Het leven verliezen

332. Donderdag na de Achttiende Zondag na Pinksteren

„Wie zijn leven wil redden, zal het verliezen. Maar wie zijn leven verliest om wille van Mij en het evangelie, zal het redden” ( Mk.8, 35 ).

Het zijn deze en dergelijke woorden des Heren, die wij zo lichtvaardig lezen en uitspreken. En als wij al ooit worden getroffen door de ernst en de gestrengheid, die de zachtmoedige Meester daarin legt, dan zeggen wij tot elkaar: „Dit is beeldspraak; dit is Oosterse, paradoxale zegswijze, schoon, maar niet letterlijk te nemen.” Of wij vinden iets anders en zeggen: „Deze woorden heeft Jezus gesproken tot zijn speciale volgelingen, uitverkoren en uitgelezen mensen zoals de apostelen, maar ze zijn niet bedoeld voor alle christenen.” Maar wij vergeten dat Sint Lukas uitdrukkelijk schrijft: „En hij sprak tot allen : „Als iemand mijn volgeling wil zijn, moet hij zichzelf verloochenen, zijn kruis opnemen iedere dag en Mij volgen. Want wie zijn leven wil redden…” ( Lk.9, 24 ). En wij vergeten ook, dat een oosterling juist met paradox en beeldspraak zijn ernstige dingen zegt. Natuurlijk is „dagelijks zijn kruis opnemen” beeldspraak; men kan niet elke dag ter dood veroordeeld en terechtgesteld worden. Wat bedoelt Jezus dan met deze woorden? Zij waren inderdaad in de eerste plaats bestemd voor zijn onmiddellijke volgelingen en zij eisten van de apostelen de volkomen trouw aan Christus en aan de door Hem gebrachte openbaring. Hun trouw moest bereid zijn te gaan tot de marteldood als het hoogste getuigenis. De boodschap van het koninkrijk der hemelen, dat is, de verkondiging van de in Christus verschenen openbaring Gods was voor de apostelen en de leerlingen de volstrekte waarde, die alles te boven ging. Door Gods wil waren zij geroepen tot deze verkondiging, die hun leven en hun lot onverbrekelijk verbond met Christus. Evenals de Heer zelf moesten zij bereidwillig hun aardse leven prijsgeven voor de verkondiging van het heil. Met deze woorden vraagt Jezus hun uiterste edelmoedigheid en tevens stelt Hij hun het eeuwige leven in het vooruitzicht. Maar op het aardse plan moesten zij tot elk offer bereid zijn omwille van de verkondiging van het evangelie.

Zoals echter reeds uit de formulering van Lukas ‘ tekst, hierboven aangehaald, blijkt, is deze houding van trouw aan de Heer en van evangelische belijdersmoed, die, als God het wil, gaat tot het martyrium , het exemplar , het beeld en toonbeeld van de christelijke levenshouding in alle tijden en in alle omstandigheden. De ware christen is altijd degene, die van Christus getuigt en die bereid is voor dit getuigenis alles ten offer te brengen, zo nodig zijn leven. Hij is in deze wereld degene, die door zijn woorden en zijn daden getuigt, dat in Jezus Christus God zich aan de wereld heeft geopenbaard. Niet alleen in de allereerste tijden der Kerk, maar altijd blijft de martyr , dat is, de getuige van Christus, de authentieke christen.

Hieruit kan men ook afleiden, welke de evangelische motivering der zelfverloochening bij uitstek is en waarin deze prijsgave des levens bestaat. Het kruis, dat de christen te dragen heeft, is de verkondiging van het woord en het getuigenis over de Heer en wat uit deze primaire christenplicht voortvloeit aan vervolging en lijden. Onze versterving mag niet zijn ingegeven door stoïcijnse motieven van autarkisch zelfbeheer, maar alleen door liefde „voor Christus en het evangelie van het rijk” .

Willem Grossouw

Over Innerlijk LevenAbonneren per email (dagelijks van 30/11/2014 tot 29/11/2015)

  • Tevreden over deze inhoud?
  • ja   nee