Vriend en Meester

37. Feest van de Zoete Naam Jezus 2 Januari

Bedenken wij dat het vandaag Jezus’ naamfeest is. „Na verloop van acht dagen werd het Kind besneden en ze noemden Hem Jezus, welke naam door de engel was genoemd, eer Hij in de moederschoot was ontvangen” ( Lk. 2, 21 ; evangelie). Het was de gewoonte der Joden met de besnijdenis de naamgeving te verbinden, gelijk wij doen met het doopsel.

Jezus was zijn eigen naam. Zo noemde zijn Moeder Hem, Jesjóea in hun taal, hetgeen betekent: de Heer redt. God heeft ons allen gered door Hem. Is dit ook voor ons hart niet zijn liefste naam? Vele en verheven namen mogen wij Hem geven: Christus dat is de Gezalfde, Heer, Verlosser, Koning, maar de dierbaarste, de meest „eigen” naam blijft Jezus.

1. Namen hebben zelfs in onze ontluisterde wereld, die alles mechaniseert en aan algebraïsche afkortingen de voorkeur geeft boven het zinrijke woord, nog niet geheel hun macht verloren. Voor wie liefheeft zijn zij nog immer toverklanken die de ziel elektriseren, omdat zij symbolen zijn, omdat zij de onvervangbare aanduiding zijn van een persoon. De naam zegt ons meer dan alle titels en beschrijvingen, omdat hij in de plaats treedt van beschrijvingen, omdat hij in de plaats treedt van de gehele persoonlijkheid. De klank roept het geliefde beeld op. De naam is het rechtstreeks verkeersmiddel tussen de ander en mijzelf. De naam Jezus is Hem onvervreemdbaar eigen. De zoete naam is daarom het eenvoudigste en onmiddellijke „teken” van Degene, die ons boven alles dierbaar is. Wat „betekent” hij derhalve niet voor de christen die slechts een korrel echte liefde voor de Heer bezit! Zoals de hymne het heden schoon uitdrukt: „Jezus, hoop der rechtvaardigen, hoe mild zijt Gij voor die tot U smeken, hoe goed voor die U zoeken, maar onuitsprekelijk voor die U vinden!”

2. Jezus is niet enkel de zoete naam van onze dierbaarste vriend. Jezus is tevens de naam van onze Heer , wie God alle macht heeft gegeven, die door zijn dood en verlossing een volkomen recht op ons heeft verworven. Hij mag alles eisen van ons, zonder meer, zonder dat Hij rekenschap behoeft te geven. „God redt” ons door Hem, maar niet zonder ons. Door de gehoorzaamheid van het geloof, door de onderwerping aan zijn heil gewordt ons deze redding. Wij moeten dienstknechten van Jezus Christus zijn, in volkomen trouw. Omdat de mens Jezus zich ten dode toe vernederde „heeft God Hem verheven en Hem de naam gegeven hoog boven alle namen, omdat in de naam van Jezus alle knie zich zou buigen in de hemel, op aarde en onder de aarde en iedere tong zou belijden tot glorie van God de Vader, dat Jezus Christus de Heer is” ( Phil. 2, 9-11 ).

Wat is zoeter dan honing en sterker dan een leeuw ( Jud. 14, 18 )? De naam van de Zaligmaker doet een machtig beroep op onze toewijding en onze trouw. Hij eist een dienst van zuivere liefde. Mogen wij deze roep van het Kerstkind verstaan!

Willem Grosssouw

Over Innerlijk LevenAbonneren per email (dagelijks van 30/11/2014 tot 29/11/2015)

  • Tevreden over deze inhoud?
  • ja   nee

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *