God de enige steun voor altijd

355. Zaterdag na de een en twintigste Zondag na Pinksteren

Mijn God, ik geloof, erken en aanbid U als oneindig in de verscheidenheid en de diepte van uw eigenschappen. Ik aanbid U als degene die alles bevat wat de ziel kan zaligmaken en bevredigen. Door droeve ervaring weet ik maar al te goed dat al het geschapene en al het aardse slechts voor een korte tijd bekoort maar daarna ons terneerdrukt en walging achterlaat. Ik geloof dat er op aarde niets is dat wij ten slotte niet moede worden. Al bezat ik alle middelen om gelukkig te zijn die het leven kan bieden, ik geloof toch dat het leven zou gaan tegenstaan, daar op den duur alles ons alledaags, vreugdeloos en nutteloos zou voorkomen. Als mij een leven zonder einde ten deel viel, maar zonder U, zou ik mij mateloos ongelukkig gevoelen; tegenzin en walging zouden mij, geloof ik, bekoren aan mijn bestaan een einde te maken. Het komt mij voor dat ik mijn verstand zou verliezen, als ik slechts lang genoeg zou leven. Eenzaam zou ik zijn en afgezonderd, want als ik niet meer met U, mijn God, kan verkeren, ben ik zonder gezelschap, opgesloten in mijzelf. Gij alleen, oneindige God, zijt altijd nieuw, hoewel Gij de Oude van dagen zijt, de laatste en de eerste.

2. Mijn God, Gij zijt altijd nieuw, ofschoon Gij bestaat van eeuwigheid. Gij alleen zijt het voedsel voor eeuwig. Ik ben bestemd om niet voor een tijd maar voor eeuwig te leven. Ik kan mijzelf niet vernietigen, ook al zou ik zo goddeloos zijn dit te willen. Al zou ik anders wensen, in mijn geest en bewustzijn zal ik voortleven. Zonder U zou de eeuwigheid slechts een andere naam zijn voor eeuwige ellende. In U alleen bezit ik wat mij voor immer kan schragen, Gij alleen zijt het voedsel van mijn ziel, Gij alleen zijt onuitputtelijk . Gij alleen biedt mij altijd Uzelf aan, eindeloze nieuwheid om te kennen, eeuwige nieuwheid voor mijn liefde. Na millioenen jaren zal ik U nog zo weinig kennen dat ik zal menen pas te beginnen. Na millioenen jaren zal ik in U dezelfde of liever nog grotere zoetheid vinden dan eerst. Het zal zijn alsof ik eerst begin U te genieten en zo zal ik gedurende de gehele eeuwigheid zijn als een klein kind dat onderricht wordt in de eerste beginselen van uw oneindig wezen. Want Gij alleen zijt in Uzelf de zetel en het middelpunt van alle goeds, de enige wezenlijke in dit rijk der schaduwen, de hemel waarin de zalige geesten leven en zich verblijden.

3. Mijn God, ik kies U voor mijn enig deel. Uit louter voorzichtigheid wend ik mij af van de wereld en keer mij tot U. Voor U geef ik haar prijs. Wat alleen maar beloven kan verzaak ik voor degene die alle beloften vervult. Tot wie anders zou ik gaan? Hier wil ik U vinden en aan U mij verzadigen, Heer Jezus, die zijt verrezen en ten hemel gevaren maar bij uw volk op aarde verblijft. Tot U zie ik op, levend Brood, dat in de hemel is en vandaar nederdaalt. O, geef mij altijd van die spijze, vernietig dit leven dat weldra zal vergaan en vervul mij met het bovennatuurlijke leven dat geen einde kent.

Willem Grossouw

Over Innerlijk LevenAbonneren per email (dagelijks van 30/11/2014 tot 29/11/2015)