Boek I Hoofdstuk 10 Over het vluchten van overtollige woorden

Schuw het gewoel der mensen, zoveel gij kunt: want het verhandelen van wereldse gebeurtenissen is schadelijk, dan zelfs wanneer het met goede mening geschiedt. Immers wij worden zo licht door de ijdelheid aangetast en gevangen. Ik wenst al dikwijls gezwegen en niet onder de mensen verkeerd te hebben. Maar waarom spreken wij en onderhouden wij ons zo gaarne met anderen, ofschoon wij nochtans zelden, zonder letsel voor ons geweten, tot de stilzwijgendheid wederkeren. Daarom spreken wij zo gaarne, wijl wij door die samenspraken van weerskanten zoeken getroost te worden, en ons hart door verschillende gedachten bezwaard, lucht willen geven. En nog veel liever spreken en denken wij over dingen, waaraan wij gehecht zijn en waarnaar wij sterk verlangen, of waarin wij een tegenzin voelen.

Maar dikwijls, helaas! Zonder winst en baat. Want die uitwendige troost verhindert niet weinig de inwendige en goddelijke troost. Daarom moet men waken en bidden, opdat de tijd niet zonder nut voorbijga. Indien u het spreken geoorloofd en dienstig is, zo spreek altijd over dingen die stichten. De verkeerde gewoonte, en de onachtzaamheid voor onze voortgang, zijn de grote oorzaak dat wij onze mond niet genoeg bewaken.

Nochtans is een godvruchtig onderhoud over geestelijke dingen hoogst voordelig tot onze geestelijke vooruitgang; vooral onder mensen, die met hetzelfde hart en dezelfde geest in God verenigd zijn.

Thomas a Kempis

Over de Navolging van ChristusAbonneren per email (dagelijks van 27/11/2016 tot 16/06/2017 in de sterke tijden)

  • Tevreden over deze inhoud?
  • ja   nee