Mysterie van ons geloof

220. Donderdag octaaf van Sacramentsdag

De liturgie noemt, op het verhevenste ogenblik van de mis, de eucharistie mysterium fidei , geheim des geloofs bij uitstek. De gedaanten van brood en wijn vormen de ijle sluier die de werkelijkheid voor onze ogen verborgen houdt, zoals het aardse leven, volgens de uitdrukking van Johannes van het Kruis , een web weeft, ja zelf niet anders dan een web genoemd kan worden dat de volmaaktte ziel scheidt van de aanschouwing Gods. Voor zulk een gelouterd mens is inderdaad dit sterfelijke leven slechts een weefsel, zo broos en zo dun dat het Licht er reeds doorheen zeeft en dat het niet lang meer weerstand zal bieden aan de aandrang om ontbonden te worden en met Christus te zijn. Zo moet ons aller geloof heendringen door de sluier der eucharistische gedaanten en onder deze zinnebeelden de voedende werkelijkheid ontdekken van Hem die zeide: „Ik ben het levensbrood” .

„Onder de gedaante van brood geeft Hij zijn lichaam en onder de gedaante van wijn zijn bloed, zodat, wanneer gij nuttigt, gij Christus’ lichaam en bloed waarachtig smaakt en daarvan deelgenoten wordt. Zo worden wij door de heilige communie Christusdragers en, naar het woord van Sint Petrus , deelachtig aan de goddelijke natuur” ( Cyrillus van Jerusalem in de vijfde les van de metten).

De eucharistie is het geheim des geloofs, omdat zij ons geloof op de proef stelt, maar ook omdat zij aan ons geloof de grootste vruchtbaarheid schenkt. Elke communie vragt een akte van bewust geloof die nooit door gewoonte of sleur kan worden vervangen. Maar wordt aan deze voorwaarde voldaan, dan bevat zij in zich ook de schoonste vervulling van Jezus’ woord: „Wie gelooft heeft het eeuwige leven” ( Joh. 6, 47 ). De kracht van dit sacrament en van dit geloof heeft zich geopenbaard in gevangenissen en concentratiekampen waar de goddelijke Hostie, ontdaan van alle luister, het eeuwige leven waarborgde van hen die door dit leven werden uitgestoten.

2. Wij spreken ook hierom van het geheim der eucharistie, omdat zij de toetssteen is van het ongeloof, als een ergernis Gods die de verborgen gedachten der harten aan het licht brengt. Zo was het reeds in die synagoog van Kafarnaüm waar Jezus niet aarzelde zelfs tot de twaalf de beslissende vraag te richten, nadat reeds velen van Hem waren afgevallen: „Wilt gij ook heengaan?” ( Joh. 6, 67 ). Het allerlaatste wat de wereld kan aanvaarden is dit geheim. Het is alsof op deze aarde de eucharistie omgeven is door een zee van ongeloof. Wat betekent het tabernakel te midden van het geraas van onze steden? Deze staat van verborgen machteloosheid is de uiterste ontleding waartoe het Woord zich heeft vernederd. Dit stilzwijgen Gods in een wereld die de stilte heeft vermoord, deze van alle kracht ontblote geringheid onder een geslacht dat stijgt tot de toppunten der stofbeheersing, zij zijn wederom voor de Joden een aanstoot en voor de heidenen een ongerijmdheid, maar voor alle geroepenen: Christus , Gods kracht en Gods wijsheid. Want het ongerijmde van God is wijzer dan de mensen en zijn zwakheid is sterker dan zij ( 1 Kor. 1, 23-25 ).

3. Maar dan mogen wij, katholieken, de plicht der prediking niet vergeten waarvan Paulus spreekt in dezelfde samenhang. Wie de eucharistie verkondigt, verkondigt het kruis van Christus. Want door haar is Jezus onder ons als de gekruisigde, die in eeuwigheid verheerlijkt leeft. En wederom: wij prediken Christus allereerst door ons geloof. Doordat wij diep geloven in de gave der eucharistie, omdat wij uit haar kracht leven, „verkondigen wij de dood des Heren totdat Hij wederkomt” ( 1 Kor. 11, 26 ). Door deze sterkte schijnen wij als een licht in de wereld. „Zou mijn hand soms te kort zijn om te verlossen, of zou Ik de kracht missen om te redden?” ( Is. 50, 2 ).

Willem Grossouw

Over Innerlijk LevenAbonneren per email (dagelijks van 30/11/2014 tot 29/11/2015)

  • Tevreden over deze inhoud?
  • ja   nee

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *