Boek I Hoofdstuk 1 Over de navolging van Christus en de versmading van alle ijdelheden der wereld

Wie Mij volgt, zegt de Heer, wandelt niet in de duisternis (1). Dit zijn woorden van Jezus Christus, waardoor Hij ons aanspoort, Hem in zijn leven en deugden na te volgen, indien wij waarlijk verlicht willen zijn, en verlost van alle blindheid des harten. Dat dus onze voornaamste zorg zij, het leven van Jezus Christus te overwegen.

De leer van Christus gaat alle leringen van Heiligen te boven; en wie zijn geest bezat, zou daarin het verborgen manna vinden. Maar het gebeurt dat velen, die het Evangelie dikwijls horen, weinig zielsverlangen ondervinden omdat zij de geest van Christus niet bezitten. Wilt gij de woorden van Christus ten volle verstaan en er smaak in vinden, dan moet gij geheel uw leven aan het zijne trachten gelijkvormig te maken.

Wat zal het u baten dat gij over de Drievuldigheid diepzinnig kunt redetwisten, indien u de ootmoedigheid ontbreekt, en gij aldus aan de Drievuldigheid mishaagt? Voorwaar, diepzinnige woorden maken de mens niet heilig en rechtvaardig; maar een deugdzaam leven maakt hem aan God behaaglijk. Ik heb liever vermorzeling van het hart te gevoelen, dan er de bepaling van de kennen. Al kent gij geheel de Schriftuur van buiten, en al kent gij de spreuken der wijsgeren, wat zou u dit alles baten, zonder de liefde van God en zijn genade? IJdelheid der ijdelheden, en alles is ijdelheid (2), behalve God te beminnen, en Hem alleen te dienen. Door de verachting der wereld naar het rijk der hemelen streven, daarin bestaat de verhevenste wijsheid.

Het is dus ijdelheid, vergankelijke rijkdommen te zoeken, en zijn hoop daarin te stellen. Het is ook ijdelheid, ereambten na te jagen, en tot een hoge staat zich te verheffen, Het is ijdelheid, de lusten van het vlees in te volgen, en dit te verlangen, waarvoor men naderhand streng zal moeten gestraft worden. Het is ijdelheid een lang leven te wensen, en weinig bezorgd te zijn om wl te leven. Het is ijdelheid, slechts te denken op het tegenwoordig leven, en niet te voorzien wat nog volgen moet. Het is ijdelheid, te beminnen, wat zo haastig voorbijgaat, en niet daarheen te snellen waar een eeuwige blijdschap woont.

Maak u dikwijls deze spreuk indachtig: Het oog wordt niet verzadigd van wat het ziet, en het oor niet bevredigd van wat het hoort (3). Arbeid dan om uw hart los te rukken van de liefde der zichtbare dingen, en u tot de onzichtbare te keren; want die hun zinnelijkheid volgen, besmetten hun geweten, en verliezen de genade van God.

1) Joann. 8: 12

2) Eccl. 1: 2

3) Eccl. 1: 8

Thomas a Kempis

Over de Navolging van ChristusAbonneren per email (dagelijks van 27/11/2016 tot 16/06/2017 in de sterke tijden)