De eeuwigheid is gewoon straks

Als het te pas komt, heb ik de kinderen al meermaals proberen uit te leggen wat “eeuwigheid” betekent, een begrip waarover we in ons geloof zo vaak spreken. Het is moeilijk om “eeuwigheid” goed te omschrijven. “Het is een tijdspanne die nooit eindigt”, zeg ik dan. Of iets abstracter: “het is een toestand van de geest waarin tijd geen betekenis meer heeft, waarin er geen voor en na is, maar alles in een oogopslag overschouwd kan worden.”

Tja, ik denk niet dat mijn  pogingen al veel indruk gemaakt hebben. Ik moet eerlijk toegeven dat ik het zelf maar nauwelijks begrijp, wat “eeuwigheid” voor een mens kan betekenen.

Maar onlangs kreeg ik openbaring: al mijn pogingen waren overbodig, want kinderen hebben van nature een perfect begrip van het concept “eeuwigheid”. Alleen noemen ze het anders.

Als je hen vraagt iets te doen, huiswerk te maken, op te ruimen, even te helpen,… Dan antwoorden ze altijd: “straks”. Wat blijkt nu: het begrip “straks” heeft precies dezelfde kenmerken als het begrip “eeuwigheid”. “Straks” is een tijdspanne zonder einde, zo leert mijn ervaring als ouder. “Straks” is ook een ingesteldheid van de geest, waarin de orde van de tijd geen betekenis heeft: je kan er oneindig veel activiteiten in onderbrengen en—de kinderen althans—kunnen dat alles in een enkele oogopslag overschouwen “Ik zei toch dat ik dat straks ging doen!”.

Bewonderenswaardig is ook de volledige onthechting die hun geestelijk leven kenmerkt. Dag in dag uit zijn zij bezig met de eeuwigheid die hen opwacht. Geen opdracht is hen te klein, of ze betrekken ze als vanzelfsprekend op de tijdloosheid van de eeuwigheid. De oprechtheid waarmee ze over de eeuwigheid spreken, wekt ontzag op, zo vertrouwd zijn zij met de goddelijke tijdsdimensie.

Zo zie je maar dat je geen geleerde theoloog met veel boekenwijsheid moet zijn om de moeilijkste concepten van het geloof te doorgronden! Maar waar komen die inzichten dan wél vandaan? Ik heb getracht te ontdekken wat de bron is van hun ingestorte wijsheid en heb wekenlang zorgvuldig hun gedrag waargenomen. Bij ontstentenis van andere significante invloeden, ben ik tot de vaststelling gekomen dat zij hun volmaakte toestand van vergeestelijking putten uit een meditatieve oefening die ongeveer deze vorm aanneemt, waaraan zij zich dagelijks ettelijke uren in grote volharding toewijden:

Tiener in meditatieve trance

Ik ben ervan overtuigd dat deze bron van wijsheid dieper is dan wij kunnen vermoeden en dat grote openbaringen ons staan te wachten! Straks ga ik hen het geheim van de goddelijke drie-eenheid ontfutselen! Wacht maar…

Schuldbelijdenis verbindt

Op Twitter lees ik bij Stefan Paas regelmatig prikkelende stukjes. Paas is in Nederland dit jaar “Theoloog des Vaderlands”. Zijn katholieke voorgangers lagen me minder, die zaten niet in mijn Twittervolglijst. Hijzelf is niet katholiek, maar zit ergens in het protestantse spectrum, vraag me niet precies waar, maar zijn Wikipagina vermeldt wel dat zijn benoeming als hoogleraar gecontesteerd werd. Misschien omdat hij stiekem een beetje te katholiek is om fatsoenlijk te zijn?

Laatst was hij op Twitter druk aan het citeren uit een boek van Anton van Duinkerken, waaronder deze passage:

De context van het citaat heb ik niet mee, dus wat Van Duinkerken er precies mee bedoelde is me niet duidelijk. Ik lees het citaat in de context van het debat over de plaats van geloof in de samenleving. Geloof kan je niet terugdringen tot de private ruimte, hoewel velen dat zouden willen. Dat zegt ook Saskia van den Kieboom op Logia:

Als gelovigen mogen we ons echter niet teveel focussen op die publieke ruimte. Misschien vind je het raar, maar ik heb de neiging het standpunt van de vrijzinnigen te beamen, dat we als gelovigen de publieke ruimte te snel willen inpalmen als speelveld van ons geloofsleven en dat we er meer aan zouden hebben het zwaartepunt van ons geloofsleven in de private ruimte te leggen.

Als gelovige ben je natuurlijk voor vrede, maar ik ben van mening dat je niet moet gaan betogen voor vrede in de wereld, als je geen vrede kan maken met je collega’s, klasgenoten, buren of familieleden. En je moet geen vrede willen maken in de kleine gemeenschap van collega’s, klasgenoten, buren of familie, als je geen vrede hebt in je eigen hart.

Jezus richt ons op onze naaste en Hij maant ons aan geen offer naar de tempel te brengen als we nog ruzie hebben met onze buur.

Het heeft alleen maar zin tekenen van je geloof achter te laten in de publieke ruimte, als die ook stevig gegrondvest zijn in de private ruimte, in de allerkleinste (geloofs)gemeenschap van je persoonlijk geloofsleven, je gezin, je straat of je parochie. En het heeft maar zin je geloof te beleven in je gezin of in je parochie, als het berust op de vrede van het geloof in je eigen hart.

Vanuit die idee, voel ik me altijd goed als aan het begin van de zondagsmis het confiteor, de schuldbelijdenis, wordt gebeden. Het is het moment in de liturgie waarop je als gelovige beroep doet op je aanwezige medegelovigen, op de engelen die zich rond het altaar voorbereiden op de komst van hun Heer en op de gemeenschap van de heiligen in de Hemel, om te bidden voor vergiffenis van je zonden. En op hun beurt vragen mijn medegelovigen mij mee te bidden voor de vergiffenis van hun zonden.

Ik belijd voor de almachtige God, en voor u allen, dat ik gezondigd heb in woord en gedachte, in doen en laten, door mijn schuld, door mijn schuld, door mijn grote schuld. Daarom smeek ik de heilige maagd Maria, alle engelen en heiligen, en u, broeders en zusters, voor mij te bidden tot de Heer, onze God.

Als dat geen intieme verbondenheid schept!

Vanuit de nederige verbondenheid in die kleine gemeenschap, zal het geloof zich krachtig kunnen ontplooien en—wie weet—zelfs zijn tekenen achterlaten in de publieke ruimte, na de mis. Maar niet zonder die verbondenheid.

Dat is blijkbaar niet de mening van sommige theologen, zoals geciteerd op de Engelse Wikipagina: Liturgical theologians ask “why run the risk of individualizing members of the assembly in a penitential mode after they have gathered precisely as a worshipping community?”… Mijn ervaring is dat dit gebed niet individualiseert, integendeel: het verbindt! Veel meer dan het gewone kyriegebed en het gaat ook dieper dan (of alleszins: vooraf aan) het handjes schudden tijdens de vredeswens.

Mijn sympathie voor het confiteor is nog sterker omdat het op vele plaatsen niet wordt gebeden. Dat is geen liturgische inbreuk, want het missaal voorziet nog drie alternatieven om de boeteritus te voltrekken, te weten, in volgorde van populariteit: (1) de kyrieverzen, voorafgegaan door aanroepingen, (2) de besprenkeling met wijwater, en (3) dan nog een derde vorm, volgens mijn missaal, maar ik heb hem nog nooit meegemaakt [1].

Bij de afsluitende formule die de priester na het confiteor uitspreekt (“Moge de almachtige God zich over ons ontfermen, onze zonden vergeven en ons geleiden tot eeuwig leven”), maak ik ook steevast een kruisteken, om het sacramentale te bekrachten (dat geen sacrament is), zoals dat in de oude mis ook volgt op het confiteor, een gewoonte die gelukkig ongevaarlijk is en die ik dan maar opvat als een eerherstel voor het optioneel maken van dit gebed.

De geschiedenis van het confiteor

In de loop van de geschiedenis is er wel wat gesleuteld aan het confiteor, heiligen toegevoegd en dan weer weggehaald en op zijn ‘hoogtepunt’ werd het wel tot driemaal toe gehoord in de mis: tweemaal tijdens de gebeden aan de voet van het altaar, door de priester en vervolgens door de misdienaar en nogmaals voor de uitreiking van de communie.

Gelukkig is het er nog, want ik zou geen mis meer zonder kunnen!


[1] Die derde vorm van de boeteritus gaat als volgt: ℣ Heer, ontferm U over ons. ℟ Wij hebben gezondigd. ℣ Toon ons, Heer, uw barmhartigheid. ℟ En schenk ons Uw heil. ℣ Moge de almachtige God zich over ons ontfermen, onze zonden vergeven, en ons geleiden tot het eeuwig leven. ℟ Amen.

Katholieke spelletjes

“Al spelend leren” klinkt geweldig en educatieve spelletjes zijn wel populair, maar niet zo in de nichemarkt van geloofsopvoeding. Misschien omdat er nogal veel moeite kruipt in het maken van een goed spel. Misschien omdat zo’n spelletje toch een minimum aan voorkennis vereist, die de meeste gelovigen niet meer meekrijgen. Toch bestaan ze, de katholieke spelletjes. Je kan ze gemakkelijk op internet terugvinden, maar hier krijg je niettemin een lijst met enkele verwijzingen.

Nederlandstalige spelletjes

Het is nooit te laat voor een aflaat.

Het meest in het oog springende spelletje is ongetwijfeld gepubliceerd op de Thomaswebsite van het katholiek onderwijs. Het is een doe-het-zelfspelletje, dat wil zeggen dat je alle benodigdheden kan downloaden, afdrukken en zelf ineenknutselen.

Het is nooit te laat voor een aflaat

Het thema van het spel zijn de “uitersten”: Hemel, Hel en Vagevuur. Persoonlijk vind ik dat een interessant thema, maar het is een eufemisme om te zeggen dat deze elementen van ons geloof vandaag in brede katholieke kringen stiefmoederlijk bejegend worden. Daarom ben ik er nog niet helemaal uit of dit spel opgevat is als een cynische practical joke, dan wel als educatief leermiddel. Ik kan me niet voorstellen dat hiervoor onder godsdienstleerkrachten veel interesse bestaat, mocht het thema al in de leerplannen voorkomen. Niettemin lijkt er wel grondig over nagedacht te zijn en laat de mededeling bij de publicatie toch uitschijnen dat het serieus is bedoeld—van de aangekondigde spelendatabank is voor de rest niet veel in huis gekomen.

Het spel doet een beetje denken aan Levensweg. De spelers zijn echter niet de zieltjes, maar ze nemen de rol op van familiehoofd, duivel, dossiermanager, biechtvader, aflatenverkoper en God en ze hebben als taak zoveel mogelijk zieltjes in de Hemel te krijgen.

Spelregels en materiaal voor “Het is nooit te laat voor een aflaat” vind je op de Thomaswebsite.

Elders op de Thomaswebsite vind je nog een reeks katholieke varianten van bestaande spelen: Pictionary, Domino, Kwartet, Memory, Time’s up en Taboe.

Katholiek Kwartetten

Katholiek kwartetten is een spel dat gelanceerd is op deze website, eveneens om zelf ineen te knutselen of om online te bestellen. Het is een klassiek kwartetspel, optioneel gekoppeld aan een digitale spelvariant met online kwis uit de Mechelse Catechismus.

Katholiek Kwartetten

Spelregels en materiaal voor Katholiek Kwartetten vind je op Geloven Leren.

Engelstalige spelletjes

Unus Deus

Dit spel is nog niet beschikbaar, het is een lopend project op Kickstarter, dus er moeten nog voldoende fondsen gevonden worden om het spel te realiseren. Het wordt een variant op Uno, maar dan met liturgische kleuren en symbolen en de nodige uitleg daarbij op de achterkant van de kaarten.

Unus Deus

De pagina van Unus Deus op Kickstarter.

The CATHOLIC Card Game

Afgaande op de beschrijving op de website lijkt dit meer een spel voor volwassenen. Het is een heel interactief en gevat spel gebaseerd op een set van 480 speelkaarten (met uitbreidingspacks). Je kan het spel bestellen of het aan een goedkopere prijs aankopen om zelf af te drukken.

The CATHOLIC Card Game

“A fun party game that combines the love of your faith and your incredible sense of humor.”

De website van The CATHOLIC Card Game.

Elders vind je ook reeksen katholieke quizzes, een eindeloze lijst DIY-games en een online winkel met tal van katholieke games.

Grondwetsartikel 24 en de Islam

In Belgie is godsdienst knus ingenesteld in de staat. Die bekostigt onderhoud van kerkgebouwen, synagogen, moskeeen, tempels,… ook de eredienst zelf en de bedienaars van de eredienst en daarnaast ook godsdienstonderwijs in officiele zowel als vrije scholen. Dat laatste leek even op de helling te staan door het voorstel om artikel 24 van de grondwet te herzien.

Voorstellen om het vak godsdienst te vervangen door iets algemeens rond burgerzin, filosofie, algemene godsdienstbeschouwing, of dies meer worden steevast geargumenteerd met een waaier van argumenten, waarvan hieronder de meest aangehaalde:  

Secularisatie. Slechts een minderheid van de bevolking maakt deel uit van een geloofsgemeenschap, dus de overheid hoeft zich niet te verplichten in te staan voor godsdienstonderwijs, van welke aard ook.

Diversiteit. In een samenleving die meer verschillende religies telt, wordt het belangrijker om de andere religies te leren kennen, dan de eigen religie, als daarvan al sprake is.

Demografie. Katholieke scholen, waar enkel katholieke godsdienst wordt gegeven, tellen een meerderheid aan leerlingen die eigenlijk met het katholiek geloof geen uitstaans hebben, louter omdat die scholen historisch zo sterk verankerd zijn in het onderwijslandschap. Toch volgen zij verplicht het vak katholieke godsdienst.

Verlichting. De Westerse/Europese waarden worden opgehangen aan de ideeen van de Verlichting. Die waarden worden zijn in onze samenleving universeel  en horen alsdusdanig ook thuis in het onderwijs.

Vrijheid. Een stapje verdergaand op twee laatste argumenten, moet jongeren de vrijheid worden gegeven te kiezen of ze willen geloven en welk geloof ze zouden belijden. Dat mag niet afhangen van de school die toevallig in de buurt is (cf. de beperking van schoolkeuze in grootsteden) of die hun ouders voor hen kiezen.

In de meeste van deze argumenten, op dat van de Verlichting misschien te na, gaat het katholiek onderwijs mee, meer nog: ze hebben ze reeds geanticipeerd in de uitwerking van het concept van de katholieke dialoogschool, waarin godsdienstonderwijs niet langer catechetisch is, maar dialogerend en pluralistisch.

Als katholieke ouder kijk ik het debat met lede ogen aan. Ik snap immers niet wat dit debat in wezen zou veranderen in de geloofsopvoeding van mijn kinderen. De rol van de katholieke school heb ik nooit als een wezenlijke ondersteuning ervaren. Onbewust zal die er ongetwijfeld zijn geweest, in de herkenning van bepaalde verhalen, in het aanvoelen van eenzelfde resonantie, in de ontmoeting met de enkele leerkracht—een witte raaf—die nog lesgeeft of persoonlijk aanspreekt vanuit de kracht van het geloof, maar als het erop aankomt, gebeurt geloofsoverdracht thuis of in de parochie. En zelfs al schaf je het vak godsdienst af, gelovige leerkrachten zullen de kracht van het zout niet verliezen.

Om te ontkennen dat het nuttig zou zijn om andere godsdiensten te ontdekken, ben ik de laatste. Ik heb al voorgesteld aan onze oudste zoon, die naar een GO-school gaat, om zich gedurende een jaar in te schrijven voor het vak islamitische godsdienst, maar dat zag hij niet zitten. Of die kennismaking ook enige persoonlijke relevantie zou hebben in een vak “wereldgodsdiensten”, betwijfel ik echter ten zeerste.

Terugkerend op de nipt ontweken herziening van artikel 24 in de Belgische grondwet, vraag ik me af of de argumenten in het debat ueberhaupt relevant zijn. De katholieke godsdienstles van de dialoogschool vult eigenlijk het gros van de hervormingsvoorstellen reeds in, alleen de princiepskwestie van de benaming blijft over, en voor wie dat echt niet wil, is er zedenleer, islam, etc… op de GO-scholen.

Heel het debat lijkt me dus een non-issue, tenzij….

Tenzij je de islam mee in het debat betrekt.

Politici worden geacht vooruit te denken, veranderingen in de samenleving te analyseren en de effecten op het staatsbestel te anticiperen. Dat lijken ze ook netjes te doen, want secularisatie en diversiteit zijn belangrijke punten op de agenda. Van vandaag… Wat echter met de agenda van morgen?

Ik ben even te lui om de concrete cijfers van de demografische voorspellingen bij de hand te nemen, maar ik hoef geen tekeningetje te maken bij de groei van de islam in onze regionen. Waar we vandaag nog spreken van een secularisatie in de samenleving, zullen we over tien, dertig, vijftig,… jaar spreken van een desecularisatie in de samenleving!

Is het verstandig om die kering af te wachten en ondertussen de inbedding van godsdienst in de staat onveranderd te handhaven? Dat is de vraag die politici vandaag moeten stellen. En misschien stellen sommigen die ook, zonder het met zoveel woorden te (durven) zeggen.

Dat we vandaag nog geen islamitische zuil in het onderwijslandschap hebben, is volledig en al te wijten aan de islamitische godsdienst zelf, omdat zij onderling hopeloos gedesorganiseerd zijn. Mocht de Islam een minimum aan organisatiestructuur kennen, zoals de katholieke Kerk die eigen is, ben ik er zeker van dat er vandaag een bloeiende islamitische onderwijskoepel zou bestaan en dat moskeeen in onze steden mee het straatbeeld zouden bepalen.

Controle. Controle is het ultieme argument dat wordt aangevoerd om de huidige Belgische wetgeving te verantwoorden. De staat betaalt, dus de staat controleert.

De laatste jaren hebben we heel wat positieve berichten gehoord over de controle die de staat kan uitoefenen op godsdienstige organisaties. Moskeeen met Arabisch geld en dito haatpredikers, Islamitische scholen die opgericht worden met geld uit het drugsmilieu, ze worden allemaal tot de orde geroepen. Ik ben geen jurist, maar ik vermoed dat dit minder met de gronwettelijke verankering te maken heeft dan met alledaagse burgerlijke orde. Die buigt zowiezo graag mee met de actuele meerderheid, dus daarover hebben we ons niet veel illusies te stellen.

Het is dus misschien een beetje gewaagd, maar ik zou durven beamen dat het een gemiste kans is om artikel 24 aan herziening te onderwerpen!

De vaagheid van de werkelijke argumenten die de politieke partijen hanteren in dit debat, maakt echter dat ik minder dan ooit weet voor wie ik nu moet stemmen over enkele weken 🙁

Van orgaanklonen en christelijke emancipatie

Ik heb een boek gelezen, Never let me go, van Kazuo Ishiguro (nobelprijs literatuur 2017). Het gaat als volgt. In een andere toekomst heeft de medische wetenschap zich gespecialiseerd in behandeling van kanker door transplantatie. Om voldoende donororganen te hebben, worden mensen gekloond. Het boek volgt het leven van enkele van die klonen, als kinderen in een speciale kostschool “Hailsham”, als jongvolwassenen in een gemeenschapswoning “The Cottages” en uiteindelijk als donor in een “Center”, tot hun uiteindelijke “voltooiing” (= overlijden ten gevolge van een tweede, derde of vierde donatie).

Als lezer verwacht je dat het plot zal uitdraaien op een heroïsche strijd van de “donoren” om aan hun mensonwaardige noodlot te ontsnappen, wat niet eens zo moeilijk zou zijn, want de controle op hun bewegingsvrijheid is praktisch onbestaand. Niet zo! De donoren ondergaan hun lot als een onontkoombaarheid, leiden in hun eigen gemeenschap een al bij al gelukkig leventje en vinden er zelfs enige fierheid in een “goeie donor” te worden: hun levensdoel is per slot van rekening het leven van anderen te redden! Als ze geconfronteerd worden met de nare aspecten van hun toekomst, slagen ze er steevast in die weg te lachen of als gespreksonderwerp taboe te maken en verder te gaan met de dagdagelijkse beslommeringen en er het beste van te maken.

De passage waarin een koppel jongvolwassen klonen, van wie de jongen op dat moment al drie donaties achter de rug heeft, op zoek gaat naar de voormalige directrice van hun kostschool omdat ze hopen een “deferral” te krijgen (een paar jaar extra te leven), is het enige moment waarop verzet tegen hun lot naar de oppervlakte komt. Achteraf bekeken, heb ik de indruk dat die scene is toegevoegd om de lezer toch een minimum aan morele houvast te geven, maar eigenlijk in het verhaal overbodig is. De poging uitstel te krijgen, levert immers niks op.

Het is een verhaal over vrijheid. Het bevreemdende  spanningsveld tussen het wrede lot van de donoren en hun totaal gebrek aan verzet, leert ons misschien meer over ons eigen begrip van vrijheid dan de heroïsche gevechten die in tal van andere romans worden geleverd om vrijheid te veroveren.

Langs de ene kant geeft de film een pessimistisch beeld van onze vrijheid. Iedereen heeft wel bepaalde aspecten in zijn leven waarvan een buitenstaander zou zeggen: “waarom probeert hij daar niet uit te ontsnappen?”, maar waaruit hijzelf geen ontsnappingspogingen onderneemt, een verslaving, een afmattende job, een stukgelopen relatie, slechte vriendschappen, een ongezonde levensstijl, … Het is lang niet zo erg dat we elke dag een oproepingsbrief kunnen verwachten om een orgaan af te staan, maar ook onze kleine afhankelijkheden beperken ons, terwijl het vaak niet zo moeilijk is om eraan te ontsnappen. En toch doen we dat niet. Vrijheid is dus subjectief en soms lijken we er bang van te zijn.

Langs de andere kant laat de film ook een sprankeltje hoop zien. Niet de hoop te ontsnappen aan de onvrijheid, maar de hoop om vanuit de beperktheid, zonder ze te doorbreken, waardig in het leven te staan en de rechtvaardiging te zoeken.

Ook dat is een vorm van vrijheid, een bevrijding, en misschien zelfs een heel Christelijke bevrijding en één die tegen de haren van de tijdsgeest instrijkt, die emancipatie graag als doel op zich voorstelt.

Emancipatie is belangrijk. Als je wil vechten voor je vrijheid, is dat een teken dat je ook inspanning zal leveren om de mogelijkheden goed te benutten die de vrijheid je zal geven. Iemand die ervoor moet knokken om zich te mogen ontplooien—of die zich herinnert dat zijn voorgangers voor zijn vrijheid hebben gevochten—, zal er dan ook helemaal voor gaan zich te ontplooien.

Niet alle emancipatie is echter positief: het hangt er maar van af wat je met de gewonnen vrijheid wil gaan doen. Vrijheid is geen doel op zich. Meer nog: vrijheid kan een mens ook slechter maken.

Op dat besef berust ook het geloof, waarin vrijheid een belangrijk concept is.

Vrijheid is de centrale gedachte van Pasen. Joden vieren de bevrijding van hun volk uit de slavernij in Egypte. Christenen vieren de bevrijding van de dood.

De verhalen van de uittocht hebben we al zo vaak gehoord dat we er nauwelijks bij stilstaan wat voor een indruk die onderneming moet hebben nagelaten (en nog steeds nalaat) op de leden van dat joodse volk, onuitgewist sinds generaties. De uittocht was geen veldslag, zoals er zovele zijn die we—met gemengde gevoelens—kunnen herdenken. Het volk nam er schoorvoetend aan deel, het werd volledig op sleeptouw genomen door God, die het initiatief nam en voor de uitvoering van zijn plannen beroep deed op Mozes, zijn rechtstreekse vertrouweling. Dat als volk beseffen, is een unieke reden tot feestvreugde, dankbaarheid en nederigheid.

Ja, nederigheid, want als Mozes er niet was geweest om—namens God—het volk te leiden, was het van lieverlee teruggekeerd naar de Egyptische vleespotten, en als God er geen wetten aan had gesteld, had het vrije joodse volk zich bezondigd aan zowat alles wat in de tien geboden verboden wordt.

Net dezelfde feestvreugde, dankbaarheid en nederigheid past ons, christenen, als we beseffen hoe we door de actie van één man, voor alle tijden de toezegging hebben gekregen het Rijk Gods te kunnen betreden, zonder dat wijzelf, noch onze voorouders in het geloof, er verdienste aan hebben. Niet door strijd, maar door de zaligsprekingen te volgen die ons leren waardig in het leven te staan en rechtvaardiging te zoeken, ondanks onze beperkingen en onvrijheid.

Vrijheid willen we vieren, maar geen willekeur: “De vrijheid om het goede te doen”, dat is échte emancipatie.

Misschien heeft de lezer met deze invalshoek toch een beetje beter begrepen wat de christelijke vrijheid inhoudt en dan is het nu tijd om het meer apologetische werk over dit thema door te nemen!

Willem Grossouw, wiens teksten uit Innerlijk Leven ook op deze blog beschikbaar zijn, heeft het erover in meerdere van zijn stukjes:  Vrijheid voor God, De volmaakte vrijheid, De vrijheid der Liefde en De wil van God. Ook de catechismus beschrijft de vrijheid van de mens. Goede apologetiek voor wie vanuit het geloof beter wil leren begrijpen waartoe vrijheid ons verplicht!