Tag: theologie

Is de theologie van St. Thomas van Aquino relevant in de eenentwintigste eeuw?

Deze Quaestio beantwoord ik helemaal in dezelfde stijl waarin Sint Thomas zijn leerstellingen aantoont:

1 Men beweert dat de teksten van Sint Thomas moeilijk te begrijpen zijn voor een hedendaags lezer. Hij schreef zijn theologische verzamelwerk lang geleden. Hij leefde in de “duistere Middeleeuwen”, in een tijd en een cultuur die ons nauwelijk bekend zijn, dus alles wat hij schrijft, moeten we lezen door een gans andere bril om geen vergissingen te maken in de interpretatie van wat hij bedoelt.

2 Men beweert dat de Summa Theologiae veel te uitgebreid is en als boek onleesbaar. Van de meeste vragen ligt niemand meer wakker (genre “het geslacht der engelen”) en er wordt gesproken over begrippen die niemand precies begrijpt.

3 Men beweert dat de theologie van Sint Thomas veel te eenkennig is. Op elke vraag heeft hij precies één juist antwoord en daarmee is zijn denken heel abstract en weinig genuanceerd. Theologie is intussen helemaal geëvolueerd, weg van een mechanische leer en met veel meer praktische openingen naar het pastorale aspect van het geloof en naar methodes zoals de ‘onderscheiding der geesten’, die meer zin bevatten voor nuance.

Daar staat tegenover dat de Summa Theologiae een werkstuk is dat in de geschiedenis van het katholieke geloof niet werd geëvenaard. Het is bedoeld om te gebruiken als referentiewerk voor opzoekingen en niet als mystieke literatuur. Het is volgens een wetenschappelijke methode opgebouwd; in die zin is het zijn tijd ver vooruit en dus toch een beetje dichter bij onze eigen denkwereld dan de leeftijd doet vermoeden. Het legt verbanden tussen de bijbel en de filosofische wetenschap die ook vandaag nog tot nieuwe persoonlijke inzichten kunnen leiden.

Leerstelling. Mijn antwoord is dat de theologie van de Summa minstens zo relevant is als die van een oude kerkvader in de eerste eeuwen en als die van een gemiddelde “theoloog des vaderlands” vandaag. Ze is met vele verwijzingen gebaseerd op de traditie en op de Heilige Schrift. Ze is rigide, door haar wetenschappelijke logica,  en tegelijk dialogerend, door het voortdurende afwegen van reeksen argumenten die eerst de leerstelling tegenspreken en vervolgens ondersteunen. Iedereen die met een open geest op zoek gaat naar een diepere kennis van God, zal in de Summa gegarandeerd interessante verbanden en verrassende redeneringen vinden, waarmee het eigen denken nieuwe wegen kan inslaan.

1. Op de eerste bedenking antwoord ik dat de afstand in tijd tussen Sint Thomas en Sint Augustinus is net even groot als die tussen ons en Sint Thomas. Vroeg Sint Thomas zich af of die boeken van Augustinus nog wel relevant waren in zijn tijd? Zelfs in onze tijd worden de boeken van Sint Augustinus nog regelmatig opnieuw uitgegeven. Elk werk moet naar zijn eigen waarde worden geschat, en de leeftijd is nauwelijks een factor van belang. Ondanks verschil in tijd en cultuur, blijven mensen in wezen altijd dezelfde. En dat geldt vanzelfsprekend onverkort voor God! Als inzichten over God en zijn Schepping waardevol waren in de ene tijd, moeten ze dat ook zijn in een gans andere tijd, want God is niet onderhevig aan tijd.

2 Op de tweede bedenking antwoord ik dat de Summa niet bedoeld is als ontspannende lectuur. In onze gedigitaliseerde tijd is het inderdaad zinloos de ganse Summa in ettelijke boekdelen opnieuw uit te geven om te pronken in de boekenkast, maar een project zoals het onderhavige, om de tekst op internet beschikbaar te stellen, doet het werk van Sint Thomas alle recht aan. Van niemand wordt verwacht dat hij alle kwesties ten gronde bestudeert. Iedereen kan in de wijde waaier aan thema’s vast wel iets vinden dat aansluit bij een vraagstuk dat relevant is in zijn of haar persoonlijke relatie met God en er inzicht uit putten. Sint Thomas bedoelde zijn werk dan ook als een samenvatting voor beginnelingen (!) van de theologische kennis zoals die tot zijn tijd was opgebouwd.

3 Op de derde bedenking antwoord ik dat het juist eenkennig is om een meesterwerk als de Summa volledig links te laten liggen en zich terug te plooien op de theologische lectuur van de laatste decennia. Het principe van de onderscheiding der geesten vraagt juist dat je jezelf openstelt voor de dialoog van ideeën en dat is precies waar Thomas zich in specialiseert. Hij citeert uit werken van Griekse filosofen, islamitische en joodse wijsgeren en hanteert zelfs Euclidische meetkundige principes in zijn theologische bewijsvoering. Welke theologen gaan vandaag nog die rechtstreekse dialoog aan met andere religies en met de wetenschap? Het kan zijn dat je niet dezelfde conclusies trekt als de doctor angelicus, maar een open geest moet niet bang zijn zich te laten uitdagen door het redeneervermogen van een middeleeuwse pater. Sint Thomas’ werk mag dan abstract zijn, het is niet wollig en het ademt een diep geloof!

Thomas van Aquino in een Euclidisch jasje

De Nederlandse vertaling van de Summa Theologiae van Sint Thomas van Aquino is (gedeeltelijk) online gepubliceerd op de website:

http://summa.gelovenleren.net

De “Summa”

Enkele weken geleden ontdekte ik dat er van de Summa Theologiae van Thomas van Aquino slechts één Nederlandse vertaling bestaat (op internet) en zelfs die dekt slechts een deel af van deze volumineuze “onvoltooide samenvatting” van de theologie van de dertiende eeuw. Het toeval wil dat die vertaling tot stand kwam in het Antwerpse dominicanenklooster waar ik dagelijks langsfiets op en af naar het werk. Nu staat het leeg, maar in de eerste helft van de vorige eeuw was het een bolwerk van ongeziene geloofsijver.

Van Thomas wist ik al dat hij de theologie benaderde als een systematische wetenschap. Dat vind ik intrigerend, want zelf nogal wiskundig ingesteld, hou ik wel van die methode, die vandaag in de theologie (of althans in wat ik daarvan hoor) in onbruik is geraakt. Thomas had dan ook de luxe weinig concurrentie te kennen van wat wij nu de exacte wetenschappen noemen, maar waartoe hij beslist ook de theologie had gerekend, ware het begrip reeds gangbaar geweest.

Drieduizendhonderdvijftig leerstellingen

Om een idee te vormen van het volume van de Summa, enkele cijfers. Het hele werk is opgedeeld in vier boeken, nogal gek genummerd als Eerste deel (Prima Pars), Eerste deel van het tweede deel (Prima Secundae), Tweede deel van deel twee (Secunda Secundae) en Derde deel (Tertia Pars).

In elk boek worden een honderdtal vragen (quaestiones) behandeld.

Elke vraag wordt behandeld in een stuk of vijf artikels.

Elk artikel is opgebouwd volgens dezelfde structuur, bv:

  • Ad octavum sic proceditur. Videtur quod… Achtste artikel. Men meent dat… hier wordt een bemerking geponeerd én geargumenteerd, die ingaat tegen de leer van het geloof.
  • Praerterea… En ook… nog zo’n geargumenteerde stelling; meestal worden het er drie of vier, soms ook meer.
  • Sed contra videtur quod… Maar daartegenover staat dat… nu worden argumenten aangereikt die de eerdere stelling ontkrachten.
  • Respondeo dicendum quod… Mijn antwoord is dat… hier volgt de conclusie uit de voorgaande argumenten, dus de feitelijke “leerstelling”.
  • Ad primum ergo dicendum quod… Op de eerste bemerking moet dus geantwoord worden dat… met het antwoord op de eerste stelling, volgens de leerstelling..
  • Ad secumdum ergo dicendum quod… Op de tweede bemerking moet dus geantwoord worden dat… en het antwoord op de tweede stelling, en zo voort.

Hierin herken je de systematiek van het ganse werk. 3150 leerstellingen, die een overzicht geven van de theologische kennis die de christenheid op dat moment had verworven, worden besproken en aangetoond, telkens volgens dezelfde rigide theologische methodiek.

Over naar Euclides

Eveneens enkele weken geleden verscheen op co.design, een blog met artikels over product design, een artikel over een heruitgave van Byrne’s Euclid. Byrne was een negentiende-eeuwse wiskundige die een uitgave produceerde van “De Elementen“, het referentiewerk van de alombekende voorchristelijke Griekse wiskundige Euclides. Byrne’s uitgave bevat slechts de eerste zes boeken van “De Elementen”, maar heeft een baanbrekende layout. De typografie, de opmaak met veel witruimte en het stijlvolle kleurenpalet van de illustraties is naar hedendaagse smaak nog steeds trendy. Nicholas Rougeux, een Amerikaans webdesigner—of zeg maar digitaal kunstenaar—heeft de uitgave van Byrne zo getrouw mogelijk gereproduceerd op een website.

Een klassieke uitgave van de Elementen, Byrne’s uitgave uit 1847 en de online reproductie

Euclides en Thomas

In zijn tijd deed Euclides net hetzelfde als Thomas van Aquino bijna anderhalf millennium later. Hij inventariseerde de kennis—in zijn geval van de meetkunde—die in de Griekse beschaving tot dan toe was opgebouwd. Zijn inventaris beslaat 13 boeken en in totaal (slechts!) 465 stellingen. Elke stelling krijgt een formele bewijsvoering, net zoals de theologische leerstellingen van Thomas, die eindigt met het bekende Q.E.D. “quod erat demonstrandum”.

Sinds de uitvinding van de boekdrukkunst is “De Elementen”, op de Bijbel na, het boek waarvan de meeste edities gepubliceerd werden. Het behoorde dan ook lange tijd tot het vaste curriculum van universiteitsstudenten.

Het project

Het was me al snel duidelijk dat beide werken conceptueel sterke gelijkenissen vertonen. Ik voelde me bovendien onbehaaglijk bij het zien van de  erbarmelijke digitale toestand van de Nederlandse vertaling van de Summa, als slordig ingescande PDF-bestanden op een kale webserver. Zo’n werk verdient beter, want Thomas’ Summa is nog even relevant als Euclides’ Elementen. Één plus één is gelijk aan twee, dus waarom zou ik niet proberen, al is het maar bij wijze van proof of concept, de theologie van Thomas te tooien met de knappe design van Byrne’s Euclid?

De Latijnse brontekst bemachtigen van de Summa Theologiae was al bij al nog het eenvoudigste. Web scraping heeft voor mij geen geheimen (dat heeft de ontwikkeling van Alledaags Geloven me geleerd) en de Duits-Latijnse publicatie op Bibliothek der Kirchenväter was een dankbare tekstbron.

De naverwerking van de Nederlandse vertaling vraagt het meeste werk. De OCR-techniek vereist nog vele manuele correcties in de tekst en het nodige knip-en-plakwerk. Om het mezelf niet te moeilijk te maken, behoud ik de verouderde spelling van de vertaling.

Hulp

Mijn project zal dus weinig meer worden dan een proof of concept. Misschien vind ik in de toekomst nog wel eens de tijd om extra quaestiones te verwerken en te publiceren, maar als iemand onder de lezers van dit artikel zich geroepen zou voelen om een steentje bij te dragen, mag die zich altijd aanmelden via info@gelovenleren.net. De actuele status van het project vind je op de website.

Religieus militantisme 1933-2018

Vorige week werd ik op de Carnotstraat aangeklampt door een jongeman met baard en zo’n typisch noordafrikaans mutsje op zijn hoofd, die gratis boekjes over de Islam verdeelde, “om te informeren, niet om te bekeren”. Ik heb een boekje aangenomen en gevraagd of hij een bekeerling was, want in taal en uiterlijk leek hij een oervlaamse jongen. Dat was zo.

Hij gaf enkele voorbeelden waarom hem de Islam meer aanspreekt dan het katholieke geloof, waarmee hij ongetwijfeld in zijn jeugd ook in aanraking is gekomen. De Islam is—volgens hem—veel eenduidiger. God die geboren wordt als een kind bijvoorbeeld, dat vond hij heel inconsequent. Ofwel is God een almachtige Schepper, en dan is er geen enkele reden waarom Hij ook nog eens als kind geboren zou worden, ofwel is God niet almachtig en zelf deel van de Schepping, maar dan is Hij ook geen God meer. Ook een God die sterft, vat hij niet.

Ik heb het gesprek nog verder onderhouden en geprobeerd uit te leggen hoe die ongerijmdheden toch zin hebben, tot het voor de jongeman tijd was om naar het gebed te gaan, maar ik moet ook toegeven dat het vragen zijn waarop geen pasklaar antwoord te geven is. Het zijn de paradoxen van Kerstmis, waarover zonet een interessant artikel in mijn RSS-bus rolde, van de hand van mgr. Charles Pope.

Enkelvoudigheid van God

Ik kon het echter niet laten en heb een beetje verder rondgekeken op internet of er over dit soort vragen niet nog zinvoller dingen te zeggen zijn en ik kwam—via enkele esoterische omweggetjes—uit bij het concept van de “divine simplicity” of de “enkelvoudigheid van God”, een concept dat bekend is in christelijke, joodse en ook islamitische theologie. De enkelvoudigheid van God wordt door St. Thomas van Aquino betoogd in zijn Summa Theologiae (Eerste deel, Derde vraag). Verderop in de Summa vind je bijvoorbeeld het antwoord op de vraag: “Was het gepast dat God mens werd?” (Derde deel, Eerste vraag), gevolgd door nog zo’n slordige 700 pagina’s disputen over de Menswording, waaronder ook de weerlegging dat de Menswording in strijd zou zijn met de enkelvoudigheid van God, waarmee ik mijn islamitische gesprekspartner van antwoord had kunnen dienen!

Thomas van Aquino, Summa Theologiae Theologische Summa Nederlandse vertaling door een groep Dominicanen, Antwerpen

Uitgeverij “Geloofsverdediging”

Het grappige is nu dat de enige online beschikbare publicatie van Thomas van Aquina’s Summa in het Nederlands een slordig ingeschande versie betreft van een boek uit 1933, gepubliceerd door de uitgeverij “Geloofsverdediging” van de paters Dominicanen in hun, nu leegstaande, Antwerpse klooster in de Ploegstraat, net achter de hoek dus van de plaats waar ik die jonge Vlaamse islamiet ontmoette, die ook aan geloofsverdediging doet met soortgelijke boekjes, precies 85 jaar later. Zo herhaalt de geschiedenis zich, maar nooit helemaal op dezelfde manier!

Offensiefbeweging

Offensief-meeting

“Geloofsverdediging” was als uitgeverij de voorloper van uitgeverij Halewijn NV, die vandaag nog steeds tal van katholieke publicaties verzorgt. Weer een beetje verder zoeken op internet bracht me bij een artikel over “De Offensiefbeweging in Vlaanderen“. Het artikel beschrijft hoe het Antwerpse dominicanenklooster de spil was in het katholiek ideologisch militantisme van het interbellum en de thuisbasis van katholieke documentatiecentra, een tijdscrift “De Waarheid”, propagandacentrales en zogenaamde “offensiefbrigades” die zelfs bij gelegenheid als knokploeg opereerden.

De tijden zijn veranderd… en misschien mogen we nog van geluk spreken dat onze islamitische stadsgenoten in de professionalisering van hun apologetische ijver slechts een flauwe afspiegeling zijn van de Dominicanen van weleer. Anderzijds mogen we ons de vraag stellen of we zelf tegenwoordig niet een beetje te weinig aan geloofsverdediging doen. Men zegt dat de jongeren van vandaag op vlak van religie onwetend zijn, maar wel heel ontvankelijk. Hoe spreken we hen echter aan? Zijn de—laat ons eerlijk zijn—eerder flauwe artikeltjes op Kerknet.be voldoende wervend voor buitenstaanders? Ik vrees ervoor… Een youtubekanaal met apologetische filmpjes lijkt me wel wat, zoals dat van Christelijke Apologetiek.

Of is de tijd rijp zijn om een Nederlandse paperback van de Summa uit te brengen en een offensiefbrigade op te trommelen om ermee de straat op te gaan?

De geconcretiseerde abstractie van het christelijk geloof: een mind-twister

Af en toe herlees ik zelf oude artikels op mijn blog. Laatst stiet ik op deze stelling: “Gelovigen kunnen God gestalte geven door in hun dagelijks leven hun naaste te beminnen, maar zelfs dat blijft, hoewel het noodzakelijk is, tamelijk abstract”. Bij het lezen dacht ik: dat is toch wel eigenaardig geformuleerd, hoe kan een concrete daad van naastenliefde nu abstract zijn?

Een reconstructie van mijn gedachten drong zich op.

Abstract denken

Zonder een godsdienst te specifiëren, zou je religieus denken kunnen opvatten als een bijzondere vorm van abstract denken. Abstract denken is een vaardigheid van de menselijke geest om te redeneren over begrippen die je niet concreet kan waarnemen. Nadenken over God hoort dus per definitie tot het abstracte denken, want je kan God niet waarnemen en toch zijn er hele bibliotheken over bijeengeschreven. Het Oude Testament is één van die bibliotheken, waarmee we goed vertrouwd zijn.

Geconcretiseerd

Het christelijk geloof is op zich dan weer een bijzondere vorm van dat abstracte religieuze denken, want het onderwerp van het abstracte denkproces, God, concretiseert zich in een mens, Jezus. Precies zoals Johannes het verwoordt in het eerste hoofdstuk van zijn Evangelie: “Het Woord (logos – denken – ontastbaar – abstract) is vlees (mens – tastbaar – concreet) geworden”. In het christelijk geloof is het abstracte concreet geworden.

De katholieke Kerk, veel meer dan de protestantse afsplitsingen, houdt sterk vast aan die concretisering van de abstracte God. Het sacrament van de eucharistie is daarvan het treffendste voorbeeld. Jezus’ lichamelijkheid wordt voor altijd bestendigd in het offerbrood van de heilige Mis. Voor een katholieke gelovige is denken over God geen abstract denken meer, want zijn God is concreet, tastbaar. Een katholiek gelooft met zijn zintuigen en met zijn handen en voeten.

Dualiteit

Het is een dualiteit die Jezus ook uitspeelt als hij spreekt over het Grootste Gebod. Naast het abstracte joodse gebod dat betrekking heeft op God “Gij zult de Heer uw God liefhebben met geheel uw hart, geheel uw verstand en met al uw kracht” plaatst Hij het concrete christelijke gebod dat betrekking heeft op de mens “Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf”. Wie die naaste precies is, houdt Hij echter in het ongewisse, dat blijft dan verrassend genoeg toch abstract.

In zijn rede over het Laatste Oordeel zegt Hij: “Alles wat ge voor de minste van de mijnen hebt gedaan, hebt ge voor Mij gedaan”. Wat is nu het concrete en wat is het abstracte? Echt duidelijk wordt het niet, maar wat zou er gebeuren als we de rollen eens omdraaien?

De rollen omgedraaid

Onze relatie tot onze naasten, onze rol in de samenleving, alles wat we normaalgezien ‘concreet’ zouden noemen, kan je nu overdenken als een abstractie van onze concrete relatie tot Jezus. De mensen om ons heen worden een beeld van Jezus. Net zoals wiskundige of chemische formules abstracte vorm zijn van concrete fysische processen, is onze relatie tot de naaste een abstracte vorm van onze concrete relatie tot Christus.

Ik denk dat het een betere benadering is om over het christelijk geloof na te denken. De gewoonlijke benadering, waarbij de liefde van God als een geestelijke abstractie wordt voorgesteld van onze concrete daden van naastenliefde, vind ik problematisch omdat ze insinueert dat het de mens is die zich een Godsidee schept om over belangrijke levensvragen abstract te kunnen redeneren. Als je nadenkt over de Schepping, de Menswording en de Verlossing houdt die benadering geen steek. Draai je het helemaal om en beschouw je onze daden van naastenliefde als abstracte vormen van de concrete liefde van God, dan valt heel de Blijde Boodschap netjes in haar plooi!