De gaven van de Kerk

46. Octaaf van de Verschijning des Heren

De naviering van een feest in het octaaf stelt ons in de gelegenheid ook aan de afzonderlijke teksten der mis een liefdevolle aandacht te schenken. De gebeden van het missaal bevatten een schat van kernachtig geformuleerde en diep geestelijke gedachten die bij uitstek geschikt zijn ons met geloof te doen doordringen in het grote mysterie van het offer en de offerdienst der Kerk. Misschien zijn zij wat te ingehouden van toon, spreken zij te weinig tot onze verbeelding en ons gevoel om bij een vluchtige lezing te treffen, maar wie zich de moeite geeft ze rustig in zijn geest op te nemen, zal er krachtig voedsel in vinden en zij zullen hem, bij de herhaalde viering van de liturgische jaarkring, steeds meer smaken.

Een prachtig voorbeeld van deze gebeden biedt het offergebed uit de mis van Driekoningen. „Zie genadig neder, bidden wij U, Heer, op de gaven van uw Kerk. Niet langer wordt U goud, wierook en mirre aangeboden, maar wat door die gaven wordt betekend, dat offeren en nuttigen wij: Jezus Christus, uw Zoon, onze Heer.” In deze weinige woorden wordt het wezen van het misoffer zuiver getroffen en tegelijkertijd wordt de betrekking tot het mysterie van de dag vastgehouden. De Koningen komen met genereuze gaven: de rijkdommen der aarde leggen zij aan de voeten van het Kind. Maar wat die luxe in Gods ogen waarde geeft, is de innerlijke gezindheid die zij uitdrukken: geloof, aanbidding, liefde, — én de nog duistere aanduiding van het mysterie die zij bevatten: de zinspeling op Christus’ koningschap, zijn godheid en zijn ons reddende sterfelijkheid.

Ook de Kerk (dat is: wijzelf) verschijnt niet met ledige handen voor God. De Bruid brengt haar gaven mede: brood en wijn, geen schatten, maar de kracht en de vreugde van ons leven. Doch wat de weelde van het Oosten slechts kon gissen en vermoeden, bevatten de eenvoudige gaven van Gods volk in werkelijkheid: Jezus Christus, onze Heer. Straks zullen zij door het Christuswoord van de priester veranderd worden in het Lichaam en het Bloed die ons hebben verlost en ons heiligen, doch zó dat de gestalte bewaard blijft van brood en van wijn, dat wij immer Gods hoogste gave aan ons blijven herkennen als onze gave aan Hem. En reeds nu, bij het offergebed, ziet de Kerk in de eenheid van het mysterie in de symbolen op het altaar haar enige Heer aanwezig.

Wat belet ons, wie de werkelijkheid — zij het onder zinnebeelden — werd geschonken, de edelmoedigheid der Wijzen die Gods luister slechts konden vermoeden, te evenaren? De traagheid van ons geloof en de traagheid van ons hart, onze wereldse gezindheid. Hoe zouden wij de godsgave der mis waarderen, hoe zou die korte stonde in de morgen waarin het onzegbare geheim wordt voltrokken, voor ons, telkens opnieuw, onvervangbare sterkte en vreugde betekenen, indien wij geloofden !

Willem Grosssouw

Over Innerlijk LevenAbonneren per email (dagelijks van 30/11/2014 tot 29/11/2015)

  • Tevreden over deze inhoud?
  • ja   nee

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *