Tag: twijfel

Zelfs als je twijfelt aan God, blijft het een goed systeem

Ik ben een bèta-katholiek. Ik houd van orde, van systemen en structuren, van oorzaak en gevolg. Dat zijn typische kenmerken van wetenschappelijk denken, maar je kan ze ook in religieus denken toepassen. Het enige verschil met de ”zuivere” wetenschap is, dat in religieus denken God wel wordt opgenemomen in de set van axioma’s en in “zuiver” wetenschappelijk denken niet.

Van mezelf vind ik dat ik eerder rationeel en wetenschappelijk ingesteld ben en dat het emotionele of gevoelsmatige me niet zo ligt om dingen een plaats te geven. Dat weerspiegelt zich ook in mijn houding tegenover het geloof. Het is natuurlijk onzin dat je niet zou kunnen geloven als je eerder wetenschappelijk ingesteld bent, maar je gelooft wel op een andere manier. De gevoelsmatige benadering heeft meer zin voor nuance, terwijl de rationele benadering van het geloof de zaken klaar en helder wil. De gevoelsmatige benadering waardeert het geloof omdat schoonheid, vrede, geluk en liefde de plaats innemen van lelijkheid, haat, droefenis en angst. De rationele benadering zoekt het nut van geloven in het oplossen van problemen en het vinden van antwoorden op concrete (of zelfs abstracte) vragen.

Zo’n vraag kan bijvoorbeeld zijn: hoe reken je in het christelijk leven af met het kwaad?

Probleemstelling

Het Oude Testament beschrijft de probleemstelling in drie elementen, die al in het eerste hoofdstuk van het boek Genesis naar voren komen:

  1. De mens is vrij om eigen keuzes te maken
  2. De mens heeft Gods geboden nodig om het onderscheid te maken tussen goed en kwaad
  3. De rechtvaardiging van onze keuzes komt God toe

Uit deze drie elementen volgt logisch dat de mens die ervoor kiest om Gods geboden te overtreden, zichzelf belaadt met een schuld tegenover God, die niet door mensen kan worden uitgewist en die hem het risico doet lopen het eeuwig leven bij God te verliezen.

Een voorbeeld uit het dagelijks leven: de tien geboden zeggen dat je niet mag liegen. Als je toch liegt tegen iemand, kan je wel de ergernis en boosheid oplossen door het uit te praten en mekaar te vergeven, maar toch blijf je zitten met een persoonlijke schuld dat je die keuze hebt gemaakt. Als die persoonlijke schuld na herhaalde leugens te groot wordt, verliest je mens-zijn zijn waardigheid.

Los van elk godsbesef vind ik dat pedagogisch een nuttige hypothese, want mocht die persoonlijke schuld en dat oordeel er niet zijn, kan de leugenaar redeneren dat de leugen als middel om vooruit te komen aanvaardbaar is, zolang de enkele leugens die ontdekt worden in onderlinge verstandhouding uitgepraat worden, in de verwachting dat zijn volgende leugen zo goed zal zijn dat ze niet ontdekt wordt.

Oplossing

De oplossing voor deze probleemstelling vinden we in het Nieuwe Testament. De persoonlijke schuld tegenover God, voor het overtreden van zijn geboden, kan worden uitgewist door de relatie met God te herstellen in de verzoening die ons gegeven wordt door de toenadering tot Christus. De Kerk heeft die toenadering vormgegeven in de sacramenten van het doopsel en van de biecht.

Als de verstokte leugenaar zich van zijn probleem bewust is, krijgt hij de kans zijn waardigheid als mens te herstellen. Opnieuw los van elk godsbesef kan dat door een goed gesprek met een psycholoog over het persoonlijkheidsprobleem waarmee de herhaalde leugens hem hebben opgezadeld. Misschien kan dat de mens werkelijk veranderen, maar werkt het even efficiënt als een oprecht zoeken naar een vereniging met Christus?

In het christelijk leven is dat hele proces al helemaal sacramenteel geïmplementeerd en netjes vormgegeven in rituelen.

Perceptie

Het probleem met die implementatie is dat ze voor alfa-katholieken (gevoelsmatige gelovigen) veel te mechanisch werd. Zij vonden hun weg niet meer in de leer die veel te rationeel werd toegepast en in het gevoel van zondigheid dat de basis van de probleemstelling vormde.

Met die perceptie moet de Kerk dringend komaf maken, want ze ondergraaft de bestaansreden van het ganse christelijke geloof. Verzoening is een basisbehoefte voor alfa- en voor bèta-katholieken. Het “systeem” van de verzoening is zo eenvoudig dat er zelfs catecheses zijn om het aan zesjarigen uit te leggen. Dat gaat aan de hand van zes B’s: Bidden, Bezinnen, Berouw, Beteren, Belijden, Boeten. Samen vormen ze het sacrament van de biecht. Ik heb het ook eens wat ruimer proberen uitdrukken aan de hand van een omgekeerd Onzevader. Dat moet toch ook een gevoelsmens kunnen aanspreken?

Eens wat meer communiceren over de biecht zou geen kwaad kunnen. Priesters die zich geroepen voelen om biecht te horen, kunnen zich daarin verder bekwamen en in hun homilie te gepasten tijde een kleine catechese over de biecht inlassen. Bisschoppen kunnen biechtgelegenheid wat meer aandacht geven; de lopende hervormingen van het parochielandschap zouden bijvoorbeeld een mooie gelegenheid zijn om te zorgen dat in elke nieuwe structuur ook de biechtgelenheid vast punt op de agenda is. Communicatiekanelen als Kerknet of Kerk en Leven kunnen een rubriek opnemen met praktische informatie over biechtgelegenheid. Leken die pastoraal actief zijn in allerhande instellingen kunnen mensen die worstelen met de keuzes die ze maakten aansporen om het sacrament van verzoening te gebruiken. Er is veel mogelijk, maar ondanks de kleine boost die het sacrament kreeg tijdens het Jaar van de Barmhartigheid, blijft het jammergenoeg onderbelicht.

En misschien kan de biecht wel een wervingsmiddel worden voor ongelovigen, want zelfs als je twijfelt aan God, blijft het een goed systeem!