Tag: theologie

Nederlandse vertaling van Quaestiones 27 tot 43 uit de Prima Pars “over de Drievuldigheid” online!

Op de website summa.gelovenleren.net is een tweede set Nederlandse vertalingen toegevoegd van Sint Thomas’ Summa Theologiae. Quaestiones 27 tot 43 uit de Prima Pars behandelen de Heilige Drievuldigheid.

De Summa is droge kost, maar hier en daar tref je wel passages die het bezinnen waard zijn, bijvoorbeeld deze over de zending van de Heilige Geest en het inwonen in de mens:

Gezonden te worden komt toe aan een goddelijken Persoon doordat Hij in iemand een nieuwe bestaanswijze krijgt; gegeven te worden komt Hem toe, doordat iemand Hem bezit. Geen van beiden nu geschiedt tenzij door de heiligmakende genade. Er is immers een gewone wijze waarop God in alle dingen is door wezenheid, macht en tegenwoordigheid, zooals de oorzaak in de uitwerkselen die hare goedheid deelen. Boven deze gewone wijze bestaat er nog een bijzondere die aan het redelijk schepsel toekomt. Hierin immers is God aanwezig als het gekende in den kenner en het beminde in den minnaar. En daar het redelijk schepsel door zijn ken- en liefdedaad God zelf bereikt, zoo is God, door deze bijzondere wijze, niet slechts tegenwoordig in het schepsel, maar woont er in als in zijn tempel. Geen enkel uitwerksel dus, tenzij de heiligmakende genade, kan de voldoende reden zijn voor een nieuwe bestaanswijze van een goddelijken Persoon in het redelijk schepsel. De goddelijke Persoon wordt dus gezonden en komt voort in den tijd door de heiligmakende genade alleen. — Insgelijks alleen datgene wat wij vrijelijk kunnen gebruiken en genieten noemen wij ons bezit. Het vermogen nu om een goddelijken Persoon te genieten komt enkel van de heiligmakende genade. — Door de gave zelf van heiligmakende genade bezitten wij nochtans den Heiligen Geest en woont Hij in den mensch. Daarom wordt de Heilige Geest zelf geschonken en gezonden.

Iª q. 43 a. 3 co.

Laatst kwam ik Sint Thomas nog tegen op een onverwachte plaats. Father Brown is de hoofdrolspeler in de detectiveromans van G.K. Chesterton en ik las hoe hij de aartsschurk Flambeau, meesterlijk vermomd als collega-priester, ontmaskert door met hem in discussie te gaan over de theologie van Sint Thomas. De falsaris valt door de mand door zijn relativistische houding — zo kennen we er nog vandaag:

Father Brown in discussie met aartsschurk Flambeau

De Summa is nu ook onderdeel van Alledaags Geloven, een website met bijhorende app die je dagelijks nieuwe voeding voor je geestelijk leven voorschotelt.

Summa Theologiae op Alledaags Geloven

Denk je dat het nuttig is dat deze teksten online staan, overweeg dan een van de veertien overblijvende boekdelen te reviseren!

Alledaagse kerkvaders

Alledaags Geloven heeft er een nieuwe kaart bij. Op Radio Maria zijn ze al enkele maanden bezig met een programmareeks over de kerkvaders. Vanaf nu verschijnt de laatste aflevering op Alledaags Geloven. Hopelijk blijven de programma’s online nadat de reeks afloopt!

Kerkvaders op Alledaags Geloven

Dashboard voor dagelijks gebed, studie of bezinning

Alledaags Geloven is geen website die eigen content levert. De toegevoegde waarde van Alledaags Geloven zit hem in de verbetering van jouw workflow. De luttele minuten die je dagelijks kan of wil vrijmaken voor gebed moeten efficiënt besteed worden. Als je elke dag meer tijd verspilt om je gebedsmateriaal bijeen te zoeken dan dat je tijd kan besteden aan je eigenlijke gebed, ben je verkeerd bezig, dus dat doet Alledaags Geloven voor jou! Je hebt maar je tablet te pakken, de pagina te openen en met een enkele klik bereik je al je gebeden, bijbelteksten, catechese en bezinningen, opengeslagen op de pagina van vandaag, of waar je laatst gebleven was.

Christenen zouden het woord ‘symbool’ in de ban moeten doen

Van de meeste artikels in de krant of op sociale media lees ik alleen de titel en ik heb niet het gevoel dat ik veel mis. Redacties houden daar niet van en publiceren artikels met sensationele titels die de boodschap van het artikel vertekenen. Dat heet clickbait (klikaas) en daar trap ik soms in. 

Jesuit superior general: Satan is a ‘symbolic reality’ is een goed voorbeeld. Het artikel is opgebouwd rond een uitspraak die de jezuietenoverste deed tijdens een of ander panelgesprek: “Symbols are part of reality, and the devil exists as a symbolic reality, not as a personal reality”, wat dan in strijd zou zijn met artikel 391 van de Catechismus. De vraag is alleen: wat bedoelde Sosa met het woord “symbolisch”?

Die titel had mijn aandacht niet getrokken, als er eerder deze week niet wat heisa was rond een enquete waarin 69% van de ondervraagde Amerikaanse katholieken vinden dat “during Catholic Mass, the bread and wine used in Communion “are symbols of the body and blood of Jesus Christ.” en niet “actually become the body and blood of Jesus.” Ook deze mening is in strijd met meerdere artikels uit de Catechismus. Opnieuw echter: wat verstaan we onder “symbolen”?

Ik had me de vraag niet gesteld, tot ik het artikel van Hendro Munsterman las over de complexiteit van de begrippen “symbool” en “transsubstantiatie”. We noemen iets “symbolisch”, als we willen benadrukken dat het eigenlijk niet echt is, een leeg omhulsel. Munsterman leert dat in de theologie het begrip “symbool” een veel krachtiger definitie heeft: het zijn “dingen, plaatsen, gebeurtenissen of personen die een aanwezigheid en een besef van een andere werkelijkheid bemiddelen”. Meer nog: naar de geloofsbelijdenis (credo) wordt in het Latijn (en Grieks) verwezen als “symbolum fidei”, voorwaar geen hol begrip! Met het woord “transsubstantiatie” is het net andersom. De theologie ontleende dit begrip aan de klassieke filosofie, waar de “substantie” het niet-materiele “wezen” van het object aanduidt, terwijl wij onder “substantie” juist het tastbare en zichtbare verstaan. 

Van Sosa sj wil ik aannemen dat hij over de duivel sprak in theologische begrippen en dat zijn “symbolische realiteit” helemaal niet het bestaan van de duivel wil ontkennen, zoals de clickbait in de titel van het artikel suggereert, zelfs integendeel! 

Ondanks Munstermans nobele poging de angel uit het debat te halen, betwijfel ik echter ten stelligste dat Amerikaanse gelovigen in theologische begrippen op enquetes antwoorden. Voor 69% van hen, ben ik bang, is de eucharistie wel degelijk een “symbool” zoals wij dat vandaag verstaan, net als een vlag een symbool is, of een standbeeld, of een typisch gebaar. Dingen dus die louter een gevoelswaarde hebben maar voor de rest in niets verschillen van een lapje stof, een gebeiteld stuk steen, een willekeurige beweging of, in dit geval, een brood van bij de bakker, zelfs al geef je de helft ervan aan een bedelaar op straat. 

Dat is dus helemaal niet wat de Kerk over de eucharistie leert. 

Het was lang geleden dat ik er nog over geschreven had, maar dit raakt een van de belangrijkste thema’s van mijn blog: de rol van “verbeelding” in het geloof. De betekenisverschuivingen van de woorden “substantie” en “symbool” toont hoe onze belevingswereld zich vernauwt tot het materiele, terwijl in geloof juist het immateriele centraal staat. Dat is de reden waarom we het zo moeilijk hebben met geloven!

Net zoals Jos Moons sj het woord “genderideologie” hinderlijk vindt in het debat over seksuele geaardheid, zo begin ik het woord “symbool” hinderlijk te vinden in discussies over geloof. Geloof zit boordevol symboliek (net zoals het genderdebat vol ideologie zit), maar door het woord te gebruiken, wek je meteen de indruk dat je de zaak in kwestie eigenlijk niet ernstig neemt.

Om je geloof te verdiepen en te versterken, helpt het nochtans de herkenbare, gecanoniseerde beeldtaal van het geloof actief te gebruiken in je gebed en als je met anderen over geloof spreekt. Dan spreek je niet alleen over God (die we “Vader” mogen noemen) en over Jezus, maar ook over je engelbewaarder en over de duivel, als personen, net op dezelfde manier als over iemand die je op het werk of op straat ontmoet hebt. Dan benader je de heilige Eucharistie als het werkelijke, fysieke lichaam en bloed van Jezus, met alle egards die de ‘lijfelijke’ menselijke persoon van God toekomen. Dan koester je elke genade als een duur cadeau dat je van je beste vriend hebt gekregen. Dan voel je met ziel en lichaam de werkzaamheid van de sacramenten. Dan lees je het Evangelie als een eerlijk verslag van wonderlijke gebeurtenissen die je Verlossing betekenen, maar waarmee je evenveel moeite hebt om ze te begrijpen, als de evangelisten die ze voor je neergeschreven hebben. Dan is je geloof een echt deel van je leven, net zoals naar school of naar het werk gaan of uitgaan met vrienden.

Als je die taal niet gewoon bent, zal het in het begin een beetje voelen als ‘doen alsof’, maar gaandeweg zal je merken dat de ‘substantiele’ geloofswaarheden, die in die taal ‘symbolisch’ belichaamd worden, concreter en werkzamer worden. Zo werkt verbeelding. Onze moeder de Heilige Kerk heeft in haar eeuwige Traditie voorzien in een rationele, theologische onderbouw. Als je je ook die eigen maakt, is het geen ‘doen alsof’ meer, dan aanschouw je een schat aan van nauwelijks versluierde Hemelse werkelijkheid, hier op aarde, onder je eigen neus. Het woord “symbool” heb je dan niet meer nodig in je vocabulaire (en de zoetsappig hertaalde losbladige missaaltjes, die mogen naar de papierrecyclage).

God is liefde, ja, maar waarom?

Gisteren gaf Alledaags Geloven ons de vraag uit de Mechelse Catechismus “Is het genoeg de christelijke leer ééns geleerd te hebben?”. Het antwoord luidt: “Neen, het is niet genoeg de christelijke leer ééns geleerd te hebben; geheel ons leven moeten wij ze onthouden en altijd beter trachten te begrijpen.”

De vraag vertrekt vanuit de premisse dat we de christelijke leer alvast één keer leren (de vraag verschijnt in de artikels voor het vijfde leerjaar). Daarmee bedoelde de auteur wellicht het studeren van de Mechelse Catechismus, het schoolboek dat tot aan onze ouders of grootouders tientallen generaties een inleiding tot praktische en rationele theologie heeft gegeven. Sinds we besloten hebben hebben dat het afschrikeffect van deze studie te ontmoedigend is om van nut te zijn bij het geloofsonderricht van onze jeugd, gaat de permisse natuurlijk niet langer op.

Toch is die studie waardevol, want ze leert ons God beter kennen en daarmee ook onszelf, en dat is naar verluidt het begin van alle wijsheid. De studie helpt ons ook de verzoening te bewerkstelligen tussen ons geloof en ons redelijk verstand. Net als elke wetenschap, vertrekt het geloof vanuit een aantal vooronderstellingen die worden aangenomen, waarop de overige kennis via logische deductie wordt afgeleid.

Lees bijvoorbeeld dit artikeltje: The Trinity Makes a Difference to Our Faith. Het leert, op logische grond, hoe het concept van de Drievuldigheid van God noodzakelijk is om te kunnen zeggen dat God liefde is en hoe deze uitspraak bij uitstek eigen is aan het christelijke geloof. Zeggen dat God liefde is, is nog steeds populair gemeengoed onder gelovigen, maar weinigen zullen vermoeden dat er meer achter schuilgaat dan een vaag aanvoelen of een geïsoleerd bijbelcitaat.

Dat leidt dan weer tot andere misverstanden, want de stelling “God is liefde” gaat, zonder theologische onderbouw, snel een eigen leven leiden en levert op zijn beurt gevolgtrekkingen op die niet meer beantwoorden aan de originele katholieke theologie.  

Duistere middeleeuwers, zoals Thomas van Aquino, wisten geloof en wetenschap perfect te verzoenen, maar wij, in onze door wetenschap gedomineerde samenleving, durven de brug niet langer te slaan. Dat is geen verrijking.

De eeuwigheid is gewoon straks

Als het te pas komt, heb ik de kinderen al meermaals proberen uit te leggen wat “eeuwigheid” betekent, een begrip waarover we in ons geloof zo vaak spreken. Het is moeilijk om “eeuwigheid” goed te omschrijven. “Het is een tijdspanne die nooit eindigt”, zeg ik dan. Of iets abstracter: “het is een toestand van de geest waarin tijd geen betekenis meer heeft, waarin er geen voor en na is, maar alles in een oogopslag overschouwd kan worden.”

Tja, ik denk niet dat mijn  pogingen al veel indruk gemaakt hebben. Ik moet eerlijk toegeven dat ik het zelf maar nauwelijks begrijp, wat “eeuwigheid” voor een mens kan betekenen.

Maar onlangs kreeg ik openbaring: al mijn pogingen waren overbodig, want kinderen hebben van nature een perfect begrip van het concept “eeuwigheid”. Alleen noemen ze het anders.

Als je hen vraagt iets te doen, huiswerk te maken, op te ruimen, even te helpen,… Dan antwoorden ze altijd: “straks”. Wat blijkt nu: het begrip “straks” heeft precies dezelfde kenmerken als het begrip “eeuwigheid”. “Straks” is een tijdspanne zonder einde, zo leert mijn ervaring als ouder. “Straks” is ook een ingesteldheid van de geest, waarin de orde van de tijd geen betekenis heeft: je kan er oneindig veel activiteiten in onderbrengen en—de kinderen althans—kunnen dat alles in een enkele oogopslag overschouwen “Ik zei toch dat ik dat straks ging doen!”.

Bewonderenswaardig is ook de volledige onthechting die hun geestelijk leven kenmerkt. Dag in dag uit zijn zij bezig met de eeuwigheid die hen opwacht. Geen opdracht is hen te klein, of ze betrekken ze als vanzelfsprekend op de tijdloosheid van de eeuwigheid. De oprechtheid waarmee ze over de eeuwigheid spreken, wekt ontzag op, zo vertrouwd zijn zij met de goddelijke tijdsdimensie.

Zo zie je maar dat je geen geleerde theoloog met veel boekenwijsheid moet zijn om de moeilijkste concepten van het geloof te doorgronden! Maar waar komen die inzichten dan wél vandaan? Ik heb getracht te ontdekken wat de bron is van hun ingestorte wijsheid en heb wekenlang zorgvuldig hun gedrag waargenomen. Bij ontstentenis van andere significante invloeden, ben ik tot de vaststelling gekomen dat zij hun volmaakte toestand van vergeestelijking putten uit een meditatieve oefening die ongeveer deze vorm aanneemt, waaraan zij zich dagelijks ettelijke uren in grote volharding toewijden:

Tiener in meditatieve trance

Ik ben ervan overtuigd dat deze bron van wijsheid dieper is dan wij kunnen vermoeden en dat grote openbaringen ons staan te wachten! Straks ga ik hen het geheim van de goddelijke drie-eenheid ontfutselen! Wacht maar…