamte voor het misbruikschandaal de ganse Kerk treft. Het is eigenlijk een heel oud-testamentisch principe van het volk dat zichzelf met schuld belaadt, niet zozeer tegenover naasten of vreemdelingen, maar tegenover God zelf. U en ik hebben niets met de misbruiken in Amerika te maken, maar toch dragen wij als christenen mee de schuld die het lichaam van Christus heeft bezoedeld. Toevallig kwam dat dag op dag vier jaar geleden ook al aan bod op dit blog in het artikel “Waarom moeten wij ons distantiëren van iets waar we niks mee te maken hebben?”

Christelijke wortels?

Nog even wil ik terugkomen op het artikel van Sanctorum, waar hij probeert te kaderen waarom de samenleving zo behept is met het uitvlooien van de schuldvraag. “Vanuit de Christelijke wortels van onze cultuur en de Kantiaanse moraal – zelfs uitlopend in het existentialisme van Sartre en C°- is de schuldvraag een dominant gegeven.” Dat is nogal breed. Vooral de ‘christelijke wortels’ riepen bij mij een vraag op.

Exegese

Ik ga nogal eigengereid om met exegese. Mijn belangrijkste tool is de integrale Petrus-Canisiusbijbel, die ik met een enkele muisklik kan doorzoeken, bijvoorbeeld op het woordje “schuld”. Het Oude Testament bulkt ervan, zoals hierboven aangehaald, zeker als de profeten aan het woord zijn. Het uitverkoren volk voelde hoe zwaar de schuld woog van zijn ontrouw jegens zijn God.

In het Nieuwe Testament vind je “schuld” in een gans andere context. Eigenlijk zijn er maar twee plaatsen waar schuld aan de orde komt. Enerzijds zijn er de parabels van Jezus, zoals die van de onrechtvaardige rentemeester en die van de talenten. Anderzijds zijn er de beschuldigingen die Jezus bij zijn veroordeling ten laste worden gelegd. In de parabels gaat het Jezus erom de schuld vanuit een nieuw perspectief te bekijken. De schuld wordt omgezet in iets goeds. Jezus wil vergeving van schuld. In zijn eigen veroordeling voert Hij dat in praktijk en neemt Hij al onze schuld op zijn schouders. Veel meer wordt er over schuld niet gezegd.

Wie het Nieuwe Testament goed leest, en dat zijn toch in de eerste plaats ‘christenen’, neem ik aan, zal dus helemaal niet geneigd zijn om de schuldvraag als een ‘dominant gegeven’ te beschouwen. Daar slaat Sanctorum dus wel degelijk de bal mis, maar het is hem vergeven, hij moet in elk van zijn artikeltjes toch minstens één keer kunnen schamperen over het geloof.

Boete en bekering

Als christenen zijn we dus wel bezig met schuld, maar we zijn er niet op uit om een lijst namen van schuldigen te produceren en die te straffen en te menen dat daarmee gerechtigheid is geschied. Het recht moet zijn beloop hebben, maar daarover hoeven u en ik ons niet te bekommeren. Voor ons moet het besef van schuld vooral aanleiding zijn tot boete en bekering, tot vernieuwing en verdieping van ons christelijk leven.

Niets zo katholiek als universele rechten van de mens

Keuleneer vs. mensenrechten

Beroepskritikaster Fernand Keuleneer stelt in Tertio de vraag of het wel gezond is dat in ons rechtssysteem zo’n grote rol wordt toegekend aan de mensenrechten. Het interview is enkel toegankelijk voor abonnees, maar hoofdrecteur Van Lierde vat het voor u samen in zijn hoofdartikel “Doos van Pandora“.

Read More

De ontzagwekkende katholieke lijstjes

Vorige zondag, tijdens de vormselmis voor onze twee jongste kinderen, klonk tijdens de lezingen een woord dat mijn aandacht trok. De “vreze Gods”. Als ik me goed herinner gebruikte het lectionarium deze ietwat archaische woordkeuze. Een voordeel, want dat vestigt sneller de aandacht dan het “ontzag voor de Heer” dat andere bijbelvertalingen op dezelfde plaats gebruiken. Het begrip kwam voor in de eerste lezing uit de Handelingen van de Apostelen, over de eerste christengemeenschappen:

Read More