Bouwen op de rots van het geloof

164. Donderdag na Beloken Pasen

De kracht waardoor wij de overwinning behalen op de wereld is ons geloof, zegt Sint Jan ( 1 Joh. 5, 4 ; epistel van de Zondag.) Het geloof is ook het beginsel waardoor wij zegevieren over de duivel en het vlees. Want wat de heilige Schrift de wereld noemt in de boze zin van het woord kan, wederom volgens de geliefde Leerling, worden herleid tot begeerlijkheid der ogen, begeerlijkheid des vleses en hovaardij des levens ( 1 Joh. 2, 16 ), en de satan is het die de tegenwoordige aeon beheerst. Jezus zelf noemt hem de vorst dezer wereld en Sint Paulus aarzelt zelfs niet hem de god van deze aeon te noemen ( 2 Kor. 4, 4 ). Door het geloof ontsnappen wij aan deze machten, want het geeft ons de kennis van God en van onszelf en een zicht op alle dingen dat de drogredenen van de wereld en de illusies van de zelfzucht verscheurt. Het is een zuiver geestelijk delen in het licht van God zelf, in het diepst van onze ziel, waaraan de duivel niet raken kan, zolang wij ons aan het geloof alleen vasthouden. Het is ook de enig betrouwbare grondslag van ons innerlijke leven het enige beginsel van het zuivere gebed. Noch het gevoel nog de verbeelding noch het redenerend verstand mogen die plaats innemen, al kunnen zij in meerdere of mindere mate dienstbaar worden gemaakt aan het grote doel van de vereniging met God in het diepst van onze geest. Niemand heeft deze functie van het geloof zo goed beschreven en in het licht gesteld als de heilige Johannes van het Kruis , de kerkleraar van het inwendige leven.

1. Wie zijn gebedsleven baseert op het gevoel, bouwt op zand. Hoevelen doen dit zonder er zich rekenschap van te geven! Vooral wanneer men jong is en in een vrome en beschutte omgeving leeft, worden verbeelding en gevoel gemakkelijk door religieuze bezieling meegesleept. En men kan niet ontkennen dat dit de gewone weg is der beginnelingen, de zoetigheid waardoor de kinderen worden gelokt. Maar reeds in dit stadium is het zaak zo spoedig mogelijk het gebed te funderen op de onbedriegelijke bodem van het naakte geloof, van het loutere aanhangen van de geest aan God omdat Hij God is, onafhankelijk van alles buiten Hem. Verzuimt men deze geestelijke onthechting na te streven, dan loopt men groot gevaar in latere jaren waarin de gevoelige godsvrucht zonder twijfel, en om vele redenen, meestentijds of geheel zal uitblijven, het gebed te verwaarlozen en in lauwheid of in een soort naturalisme te vervallen. En bovenal, men verspert zich de weg tot ware vooruitgang die alleen mogelijk gemaakt wordt door de ontlediging van de geest.

2. „De tocht van de ziel naar de vereniging met God wordt een nacht genoemd om drie redenen. De eerste is ontleend aan het punt van de uitgang: de ontlediging van het verlangen naar alle genoegen in alle dingen van deze wereld door de onthechting. De tweede reden is gelegen in de weg waarlangs de ziel reist: het geloof, want geloof is, gelijk de nacht, duister voor het verstand. En een derde reden wordt gevonden in het doel waarnaar de ziel streeft: God, onbegrijpelijk en oneindig, die in dit leven nacht is voor de ziel” ( Johannes van het Kruis ).

Het geloof ligt aan de wortel van de ware onthechting, omdat het ons de alles overtreffende waarde toont van het koninkrijk Gods en derhalve ook de betrekkelijke waarde van al het andere. Het schenkt die bepaalde geesteshouding, welke alleen door de ervaring gekend kan worden, want geheel anders dan men verwachten zou, veroorzaakt deze onthechting een grotere liefde voor onszelf, de medemens en alle schepselen en geen geringere. Alleen is zij anders dan vroeger, minder koortsig, meer omvattend, zuiver, helder. Zij schenkt ons andere ogen, die ons de van God vervulde schoonheid van al het aardse doen aanschouwen.

Willem Grossouw

Over Innerlijk LevenAbonneren per email (dagelijks van 30/11/2014 tot 29/11/2015)

  • Tevreden over deze inhoud?
  • ja   nee

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *