Boek I Hoofdstuk 8 Over het vermijden van al te grote gemeenzaamheid

Open uw hart niet aan iedereen (1), maar bespreek uw verlangen met iemand die wijs is en God vreest. Wees zelden met jonge en vreemde mensen. Vlei de rijken niet, en zoek niet om onder hooggeplaatsten te verkeren. Verkeer met ootmoedigen en met eenvoudigen, met personen, die godvruchtig en goed van zeden zijn, en spreek liefst over stichtende dingen. Wees niet gemeenzaam met enige vrouw; maar beveel in het algemeen alle deugdzame vrouwen God aan. Zoek geen ander gemeenschap dan met God en met zijn Engelen, en vermijd de kennismaking der mensen.

Liefde moet men jegens alle mensen hebben, maar gemeenzaamheid is niet geraadzaam. Somtijds gebeurt het, dat een onbekende persoon, door zijn goede naam, glinstert, maar van nabij gezien verliest hij al zijn glans. Wij menen somtijds dat wij aan anderen behagen door gedurige omgang; veeleer beginnen wij hun te mishagen door de gebreken, die zij in ons bespeuren.

Thomas a Kempis

Over de Navolging van ChristusAbonneren per email (dagelijks van 27/11/2016 tot 16/06/2017 in de sterke tijden)