Het Hart van Jezus

95. Vrijdag na Septuagesima

De devotie tot het heilig Hart des Heren wordt somtijds beschouwd en beoefend als een zaak van religieuze vertedering. Hier wreekt zich het gemis aan theologische diepgang en men verengt dan de godsdienst tot een uiting van gevoel in de beperkte zin van het woord. Wanneer de heilige Kerk ons in de latere tijden het Hart van Jezus voorhoudt als symbool ook van zijn menselijke liefde en als een aansporing tot innigheid en hartelijkheid van de wederliefde, dan laat zij toch niet na op de objectieve en verlossende werkelijkheid te wijzen die dit dierbaar zinnebeeld voor ons beduidt, los van elke gevoelsinslag. „Uit het doorboorde Hart wordt de Kerk, Christus’ Bruid, geboren. Dáár werd, Gods volk ten heil, de deur der ark geopend. Dáár vloeit met zevenvoudige stroom immer vlietende genade waar wij onze besmeurde klederen wassen mogen in het bloed van het Lam.” (hymne van de vespers op het feest van het heilig Hart). Jezus’ gemartelde en verheerlijkte mensheid werd voor ons eerste en laatste, de enige en mateloze bron der genade, dat is: de bron van het eeuwige leven. Zij werd dat door de schande van het kruis en door de glorie der verheerlijking. En deze edelmoedige bronaar stuwt haar wateren door de Kerk, door het mystieke Lichaam de Heren, van zijn geest en kracht vervuld. Devotie tot het heilig Hart van Jezus betekent aldus, wel verstaan, ook devotie tot de Kerk , zijn Bruid.

2. In de oudste tijden der christenheid werd Jezus’ Hart niet op dezelfde wijze vereerd als thans, maar de realiteit der verlossing, door dat Hart bewerkt en verzinnebeeld, leefde sterker in het bewustzijn der gelovigen. Wij kunnen nog immer van hen leren. Allen, zij spraken om hun religieuze gedachten uit te drukken een gedeeltelijk andere taal dan wij. Wij moeten daarom somtijds de taal van het Nieuwe Testament enigszins overzetten om ze voor de gemiddelde mens van tegenwoordig helemaal doorzichtig te maken (Wellicht zou het omgekeerde om vele redenen beter zijn: dat wij méér trachtten onszelf uit te drukken in de taal van de Bijbel ).

In het epistel van de Zondag sprak Sint Paulus over de wonderen die de Israëlieten in de woestijn hebben gered. Eén daarvan was het door God gegeven water dat hen vrijwaarde voor de verschrikkingen van de dorst en de dood. Moses sloeg op een rots en er vloeide water uit. Christus , zegt de Apostel, was die Rots ( 1 Kor. 10, 4 ). Hij is de geestelijke Rots, waaruit de christenen het water des levens toevloeit en Hij, de Logos , was het ook die de Israëlieten eertijds redde van de dood: het water in de wildernis was maar een zinnebeeld van de eigenlijke zegen der messiaanse tijden.

En wij denken dan aan Jezus’ woord: „Als iemand dorst heeft, hij kome tot Mij en wie in Mij gelooft, dat hij drinke! Zoals de Schrift het zeide: „Stromen van leven water zullen uit zijn Lichaam vloeien” ( Joh. 7, 37-38 ) Toen de Heer aan het kruis hing, werd zijn zijde doorboord en „aanstonds stroomde er water en bloed uit. En die het gezien heeft, getuigt ervan en zijn getuigenis is waar. En de Schrift zegt: „Zij zullen opzien naar Hem die zij doorstoken hebben” ( Joh. 19, 34-37 ).

3. Het geslachtofferde Lam is de bron van het heil die onze geluksdorst stilt en ons oneindig méér geeft dan wij „denken over verlangen kunnen” en aldus, in de tijd van het aardse leven, voor ons kruis en zaligheid tevens is. Zij lijden heeft voor ons de Geest verdiend en de verheerlijkte Heiland schenkt Hem aan de christenen. Uit de geopende zijde en het doorboorde Hart vloeit waarlijk water des levens en verlossend bloed.

In het offer der mis komt het gekruisigde en verheerlijkte Lam op onze altaren en in het offermaal mogen wij onze dorst lessen aan die geestelijke Rots.

Willem Grosssouw

Over Innerlijk LevenAbonneren per email (dagelijks van 30/11/2014 tot 29/11/2015)

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *