De wegen des Heren

20. Quatertempervrijdag van de Advent

Laten wij heden onze aandacht bepalen tot twee gedeelten van het misformulier die op het eerste gezicht weinig verband met elkaar houden, maar waartussen toch verborgen verbindingslijnen lopen, zoals meermalen het geval is met de teksten die de liturgie kiest. Het is wederom slechts een greep uit de rijkdom die deze dagen ons bieden.

1. „Nabij zijt gij, o Heer, en al uw wegen zijn waarheid” ( Ps. 118, 151 ; introitus ). Wat betekent dit psalmwoord op zich genomen? God staat zijn vrome bij en zijn handelen met de mens is louter „waarheid en trouw” (volgens de betekenis van het Hebreeuwsewoord dat hier is gebezigd). Dat is: Gods handelen met ons is waar, echt, wars van alle schijn en leugen, — daarom kan het ons, op de schijn verliefden, hard vallen. Hij wil ons aangrijpen in de kern van ons wezen, ons ware zelf naar boven halen, onze mogelijkheden ten goede door zijn genade verwerkelijken (de mogelijkheden die Hij kende, toen Hij de rijke jongeman „met liefde aanzag” ). En zijn wegen zijn „trouw” : nooit verlaat Hij degene die op Hem „vertrouwt” . Maar wederom: omdat deze trouwe nabijheid er een is die voortkomt uit en samenvalt met de oneindige Werkelijkheid en Waarachtigheid die Hij is en die Hij noodzakelijk is, daarom menen wij, mensenkinderen, die, zoals de dichter zegt, slechts weinig werkelijkheid kunnen verdragen, niet zelden, dat Hij ons verlaat en verre blijft.

Maar de Kerk zingt elk jaar op deze dag vertrouwvol: „Nabij zijt Gij, o Heer” . Het kerstfeest staat voor de deur en daarmee Gods komst en nabijheid, zijn trouw en waarachtig handelen met de mensen. Al uw wegen blijven waarheid, Heer. Wij staan in de werkelijkheid slechts inzover als onze schreden het pad van uw geboden gaan en ons hart in „uw wegen” gelooft.

2. En dan tovert het epistel ( Is. 11, 1-5 ) ons een ander toneel voor ogen. „Aan de stronk van Jesse zal een twijg ontspruiten, een scheut zal uit zijn wortel ontkiemen. De geest des Heren zal op Hem rusten. De geest van wijsheid en verstand, de geest van raad en sterkte, de geest van kennis en godsvrucht, en vervullen zal Hem de geest van de vreze des Heren. Hij zal niet richten naar uiterlijke schijn (want al zijn wegen zijn waarheid), geen vonnis vellen op geruchten die hij hoort. De zwakke zal Hij recht verschaffen en door de weerlozen in het land naar billijkheid rechtspreken.”

Wederom is het Isaias die van eeuwen her de diepste dingen weet over Christus: dat de volheid des Geestes op Hem zal rusten en dat zijn heerschappij het Rijk zal zijn „van gerechtigheid, liefde en vrede” . „Op deze bloem die door de Maagd Maria aan Jesse’s stam en wortel plotseling zal opschieten, zal de Geest des Heren rusten, want het geviel de Heer dat de gehele volheid der Godheid lichamelijk in Hem zou wonen, en niet bij gedeelten zoals in de overige heiligen. De Heer is de Geest en waar de Geest des Heren is, heerst vrijheid” ( Sint Hieronymus ).

Al de wegen des Heren die waarheid zijn en trouw, zijn uitgemond in dit Kind, in wie wij de volheid vinden van het heil, overstromende overvloed. Kracht is er in zijn zwakheid, want „Hij doodt de boosdoeners met de adem van zijn lippen” (epistel), maar voor de deemoedigen en de armen in den lande schaft Hij recht.

Laat ons met geloof en verlangen nadertreden tot de troon der barmhartigheid die de kribbe is. Hoe lang nog, Heer, heerst er onrecht op aarde en zonde in onze harten? „Toon ons uw barmhartigheid en schenk ons uw heil” ( Ps. 84, 8 ; graduale en offertorium ).

Willem Grosssouw

Over Innerlijk LevenAbonneren per email (dagelijks van 30/11/2014 tot 29/11/2015)

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *