Leven

88. Vrijdag na de Zesde Zondag na Driekoningen

Wat ons waarlijk doet leven, zou Augustinus zeggen, is dat wat ons eeuwig doet leven. Het zalige leven kan geen einde nemen. En daarom kan slechts datgene ons waarachtig leven schenken wat ons verenigt met de Heer Jezus Christus, buiten wie geen heil bestaat en „zonder wie niemand tot de Vader kan komen.” „Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven.” „Ik ben de Deur.” „God heeft ons het eeuwige leven geschonken en dit leven is in zijn Zoon” ( 1 Joh.5, 11 ). „Vrees niet, Ik ben de eerste en de laatste, Hij, die leeft en die gestorven is, en zie, Ik leef tot in de eeuwen der eeuwen” ( Openb.1, 17. 18 ).

1. Hieraan denkt de Kerk, als zij ons in het slotgebed van de vorige Zondag bidden laat: „Met hemelse geneugten gevoed, bidden wij U, Heer, deze die ons waarachtig leven schenken, altijd te mogen begeren” . De christen die van de tafel des Heren weerkeert is „met hemelse geneugten verzadigd” . (Dit geldt altijd , ook in onze meest dorre en lome stemmingen, zo wij slechts meet geloof het Lichaam des Heren nuttigen). En nog gevoed met de bovenaardse spijs smeekt hij aanstonds weer daarnaar immer te mogen verlangen. Want de Kerk weet dat deze onverzadelijke begeerte ( appetere ) de voornaamste voorwaarde is, opdat ten volle Jezus’ woord aan ons wordt verwezenlijkt: „Wij mijn vlees eet en mijn bloed drinkt, heeft het eeuwige leven” ( Joh.6, 54 ).

2. Onze natuur verstaat onder het „volle leven” datgene wat ons levensgevoel verhoogt, wat ons het gevoel schenkt van welbehaaglijkheid, expansieve kracht, prestatie, erkenning. Wie aan een minderwaardigheidsidee lijdt of in zijn ondernemingen niet slaagt, wie altijd op de tweede plaats komt of door de anderen wordt geminacht, zal zich gemakkelijk uitgesloten achten van het festijn des levens. Maar de leerling van Christus overwint de wereld en ook zijn eigen zwakheid door het geloof. Alleen in de vereniging met God door Christus, onze Heer, is het heil gelegen en hiervan zijn de ellendigen en armen allerminst uitgesloten. „Zalig de armen van geest, zalig die treuren. Komt tot Mij alleen die tobt en belast zijt.”

3. Daarom is voor ons de voornaamste vraag niet wij in „het leven” slagen, maar hoe wij het eeuwige leven verwerven, dat is: hoe wij tot de vereniging met de Heer Jezus Christus geraken door, zoals Sint Paulus het noemt, „in Hem” te zijn. Wij kennen op deze vraag het antwoord dat ons elke dag opnieuw kan troosten en richting geven aan onze daden. Met Gods genade die ons niet ontbreekt, is het ons mogelijk elk ogenblik in te gaan tot deze levenwekkende en zalige gemeenschap, hoe onvolmaakt wellicht ook tot dat moment onze verhouding tot God is geweest. En wij weten ook hoe wij dit leven in ons bewaren en sterken kunnen. „Wat ons waarachtig doet leven” is: geloof en gebed, liefde en versterving uit liefde, hoop op de hemel en sacrament der onsterfelijkheid, kruis en vreugde van de Heilige Geest. In alle tijden en bij alle verandering van opvattingen blijven de wezenlijke waarden voor de christen dezelfde. Daarin ligt ons heil en het volle, want eeuwige leven. Houd vast aan de Heer Jezus, versaag niet in vertrouwen op Hem, word niet moede Gods aanschijn te zoeken, geef u over, zonder vrees en zonder voorbehoud, aan de goddelijke wil, die onze vrede is.

Willem Grossouw

Over Innerlijk LevenAbonneren per email (dagelijks van 30/11/2014 tot 29/11/2015)

  • Tevreden over deze inhoud?
  • ja   nee