Ons bruiloftskleed

341. Zaterdag na de Negentiende Zondag na Pinksteren

Zowel het evangelie als het epistel van de Zondag brengen ons in herinnering dat de christen in ons feestgewaad gekleed moet gaan. „Bekleed u met de nieuwe mens.” En de gast zonder bruiloftskleed wordt door de koning naar buiten verwezen. Wij kunnen niet in onze gewone plunje voor God verschijnen, wij kunnen niet zoals wij uit onszelf zijn ter bruiloft komen van het Lam. Het kleed, zeggen de Vaders, is de liefde. De nieuwe mens waarmee wij worden aangedaan, is de gelijkenis met Jezus Christus, in wie de goddelijke liefde mens werd. Wij zijn zo armzalig dat wij dit kleed van God moeten krijgen. Maar wij moeten het zorgvuldig bewaren en het met Gods genade verfraaien. „Ik raad u aan om goud van Mij te kopen, in vuur gelouterd, opdat gij rijk moogt worden; en witte klederen om aan te trekken opdat de schande van uw naaktheid niet aan den dag treedt, en zalf voor uw ogen, opdat gij moogt zien” ( Openb.3, 18 ).

1. Wanneer wij alles hebben gezegd en alles overwogen wat voor ons geestelijk leven dienstig is, wanneer wij de goede werken en oefeningen vermenigvuldigen en ons toeleggen op alle deugden, dan weten wij dat wij in Gods oog geen waarde bezitten, zo de liefde ons niet drijft. Zonder haar zijn wij niets, zoals de apostel zegt. Zij is de ziel van dat leven dat wij najagen. Zonder haar zijn wij als het dor geraamte dat nog wacht op de geest die leven schenkt. Zij alleen maakt ons vrij, want zij alleen verbreekt de boeien van de zelfzucht, die in dit leven als laatste vijand worden overwonnen en zonder welke de andere, de wereld en de duivel, geen toegang vinden tot ons hart. De liefde alleen vernieuwt ons. God heeft door zijn genade de nieuwe schepping als een kiem in onze ziel gelegd, maar zij zal niet ontluiken tot de volkomen nieuwheid die Hem behaagt zonder het werk van de liefde. Zij ontrukt ons aan onszelf om God meer te beminnen dan onszelf en Hem te dienen in de naaste. Zij geneest onze oude kwalen. Zij breekt onze geslotenheid open en doet ons eindelijk onszelf vergeten. Zij doet ons geloven wat wij zonder haar niet voor mogelijk hielden en zie, door haar wordt het werkelijkheid. Zij doet ons het goede in de mens ontdekken, zij schept alle goeds in onszelf en in anderen. Door haar behagen wij God, door haar veroveren de zachtmoedigen het Land, om haar worden de vredestichters zalig geprezen.

2. Hoe zullen wij in de liefde groeien? Hoe kunnen wij toch die kostbare schat vermeerderen? In de loop van het jaar hebben wij meermalen nagedacht over de twee grote middelen die God ons heeft gegeven om de povere liefde van ons hart te doen toenemen, over het gebed en de zelfverloochening. Beide zijn even onontbeerblijk, maar onze zwakheid wordt door het strenge woord versterving afgeschrikt. En wie is tot de volmaakte kruisiging der zelfzucht in staat zonder de volmaakte liefde? Doch ieder mens van goede wil kan met Gods genade bidden. Ook ons gebed zal in de aanvang niet volkomen zijn, het zal wellicht nooit volmaakt zijn, maar het zal ons altijd verder voeren. Geloof toch in de almacht van het smeekgebed, ons door Jezus zelf toegezegd. Geloof ook in de alles verwinnende kracht van de beschouwing. Het gebed opent onze geest voor God en de invloed van zijn liefde.

Waarom bemint een mens zijn vriend, voor wie anderen onverschillig blijven? Omdat hij hem kent, omdat hij hem anders ziet dan de anderen hem zien. Het is die kennis die liefde wekt en door liefde gevoed wordt. Daarvan spreekt Sint Paulus als hij zegt dat hij eenmaal God hoopt te kennen zoals hijzelf door God reeds is gekend, en dat hij nu al streeft naar de kennis van Christus, van zijn verheerlijkte kracht en zijn smartelijk lijden ( 1 Kor.13, 12 ; Phil.3, 10 ). O zalige ervaring die het gebed schenkt en waarin zuivere liefde wordt geboren en voltooid! Hoe kan een mens die geduldig staart op de duisternis waarin God woont, zonder liefde blijven?

Het gebed geeft ons die goede kijk op God en de dingen van God. Het wekt de liefde. Het is de liefde. Het schenkt ons de kennis van God en Jezus Christus die Johannes het eeuwige leven noemt ( Joh.17, 3 ). Hij schittert dan ons bruidskleed, verborgen nog voor onszelf, van de glans die God onze ziel verleent!

Willem Grossouw

Over Innerlijk LevenAbonneren per email (dagelijks van 30/11/2014 tot 29/11/2015)

  • Tevreden over deze inhoud?
  • ja   nee